'Mijn zoon zei het al: het is die eend, pap'

Ik ben nooit bijgelovig geweest, ook niet als speler. Jarenlang droeg ik nummer 13, maar dat deed me niets.

Een paar jaar geleden kreeg ik echter van m'n zoon een eend. Hij was toen acht en had het beest zelf gemaakt in de handenarbeidles op school. Ze wilden daar de rolpatronen doorbreken, waardoor hij drie lessen heeft zitten naaien. Vincent was vreselijk trots toen het beest af was. 'Hier, een mooie sport-mascotte voor je', zei hij.

Die eend zag er niet echt uit, maar wie ben je als vader om zoiets te weigeren? Dus hing ik het ding aan mijn sporttas, zodat ik het altijd bij me zou hebben.

Ik was toen coach van Jong Oranje, dat opeens vreselijk goed begon te presteren. Vierde op het EK, vijfde op het WK. Dat was nog nooit vertoond. 'Het is die eend, pap', wist Vincent.

Dit seizoen train ik Piet Zoomers/Dynamo. Die eend zit nog steeds aan mijn sporttas. Ik wil niet zeggen dat ik nu bijgelovig ben geworden, maar zolang we maar blijven winnen, laat ik die eend mooi hangen. Hij functioneert goed, zou je kunnen zeggen, dus waarom de gok wagen?

Daar komt bij, dat hij voor de meeste jongens in de selectie ook een soort bijgeloof is geworden. Eén keer had ik namelijk een andere tas bij me. Ook geen eend, dus. We verloren dik. Na afloop analyseren wat er mis was gegaan. Opeens realiseerde ik me dat die eend er die avond niet bij was. Iedereen lachen, maar intussen ...

Want nu vragen veel jongens voor een wedstrijd toch altijd even of ik 'die gouden kip' bij me heb. Als ik dan ja zeg, hoor ik dat het goed is. Nee, 'm even aanraken of zo doen ze niet. Het blijven kerels, hè.