Pop op televisie: De onderkin van Daryll Hall

Lola da musica 19.30-20.00, Ned.3. Met vanavond een portret van zanger Willy DeVille.

Het Stimuleringsfonds Nederlandse Culturele Omroepprodukties had vorige week een dag georganiseerd over de vraag 'Wordt popmuziek door de publiek omroepen in voldoende mate als zelfstandige kunstvorm beschouwd?'. De vraag stellen is hem beantwoorden, zou je in dit geval denken. Maar dat pakte anders uit. Het ronde-tafelgesprek tussen makers van popprogramma's als Roel Bentz van de Berg (VPRO-radio), Bram van Splunteren (VPRO-tv), René Boomkens (filosoof), Jan Douwe Kroeske (NPS-tv) en Janet Street-Porter (BBC-tv), onder leiding van Andreé van Es, had als teneur dat er op televisie eigenlijk wel voldoende wordt gedaan aan popmuziek.

Afgezien van de incidentele live-registratie van een popconcert of Pinkpop doet de publieke omroep weinig aan het onderwerp - iedere week zo ongeveer een half uurtje: de ene week Lola da musica, met daarin afwisselend portretten van popmuzikanten en reportages over stromingen, de andere week de 2 Meter sessies, waarin muzikanten semi-akoestisch live spelen in een geluidsstudio, onder leiding van Jan Douwe Kroeske.

Dat lijkt weinig, vooral gezien de vooraanstaande positie die popmuziek in ons dagelijks leven inneemt. Of het nou de radio is, de supermarkt, de auto, de walkman, in de film of op de stereo: popmuziek is overal. Vooral jongeren laten hun leven erdoor begeleiden.

En daar wringt het hem juist. Ten eerste kijken jongeren relatief weinig televisie, en ten tweede lijken zíj popmuziek niet als een zelfstandig medium te beschouwen. Popmuziek consumeer je, daar hoef je niet naar te kijken - een uurtje 'MTV staren' daargelaten. Diepzinnige programma's over de historie of de betekenis van de muziek zijn aan deze jongeren niet besteed. Het publiek dat wel geïnteresseerd is in dit soort programma's is ouder, deze kijkersgroep heeft een vaststaande omvang. Hoeveel meer popprogramma's je ook zou programmeren, je hebt altijd dezelfde hoeveelheid kijkers.

Live-programma's op tv zijn onbevredigend, zo luidde het oordeel. De integrale uitzending van een concert mist altijd de opwinding van het zelf aanwezig zijn bij een unieke gebeurtenis. Reportage's daarentegen, zoals Lola da musica geregeld laat zien, zijn waardevol omdat ze vaak signalerend en informatief zijn. En er doet een nieuwe vorm opgang, de 'auteurs-reportage' waarbij de maker van het programma een eigen verhaal wil vertellen. Voorbeelden daarvan waren Film For Philo en I Want It All, zoektochten van de fan (in beide gevallen de regisseurs zelf), over respectievelijk Phil Lynott en Sly Stone.

Vooral Janet Street-Porter, die in de jaren zeventig voor de BBC zo'n vijftig documentaires over de punkbeweging heeft gemaakt (zoals ze herhaaldelijk onder de aandacht bracht), was negatief over programma's over pop. Want de laatste jaren is popmuziek als medium minder revolutionair geworden. “In deze tijd wil iedereen middle-class zijn”, zei Street-Porter. “Popmuziek is nu vooral bekend van het deuntje bij de reclame: van de spijkerbroeken tot vitamine-pillen.”

Bovendien wordt het de makers tegenwoordig moeilijk gemaakt door de muziekindustrie, die de programma's in een wurggreep houdt. Hún enige motivatie is immers het verkopen van meer platen. En zij bepalen wie waar geïnterviewd mag worden en wat er uiteindelijk op tv wordt getoond. De enige artiesten met wie nog een beetje geïmproviseerd kan worden, zijn de beginnende muzikanten, beaamde Bram van Splunteren. Met deze mensen valt nog eens een paar dagen op te trekken, bij hun kan thuis worden gefilmd, wat uiteindelijk de leukste en inzichtgevendste resultaten oplevert.

Dat Jan Douwe Kroeske de populaire Amerikaanse zanger Daryl Hall, bekend om de zorg die hij heeft voor zijn image, live had weten vast te leggen met zijn onderkin zichtbaar in beeld, was volgens Street-Porter dan ook uitzonderlijk.

    • Hester Carvalho