Zwart en wit

MINEKE SCHIPPER: De boomstam en de krokodil. Kwesties van ras, cultuur en wetenschap

270 blz., Van Gennep 1995, ƒ 39,90

What's in a color? What's in a name? Erg veel, kun je concluderen na lezing van het jongste boek van Mineke Schipper. Benamingen en kleuraanduidingen voor mensen zeggen meer over de denkbeelden van hen die ze gebruiken dan over hen die ermee worden aangeduid. Welke benamingen mensen voor anderen kiezen, hangt onder meer af van hun belangen, achtergrond, kennis, milieu en perspectief. De benamingen en kleuraanduidingen in Schippers boek ontlenen hun gehalte aan hun natuurlijke tegenhanger: 'wit' staat tegenover 'zwart'; 'zelf' tegenover 'ander' en 'centrum' tegenover 'periferie'. De termen wijzen aan de ene kant op achterstelling, discriminatie, haat en negatie van de ene groep, en aan de andere kant op erkenning, bevestiging of bevoordeling van de andere groep. Schipper laat zien hoe dergelijke opposities, en de daarmee verbonden connotaties en denkbeelden, tot stand komen, dat ze menselijk zijn, en daarom niet helemaal kunnen worden uitgeroeid.

Mineke Schippers centrale vraagstelling luidt: 'Hoe worden door groepen mensen grenzen tussen Zelf en Ander vastgesteld en op grond waarvan?' In negen hoofdstukken behandelt zij de manier waarop deze grenzen in de Afrikaanse literatuur en binnen een aantal Afrikaanse en Afro-Amerikaanse bewegingen zijn gedefinieerd en gecultiveerd. Ze gaat achtereenvolgens in op mondelinge Afrikaanse verhalen en mythen waarin vooral de oorsprong van, en het verschil tussen zwarte en witte mensen verklaard wordt; op de beeldvorming over zwart en blank in Afrikaanse koloniale en postkoloniale romans en verhalen; en op de denkbeelden binnen Amerikaanse bewegingen als Harlem Renaissance, Black Arts Movement en Black Power. Deze bewegingen kunnen worden gezien als (zwarte) tegenbewegingen tegen het (blanke) heersende discours en establishment. Verder wordt ingegaan op de Negritude-beweging in Parijs, West-Afrika en de Cariben, en op de Black Consciousness-beweging in Zuid-Afrika.

Al deze bewegingen, juist voortgekomen uit de nobele poging te strijden tegen onderdrukking, discriminatie en segregatie op maatschappelijk en cultureel terrein, ontkomen in hun anti-gezindheid niet aan ideeën van verbijzondering, segregatie en sektarisme. De grote vragen die hen bezighielden hadden vooral te maken met identiteit: wie mogen er wel en wie mogen er niet bijhoren? Wie zijn we en wie willen we zijn in deze onderdrukkende samenleving? Zijn we in de eerste plaats (Zuid-)Afrikanen, zwarten, of onderdrukten? Moeten we vooral onze etnische identiteit benadrukken, of juist onze (slechte) sociale positie? Ook behandelt Mineke Schipper de discussies in de westerse en niet-westerse wereld over de parallelle, of juist uiteenlopende visies op seksisme en racisme. Een en ander maakt duidelijk dat de grieven van blanke vrouwen niet noodzakelijk die van zwarte vrouwen zijn, en dat de grieven van zwarte mannen - tegenover de westerse (blanke) wereld - niet noodzakelijk die van zwarte vrouwen zijn.

Schipper concludeert dat het wetenschappelijke discours over ras, cultuur en wetenschap, in weerwil van cultuurrelativisme, postkolonialisme en postmodernisme, nog immer boter op het hoofd heeft. De 'ander', grofweg de niet-westerse academische wereld, wordt nog altijd grotendeels buiten het (westerse) discours gehouden. Nog steeds fungeren het niet-westen en zijn bewoners in het wetenschappelijke debat overwegend als object, maar niet als (mede-)subject. Ook het actuele postkoloniale en postmoderne debat wordt voornamelijk gevoerd in westerse intelligentsia-centra.

Het boek eindigt met fragmenten uit interviews die Mineke Schipper in de periode 1974-1995 heeft gehouden met de schrijvers Léopold Sédar Senghor, Wole Soyinka, Buchi Emecheta, Sembène Ousmane, Maryse Condé en Anil Ramdas.

De boomstam en de krokodil is een overtuigend pleidooi voor het slechten van (wetenschappelijke) muren tussen Zelf en Ander. Een nobel pleidooi, waaraan helaas tot op heden nog te weinig gevolg wordt gegeven. Het is een uitdaging voor de maatschappij - en daarbinnen voor de wetenschap - om de actualiteitswaarde van het volgende Westafrikaanse Mandinka-spreekwoord, waaraan de titel van Schippers boek is ontleend, te verkleinen: 'Al ligt de boomstam nog zo lang in het water, hij wordt nooit een krokodil.'

Het verwoordt de Mandinka-gedachte dat 'een vreemdeling, ook al doet hij nog zo zijn best, nooit een van ons zal zijn en vice versa. Hij blijft altijd een ander'. De wereld bestaat immers uit 'eigen' en 'vreemd' en de Ander wordt nooit 'eigen', nooit krokodil, hoogstens boomstam, hoe hij zich ook wendt of keert.