SJU Jazz Festival multi-cultureel als VN-vergadering

Concerten: SJU Jazz Festival met o.a. het David Tronzo Trio, Steve Coleman & The Mystic Rhythm Society en zangeres Cassandra Wilson. Gehoord: 30, 31/3 Vredenburg, Utrecht. Radio-opnamen: Cassandra Wilson 14/4 22 uur VPRO Jazz op Vier.

Wat is het belangrijkste verschil tussen een amateur en een 'profi'? Waarschijnlijk dat de eerste oprecht blijft proberen, terwijl de laatste exact weet wat er mogelijk is en vooral wat absoluut niet.

Neem zangeres Cassandra Wilson. Intonatie is niet haar sterke punt, noten liggen al snel te hoog en de rol van 'red hot mama' past haar niet, ze is er eenvoudigweg te 'cool' voor. Dat ze gisteren in op het SJU Jazz Festival in het Utrechtse Vredenburg ovaties oogste was te danken aan de perfectie waarmee ze deze zwakheden omzeilde en de aandacht wist te vestigen op haar sterke punten.

Wilson heeft een prachtig gekleurde contra-alt en buit die uit zonder zich te laten verleiden omhoog te schieten. En als zich een enkele keer een relatief hoge noot aandient, zoals in haar cover van Last Train to Clarksville dan neemt ze de tijd om de sprong te maken. Daarbij is ook haar dictie heel bijzonder, er gaat niets verloren, geen lettergreep zelfs. Dat laatste komt ook doordat Wilson hoge tempi vermijdt, ook in de stukken van haarzelf. Dat die, met name Salomon Sang en Until zó zouden passen in een Joni Mitchell song book is geen bezwaar. Er zijn slechtere referenties denkbaar en de stem van Wilson is eigen genoeg.

Dat de zangeres in Utrecht uiteindelijk het sterkst voor de dag kwam in Death Letter, een ruige blues van steelgitarist Son House uit '65, was net zo veelzeggend als het feit dat ze ook in dit stuk de voet bij de rem hield. De zeer alerte spelend gitarist Kevin Breit kreeg weliswaar de kans om hevig te vlammen maar niet voor langer dan twee minuten. Cassandra Wilson (38) heeft lang genoeg aan de rafelranden van de jazz gehangen om te weten waar ze nu voor staat: maatwerk, al is het geen haute couture.

Saxofonist Steve Coleman, die jarenlang met Wilson samenwerkte, lette zaterdag nauwelijks op loshangende draadjes. Begrijpelijk, want Mystic Rhythm Society, met veertien man zijn grootste groep tot nu toe, is zó multi-cultureel samengesteld dat zelfs de beste bovenmeester er geen eenstemmig schoolklasje van zou kunnen maken.

Een Japanse koto-speelster, een zes man sterke percussiegroep met twee Cubanen erin, een voordrachtsmeneer uit Marokko plus een Amerikaanse rapper, wat kun je van zo'n bont gezelschap verwachten? Van alles en nog wat en dat kwam er dus ook: van boekweitgruttenmuziek die sterk aan begin jaren zeventig deed denken via strakke Caraïbische percussie naar terugblikken naar de jazz van toen.

De ballad The Gipsy bracht een roemruchte Charlie Parker-session uit '46 in herinnering, Strode Rode de beroemdste plaat van Sonny Rollins, Tenor Colossus van tien jaar later. Professioneel? Niet helemaal. Onderhoudend? Dat wel. Schokkend en/of grensverleggend? Niet meer dan een gemiddelde vergadering van de Verenigde Naties.

Zowel rafelig als goed van maat, van buitengewoon traag tot razendsnel, wel professioneel maar niet ingehouden, was het optreden van het trio van David Tronzo. Deze gitarist zit de laatste tijd van alles tegen - contracten vervielen, zijn vaste drummer vertrok - maar muzikaal verliep het zaterdag boven elke verwachting. Gastdrummer Bobby Previte doet fabelachtige dingen om de gitarist te prikkelen, bassist Stomu Takeishi zorgt voor een veilig vangnet en Tronzo kan spelen alsof in het walhalla vertoeft. Monk's Dream blijkt ook Tronzo's dream, al was het misschien maar voor één nachtje.