Een nieuwe Sovjet-Unie zit er, alle akkoorden ten spijt, niet in

Als het aan Wit-Rusland ligt, wordt de Sovjet-Unie zo snel mogelijk weer opgericht. Rusland kondigt met veel elan integratie-akkoorden af. Wordt er gewerkt aan de heroprichting van de USSR? Of is het streven naar eenwording verkiezingsretoriek?

Vier ontwikkelingen hebben de afgelopen weken het beeld van een 'nieuwe' Sovjet-Unie dichterbij gebracht.

Op 15 maart verklaarde het Russische parlement het verdrag waarmee in 1991 een eind werd gemaakt aan de Sovjet-Unie ongeldig.

Vandaag ondertekenen de presidenten van Wit-Rusland en Rusland een “unieverdrag”, dat - volgens de Witrus Loekasjenko - “de historische vergissing van 1991” moet goedmaken. Vanochtend is een “trein van de vriendschap” uit Minsk in Moskou aangekomen met driehonderd gasten voor de zeer plechtige ondertekening. Als het aan Loekasjenko ligt, gaan beide naties op termijn weer één staat vormen.

Vorige week tekenden de presidenten van Rusland, Wit-Rusland, Kazachstan en Kirgizië tijdens een plechtige bijeenkomst een akkoord dat voorziet in vergaande economische integratie, vrij verkeer van goederen, diensten en kapitaal en samenwerking op het gebied van transport, energie en informatie. Jeltsin nodigde alle andere landen van het GOS en zelfs Bulgarije uit zich bij deze samenwerking aan te sluiten.

Tegelijkertijd werd een beleidsdocument bekend van adviseurs van Jeltsin met de titel Zal de Unie in 2005 zijn herboren?. Dat document houdt de mogelijkheden van een herstel van de [Sovjet-]Unie tegen het licht en bekijkt van elk van de ex-Sovjet-republieken de mogelijkheden en de belangstelling voor vergaande integratie. De conclusies: in het geval van Rusland, Wit-Rusland, Kazachstan en Armenië bestaat een “zeer grote waarschijnlijkheid” dat ze zich aaneensluiten. Wat de Oekraïne, Georgië en Kirgizië betreft is sprake van “een aanzienlijke waarschijnlijkheid”. Tadzjikistan, Oezbekistan en Turkmenistan zijn twijfelgevallen, Azerbadzjan en Moldavië zijn onvoorspelbaar, Letland wordt een geringe bereidheid toegemeten en alleen Estland en Litouwen willen niets van integratie weten. Met de nieuwe Unie, aldus Jeltsins adviseurs, moet haast worden gemaakt, want als ze er in 2005 niet is, komt het er nooit meer van.

Die ontwikkelingen roepen vragen op. Wat zijn mogelijkheden voor een heroprichting van de [Sovjet-]Unie, in welke vorm dan ook? In hoeverre vormen deze plechtige ondertekeningen en plannen retoriek van Jeltsin in de aanloop naar de verkiezingen in juni? Kan er anno 2005 weer een Unie bestaan die vergelijkbaar is met de USSR?

Voor een belangrijk deel hebben deze ontwikkelingen op het gebied van de integratie inderdaad te maken met de komende verkiezingen. Bij het Russische electoraat bestaat een sterke nostalgie naar Sovjet-tijden, toen voor de Russen de wereld nog in orde was: Moskou vertegenwoordigde een wereldmacht, de Unie bestond uit vijftien economisch, ideologisch, cultureel, politiek en sociaal volledig geïntegreerde staten waarin de Russen de dienst uitmaakten. De miljoenen Russen buiten Rusland zelf hoefden zich geen zorgen te maken.

Die Unie is ten onder gegaan, met economisch, politiek en sociaal ellendige consequenties. Rusland is geen wereldmacht meer en de vijftien republieken zijn vrij, maar verpauperd. De bestaande economische banden zijn zeer ruw doorgesneden: leveranciers van landbouwprodukten en grondstoffen en leveranciers van industriële produkten zijn van elkaar afgesneden. Een land als Wit-Rusland kan geen wereldmarktprijzen betalen voor Russische energie en kan met zijn machines nergens concurreren - ook niet in Rusland, want als ze toch wereldmarktprijzen moeten betalen kopen de Russen liever elders betere machines.

Hervormingen zijn duur en maar weinig landen kunnen zich hervormingen in het gewenste hoge tempo veroorloven. Vorige week gaf het Internationale Monetaire Fonds Wit-Rusland zelfs geheel op: het krijgt geen krediet meer. Ruim twintig miljoen Russen leven onbehaaglijk als minderheden in nieuwe landen.

Jeltsins rivalen bij de komende presidentsverkiezingen, de communist Zjoeganov en de nationalist Zjirinovski, spelen met veel verbaal geweld in op de frustraties onder de Russen over de teloorgang van het imperium. Met de nieuwe akkoorden tracht Jeltsin hun ten aanzien van dit verkiezingsthema, een van de belangrijkste in de campagne, zoveel mogelijk wind uit de zeilen te nemen. De verkiezingen verklaren het tijdstip van de akkoorden van de afgelopen dagen, en verklaren ook de pomp and circumstance waarmee ze worden ondertekend. Zjoeganov en Zjirinovski moeten stilletjes toegeven het op dit gebied met Jeltsin eens te zijn.

Maar afgezien van die verkiezingsretoriek zit een nieuwe Sovjet-Unie er buiten het kader van de economische integratie niet in, alle kansberekeningen van Jeltsins adviseurs ten spijt. Afgezien van Wit-Rusland, een land zonder eigen geschiedenis, traditie en identiteit, wil geen enkele ex-Sovjet-republiek méér dan economische integratie. Politieke integratie is overal taboe; een inbreuk op de nationale soevereiniteit. Kazachstan wordt door Jeltsins adviseurs gezien als een land waar de integratiebehoefte het grootst is.

Maar president Nazarbajev, voorstander van een 'Euraziatische Unie' naar het model van de Europese Unie - dus met handhaving van de soevereiniteit van de partners - zei vrijdag dat er “nu genoeg is geïntegreerd”. “Nu zeg ik: heb geen haast met integratie. Jaag de paarden niet op.” Over de stemming van 15 maart in de Doema zei hij: “Wat de Doema zegt, gaat ons in geen enkel opzicht aan. Er kan geen sprake zijn van de heroprichting van de Sovjet-Unie. Kazachstan zal dat nimmer ondersteunen.” Zelfs Jeltsin zelf keerde zich tegen de heroprichting van een Unie die de kaders van de economische integratie te buiten gaat: “Wie de teloorgang van de Sovjet-Unie niet betreurt, heeft geen hart. Maar wie de heroprichting van de Sovjet-Unie nastreeft, heeft geen hoofd”

Afgezien van Wit-Rusland is er geen ex-Sovjet-republiek die een nieuwe Sovjet-Unie wenst. De drie Baltische landen zijn mordicus tegen: zij kijken uitsluitend naar het Westen. De Oekraïne moet vrezen bij al te nauwe samenwerking met Rusland het nationalistische westelijke deel van het land te vervreemden. President Koetsjma werd gekozen met een programma waarin samenwerking met Moskou voorop stond, maar heeft zich sindsdien alleen maar van Moskou gedistantieerd. Na vier jaar onderhandelen is het zelfs nog niet tot een Russisch-Oekraïens vriendschapsverdrag gekomen en een bezoek van Jeltsin aan Kiev is al zes keer uitgesteld - voor het laatst gisteren - omdat de Zwarte-Zeevloot problemen blijft opleveren.

Landen als Georgië, Azerbajdzjan en Armenië hebben zich slechts na zware Russische druk, manipulatie en chantage akkoord verklaard met de aanwezigheid van Russische troepen op hun grondgebied of doen (Moldavië) moeite van die Russische troepen af te komen. Het olierijke Azerbajdzjan en gasleverancier Turkmenistan hebben Rusland zeker op de langere termijn zelfs economisch niet nodig. De tamelijk lamentabele ervaringen met het GOS tonen aan, dat zelfs een minimum aan economische integratie op grote bezwaren bij Ruslands veertien partners stuit. Voorlopig blijft het dus bij bij economische integratie, met de Russisch-Wit-Russische samenwerking, die door de gretige Loekasjenko als “unie” wordt bestempeld, en door Rusland als “diepgaande economische samenwerking”, als vlaggeschip. De rest is vooralsnog (verkiezings)retoriek.

    • Peter Michielsen