'De PvdA neemt de EMU niet serieus'

De PvdA wil dat de overheidsschuld in '97 met 0,5 pct daalt. Financieel woordvoerder Rick van der Ploeg vindt dit voldoende voor Nederland om zich voor de EMU te kwalificeren. “De PvdA neemt de EMU niet serieus”, meent D66-er Gerrit Ybema

DEN HAAG, 1 APRIL “Rick wordt steeds meer politicus”, schertst Gerrit Ybema. “Hij neemt steeds meer afstand van de economische realiteit.” De financieel woordvoerder van de D66-fractie in de Tweede Kamer, is “verbaasd en verbolgen” over de uitlatingen van zijn PvdA-collega deze week tijdens de jaarvergadering van de Vereniging van Bedrijfspensioenfondsen in Rotterdam. Van der Ploeg wil de overheidsschuld volgend jaar met een half procent verlagen. Volgens hem is deze daling voldoende voor Nederland om zich te kwalificeren voor de Economische en Monetaire Unie (EMU) en blijft er geld over om de lasten voor burgers en bedrijfsleven volgend jaar verder te verlagen.

VVD-minister Gerrit Zalm (Financiën) noemde in een reactie een daling van de schuldquote (overheidsschuld uitgedrukt als percentage van het bruto binnenlands produkt) met een half procent “geen bevredigend tempo”. Na afloop van een conferentie over de muntunie in Rotterdam herhaalde Zalm zijn opvatting dat er in 1997 geen ruimte is voor verdere lastenverlichting.

In het Verdrag van Maastricht zijn eisen gedicteerd ten aanzien van de overheidsfinanciën voor toetreding tot de EMU. Voor de staatsschuld geldt bij voorbeeld een maximum van 60 procent van het binnenlands produkt. Maar bij dit criterium geldt een ontsnappingsclausule. Wanneer de staatsschuld hoger is, moet de schuldquote “in voldoende mate” afnemen en de 60 procent “in een bevredigend tempo” naderen. Op dit moment is nog niet duidelijk wat onder “voldoende mate” en “bevredigend tempo” moet worden verstaan. Volgens het Centraal Planbureau daalt de schuld van 78,4 in 1996 naar 77,6 in 1997. Ybema: “In 1998 moeten we een schuldquote hebben met de cijfers 75 voor de komma. Met andere woorden: de quote zal met 1 à 1,5 procent per jaar moeten afnemen. Ik verwacht dat een dergelijke daling het predikaat voldoende mate zal krijgen.”

Om de schuldquote naar beneden te krijgen, wil de D66-fractie de verkoop van agrarische domeinen in de Flevopolders, Noordoostpolder en Wieringermeer stimuleren. Ybema: “Voor de pachters maak je het financieel aantrekkelijk en schrap je het beding om de grond binnen een periode van tien jaar niet door te verkopen.”

De voorzitter van de Tweede Kamercommissie Financiën signaleert dat de politieke nervositeit bij het opstellen voor de begroting voor volgend jaar groot is. De Miljoenennota 1997 wordt voor het paarse kabinet de begroting van de waarheid, want op basis van deze begroting wordt de beslissing genomen of Nederland zich op 1 januari 1999 kwalificeert voor de Europese munt, de euro.

Frankrijk, Duitsland, België, Nederland en Luxemburg zullen zich volgens Ybema zeker kwalificeren voor de EMU. Ook Groot-Brittannië en Denemarken lijken te voldoen aan de toelatingscriteria, maar deze twee landen hebben in het verdrag van Maastricht de 'opt-out'-clausule bedongen: ze doen niet automatisch mee. Maar Ybema verwacht dat de twee landen zeker mee zullen doen, gezien het grote economische belang. “De Londense City zal een gevoelige klap krijgen en het financieel centrum zou in één klap buiten spel staan. Immers, er ontstaat een gebied met 250 miljoen mensen die met één munt betalen.” In Groot-Brittannië vindt op dit moment geen inhoudelijke discussie plaats over de EMU, maar volgens Ybema worden de Britten op een bepaald moment gedwongen de discussie op basis van de feiten te voeren.

Nu het stof is neergedaald rondom de uitlating van premier Wim Kok over een mogelijk uitstel van de datum van 1 januari 1999, nuanceert Ybema de kritiek. “Kok heeft uitdrukking gegeven aan geluiden die hij in Europa hoort. Je moet die geluiden niet negeren, want dat kan een krampachtigheid veroorzaken. Kok heeft zijn inzet duidelijk gemaakt: niet sjoemelen met de EMU-criteria, desnoods uitstel. In een overmachtsituatie - lees: wanneer Duitsland en/of Frankrijk zich niet kwalificeren - deel ik die opvatting.”

Binnen het kabinet bestaat onenigheid over de voorbereiding van de 'EMU-begroting'. De bewindslieden van VVD en D66 (daarbij gesteund door hun fracties in de Tweede Kamer) vinden dat er geen geld is voor verdere lastenverlichting. “Op zijn best wordt 1997 het jaar van de status quo, maar zelfs dat kan ik niet garanderen”, maakte minister Zalm vorige week duidelijk. De lasten voor burgers en bedrijven kunnen volgend jaar niet verder omlaag. De PvdA-politici zijn voorstanders van een verdere lastenverlichting ten behoeve van koopkrachtbeleid en stimulering van de economie.

Ybema: “De opstelling van de PvdA is onbegrijpelijk. Lastenverlichting staat, op grond van de huidige economische gegevens, gelijk aan extra bezuinigingen. Dat wil de PvdA niet, dus een pleidooi voor extra lastenverlichting valt onder de categorie goedkope-Bühnepolitiek. De economie van de status quo - geen lastenstijging, geen koopkrachtdaling, geen extra uitgaven - is het maximaal haalbare op basis van de huidige gegevens.”

    • Cees Banning