Hoogleraar hekelt organisatie van medisch specialisten; 'Een orde mag niet politiek zijn'

Mogen de wetenschappelijke verenigingen van medisch specialisten zich mengen in politieke discussies over materiële belangen van de specialisten? Gynaecoloog Van Hall vindt van niet.

LEIDEN, 1 APRIL. De nieuwe organisatie voor medisch specialisten in Nederland moet niet de suggestie wekken dat ze alle specialisten vertegenwoordigt omdat ook het Convent van Wetenschappelijke Verenigingen (CWV) daarin participeert.

Dit stelt de Leidse hoogleraar gynaecologie prof. dr. E.V. van Hall, mede-oprichter van het Nederlands Specialisten Genootschap (NSG). Het genootschap doet niet mee met de fusie van de twee grootste organisaties voor specialisten, de Landelijke Specialisten Vereniging (LSV) en de Nederlandse Specialisten Federatie (NSF). Van Hall trad deze maand af als voorzitter van het NSG en wordt opgevolgd door dr. J.S. Koops-Korbee.

Van Hall meent dat het Convent, bestaande uit de voorzitters van de 29 wetenschappelijke verenigingen, zich ten onrechte op de voorgrond plaatst door de twaalfduizend specialisten in Nederland over te willen halen lid te worden van de organisatie die op 1 september van start moet gaan. Van Hall: “Het Convent bestaat uit een aantal voorzitters die vergaderen, maar die verder geen enkele achterban hebben. Ze vertegenwoordigen niks.”

Van Hall meent dat de wetenschappelijke verenigingen, waarvan zo'n negentig procent van alle specialisten lid is, zich slechts moeten richten op wetenschappelijke aspecten van hun vakgebied en zich verre moeten houden van belangenbehartiging van specialisten tegenover de politiek.

Van Hall: “Het kan niet zo zijn dat wetenschappelijke verenigingen en bloc lid worden van de nieuwe organisatie omdat het Convent dat wil. Het zou zoiets zijn als wanneer bestuursleden van de ANWB die ook in het bestuur van het VNO zitten, zouden verklaren dat alle ANWB-leden voortaan lid moeten zijn van het VNO. Dat kan niet, het zijn twee verschillende organisaties.”

De nieuwe specialistenorganisatie zal volgens Van Hall het beleid van LSV en NSF voortzetten en een “politieke missie” voeren: “Samen strijden tegen de overheid, tegen de plannen van de commissie-Biesheuvel en van minister Borst”, aldus Van Hall, die deze strijd een “achterhoedegevecht” noemt. Het NSG is vanaf de oprichting in 1989 voorstander geweest van veranderingen in de curatieve zorg: afschaffing van het verrichtingensysteem en van het goodwillsysteem.

Vermenging van wetenschappelijke en persoonlijke belangenbehartiging is volgens Van Hall niet alleen principieel onjuist maar ook om strategische redenen niet wenselijk. “De politiek moet er van op aan kunnen dat een wetenschappelijke vereniging onafhankelijk is. Je moet niet de situatie krijgen dat ambtenaren en politici zeggen: wetenschappelijke verenigingen doen een bepaalde uitspraak omdat het invloed heeft op hun inkomen.”

Een projectorganisatie van LSV, NSF en het Convent van Wetenschappelijke Verenigingen bereidt, samen met het organisatieadviesbureau Boer & Croon Group (BCG), op dit moment de fusie voor. Volgens LSV-voorzitter dr. J.H. Kingma zal de vereniging niet zozeer politiek als wel functioneel worden georganiseerd, ongeveer zoals het 'orde'-idee van accountants en advocaten. Wie zich als specialist vestigt, zou volgens Kingma automatisch lid moeten worden.

De vereniging wil, aldus Kingma, zo min mogelijk centralistisch te werk gaan en de leden regelmatig, wellicht via elektronische media, raadplegen. Kingma: “We zijn geen politieke beweging. We streven naar een platform voor alle specialisten. Doel is te zorgen dat specialisten hun werk goed kunnen blijven doen.” Het moet volgens Kingma mogelijk zijn dat de verschillende groepen specialisten (vrij gevestigd of in dienstverband) zich uitspreken over hun wensen zonder dat daarmee de belangen van collega's worden geschaad.

De voorlopige plannen voorzien in de opzet van zelfstandige 'kamers' voor de verschillende groepen specialisten. “Een vorm van goedaardige apartheid”, aldus Kingma. Ook wordt de oprichting overwogen van een verenigingsraad van vijftig leden, afgevaardigd door regionale specialistenorganisaties en wetenschappelijke verenigingen. Aanvankelijk bestond bij de fusiepartners het plan om het lidmaatschap te organiseren via de wetenschappelijke verenigingen. Van dit voornemen is men afgestapt, het lidmaatschap zou nu via de medische staven in ziekenhuizen moeten worden aangevraagd. “Wellicht dat de medische staven zich en bloc kunnen opgeven”, aldus Kingma.

“Dictatoriaal beleid”, reageert Van Hall weer op de woorden van Kingma. “Je kunt mensen niet verplichten lid te worden van een vakbond. En Kingma zegt wel dat het geen politiek beweging wordt, maar bij de presentatie werd juist gezegd dat de verenigingen samengaan om de krachten te bundelen tegen de plannen van de regering op het gebied van de gezondheidszorg. Het is wèl een politieke beweging.”