Abortus vergt nieuw politiek debat

Graag raap ik de handschoen op die Jolanda aan de Stegge de Evangelische Omroep toewierp onder de kop 'Tip aan de EO: hoe rijg je hem aan het condoom' (NRC HANDELSBLAD, 21 maart). Of we als EO geen aflevering van Tijdsein kunnen wijden aan anticonceptie, in plaats van de “smoezelige uitzending” over abortus? Een goed idee, zo lijkt me, omdat die aflevering zou beginnen met het ontkrachten van een van de belangrijkste argumenten van Aan de Stegge, namelijk dat het lage abortuscijfer in Nederland te danken zou zijn aan onze vrije abortuspraktijk.

Dat lage cijfer heeft meer te maken met de beschikbaarheid van goede seksuele voorlichting en anticonceptie, dan met de legalisering van abortus. Vandaar dat verhoudingsgewijs juist zoveel abortussen onder allochtone vrouwen voorkomen. Zij wortelen in een cultuur waar anticonceptie en seksuele voorlichting omgeven zijn met taboes.

Voor de rest bevat haar bijdrage weinig argumenten. Het toont eens te meer aan dat het thema abortus vooral emoties oproept, zeker wanneer het vrouwen betreft die zelf ooit de keuze voor abortus hebben gemaakt. De extra Ronde van Witteman (ook van 21 maart), liet duidelijk zien dat voor veel vrouwen een abortus veel dieper ingrijpt dan de vrouwenbeweging ons deed en doet geloven. Wie zich echter om de vrouw bekommert, zal haar ook tegen haarzelf beschermen waar zij al te lichtzinnig of snel tot een abortus besluit.

Daarmee zijn we gekomen bij het thema van de verboden uitzending van EO Tijdsein en de daaropvolgende discussie. De abortus-artsen in Nederland zien zich in de eerste plaats, en vaak uitsluitend, als hulpverleners die de vrouw helpen bij het oplossen van hun probleem, namelijk de ongewenste zwangerschap. Zij staan in de traditie van de emancipatie- en vrouwenbeweging. Hun leus is: de vrouw beslist! En als de vrouw vindt dat er sprake is van een noodsituatie, dan is er geen reden om daar aan te twijfelen.

De bedoeling van de abortuswet is geweest om zowel de belangen van het kind als de belangen van de vrouw te behartigen. De arts is degene die uiteindelijk de belangen van het ongeboren menselijk leven moet afwegen tegen 'de onontkoombare noodsituatie' van de vrouw. Dit staat haaks op de huidige praktijk waarin de vrouw altijd zelf beslist.

Waar ik de afgelopen weken erg van geschrokken ben, is de opmerking uit de mond van verschillende politici en (abortus)artsen dat een ongewenst kind zó'n ongelukkige jeugd tegemoet gaat, dat het toch maar beter is dat het niet geboren wordt. Abortus voorkomt het leed van een ongelukkige jeugd. Sinds wanneer is het voorkomen van leed door het opzettelijke beëindigen van (ongeboren) leven, een geaccepteerd gegeven? Zo weet ik op den duur nog wel een paar suggesties om van maatschappelijke problemen in binnen- en buitenland verlost te worden! Die kant willen we toch met elkaar in de discussie niet uit?

De actualiteit van de nu opgelaaide discussie is veel meer gelegen in de nieuwe context waarin de abortuswet nu wordt gehanteerd. Namelijk de problematiek van de prenatale diagnostiek. Als ouders steeds meer kennis kunnen vergaren over de genetische aanleg van hun ongeboren kind (van sekse tot erfelijke ziekten) wordt de vraag wie er uiteindelijk over een abortus beslist steeds relevanter. Van de abortusklinieken hoeven we wat dat betreft niets te verwachten: in alle gevallen beslist de vrouw, of beslissen de ouders.

Kortom, er ligt voor de politiek de taak om de abortuswet en de abortuspraktijk opnieuw in discussie te nemen in het licht van de voortschrijdende ontwikkeling van prenatale diagnostiek. Als een actualiteitenrubriek er in slaagt deze discussie te ontketenen, is dat geen smoezelige journalistiek, zoals Aan de Stegge stelt, maar juist de bijdrage aan onze maatschappij en de opinievorming die van een publieke omroep verwacht mag worden.