Katholiek zijn: meer dan geloven alleen

Is het nodig de band tussen geloven en handelen te versterken, was afgelopen vrijdag en zaterdag de vraag op het Landelijk Pastoraal Overleg in het Westbrabantse Hoeven. Daar vergaderden in aanwezigheid van de meeste Nederlandse bisschoppen leken en priesters van de rooms-katholieke kerk voor het derde achtereenvolgende jaar over de koers van de kerk tot aan het jaar 2000.

Ja, vond de meerderheid van de ruim honderd deelnemers aan het platform van dialoog en bezinning, het is nodig en zelfs wezenlijk om de band tussen geloven en handelen te verstevigen, er moet een bewogenheid uitgaan van de gelovigen, ze moeten uitkomen voor hun katholieke identiteit en er consequenties uit trekken voor hun dagelijks handelen.

Veel deelnemers tekenden daar echter onmiddellijk bij aan dat het in de kerk om meer gaat dan het helpen van de medemens en het getuigen van Gods woord alleen. Zo wees de Nijmeegse filosoof P. Sars erop dat het brede thema gerechtigheid nooit mag worden beperkt tot hulpverlening of moralisme, want dat geloof veel meer inhoudt, onder andere dat het verwijst naar een andere wereld en verlossing belooft.

Veel concrete voorstellen voor het doen van gerechtigheid werden er vrijdag en zaterdag dan ook niet gepresenteerd. Sommigen vonden het tijd worden om een mission statement te formuleren voor de kerk, zoiets als de nieuwe slogan van Philips, Let's make things better. En aartsbisschop Simonis stelde voor om een vurig pleidooi te houden voor schulddelging en schuldvermindering voor landen in de derde wereld. Daar bleef het voorlopig bij.

Evangelisatie is binnen de rooms-katholieke kerk een omstreden thema. Een aantal deelnemers vertelde na de discussies tot de slotsom te zijn gekomen dat veel katholieken lijden aan schroom. Ze zijn beducht om te vertellen over wat ze in de kerk doen in een tijd waarin zoiets niet meer gebruikelijk is, ze zijn vaak bang voor een negatief oordeel, en ze beseffen maar al te goed dat getuigend gedrag vaak overdreven overkomt, en dat het dikwijls mensen afstoot. We zijn naar binnen gekeerd, we zijn calvinistisch katholiek, zo vatte mevrouw M. Koopmans-Goumans, voorzitter van het overleg, deze houding samen. Een andere deelnemer klaagde weer dat het ook moeilijk is om als individu in een geloofsvreemde omgeving te getuigen als je daarbij niet worden geschraagd door een levende gemeenschap in de eigen parochie. Het is hier in Hoeven, zei de man, gemakkelijk om voor het eten een kruisje te slaan omdat je je geschraagd weet, maar hij zag zichzelf nog niet zo gauw in een bedrijfskantine bidden.

Toen nam kardinaal Simonis het woord. Hij zei dat een levende gemeenschap altijd door de geloofsinhoud tot stand komt. De vorm van die gemeenschap mag per tijdperk verschillen, zo kwam de roomse blijheid van vroeger voort het besef dat de katholieken in de paus een vader hadden, een vader die nog onfeilbaar was ook, en een moeder, Maria. En misschien vindt de huidige jeugd die roomse blijheid oubollig, en moet de katholieke identitiet vernieuwd worden, op basis van de resultaten van het Tweede Vaticaans Concilie in de jaren zestig. Maar de vorm van die gemeenschap, dat fijne katholieke gevoel, komt uiteindelijk toch altijd weer voort uit de geloofsinhoud zelf, zei Simonis, de basis is openbaring en liefde.

Er werd in Hoeven ook gesproken over de zogenoemde kerkvolksuitspraak, een handtekeningenactie van een stichting Kerk Hardop voor progressieve katholieken, die in navolging van Oostenrijk en Duitsland de gelovigen wil mobiliseren voor vernieuwing in de kerk, zoals toelating van de vrouw tot het priesterambt en de afschaffing van het verplichte priestercelibaat. De bisschoppen zijn niet blij met het referendum, omdat ze vrezen dat het polariserend zal werken en zij nu juist bezig zijn om zich, na jaren van strijd, met progressieve katholieken te verzoenen. Kardinaal Simonis zei in Hoeven bovendien dat er in de vraagstelling appels met peren worden vergeleken en dat een weinig genuanceerd referendum als dit in het algemeen niet iets is waar je als zinnig denkend mens op zit te wachten.

    • Arjen Schreuder