Zekveld houdt er te vroeg mee op

Ze wonen in Amsterdam boven elkaar, Riccardo Chailly, de chef-dirigent van het Koninklijk Concertgebouworkest, en Jan Zekveld, die deze week ontslag nam als artistiek leider van dat orkest, onder andere wegens verschillen van mening met Chailly. Die hadden geleid tot 'afstandelijkheid' en twijfel aan de mogelijkheid voor een vruchtbare samenwerking.

Zekveld blijft boven Chailly wonen, zo zei hij dinsdag, toen hij de redenen voor zijn ontslag toelichtte. Erg vaak zullen ze elkaar niet tegenkomen op de trap, want de chef-dirigent is lang niet altijd in de stad. Chailly dirigeert ook in de Milanese Scala en bij andere orkesten, zoals de dirigenten van andere orkesten als gast dirigeren bij het Koninklijk Concertgebouworkest.

Maar vanaf Pasen is Chailly weer een paar weken in Amsterdam. Hij leidt dan onder andere het 'Mini-festival Riccardo Chailly', vijf concerten met muziek van Webern, Schönberg, Wagner, Stockhausen, Verbey, Dallapiccola, Varèse, Alma Mahler en Zemlinsky. Het 'Mini-festival Riccardo Chailly' is een idee van Jan Zekveld, een vervolg op de prestigieuze en zeer succesvolle mini-festivals eerder dit seizoen met Pierre Boulez en Mstislav Rostropowitsj.

De programmering - tot stand gekomen in samenwerking van Zekveld en Chailly - is ook bijzonder. Zekveld wilde Chailly, die nog slechts twee keer in het Amsterdamse Muziektheater werkte, profileren als belangrijk operadirigent. De concertant uitgevoerde eerste acte uit Wagners Die Walküre en Zemlinsky's eenakter Eine florentinische Tragödie worden nu verbonden met twintigste eeuwse muziek. Daaronder is ook de wereldpremière van instrumentaties van liederen van Alma Mahler, compositieleerlinge van Zemlinsky.

Die Alma Mahler-instrumentaties, gemaakt op verzoek van Chailly, zijn door de dirigent op het programma geplaatst. Ze vervangen enkele Zemlinsky-instrumentaties van Van Vlijmen, die al eens eerder door het Concertgebouworkest zijn uitgevoerd. Deze programmawijziging was tegen de zin van Zekveld.

En er was ook nog een conflict tussen Chailly en Van Vlijmen over de kwaliteit van een cd met een radio-opname van Rudolf Eschers Summer rites at noon, door Van Vlijmen voltooid en door Chailly gedirigeerd.

Het is onvoorstelbaar dat dit soort conflictjes, ruzietjes en verschilletjes van mening - die in de kunstwereld aan de orde van de dag zijn - een hoofdrol spelen bij de ontslagaanvraag van de alom gevierde en internationaal hogelijk gewaardeerde artistiek directeur van een wereldberoemd orkest. Het uiterst kleine incidentele belang van deze micro-affaires valt in het niet bij het doorslaggevende belang van de hoogst bijzondere en opzienbarende artistieke vernieuwing, waaraan Zekveld op verzoek van het Concertgebouworkest gestalte moest geven.

De aanstelling van Zekveld was drie jaar geleden een van de opzienbarendste benoemingen in het Nederlandse èn Europese muziekleven. Een van de belangrijkste orkesten met een zeer rijke traditie en een groot prestige ging zich na een eeuw omvormen tot een kunstinstelling die zich, net als in de eerste decennia van zijn bestaan, naast het op de beste wijze presenteren van de roem van het verleden, voor een belangrijk deel opnieuw actief zou bewegen in de sfeer van de eigentijdse muziek. Opdrachten aan belangrijke componisten, onverwachte projecten, enerverende concerten met bijzondere programma's en dat alles geleid door de beste dirigenten die dat met hart en ziel doen.

Natuurlijk heeft een ieder bij zo'n gecompliceerde en ingrijpende beleidswijziging zijn eigen hoogstpersoonlijke belangen en wensen. De ego's en de mate van eigenzinnigheid van de hoofdrolspelers zijn enorm - dirigenten èn artistiek directeuren worden er zelfs op uitgekozen.

Financiële beperkingen zijn al even vanzelfsprekend - waar ter wereld is het orkest of de opera waar de zakelijk directeur blanco cheques uitdeelt? Zakelijk directeuren worden er immers op uitgezocht om het budget verstandig te beheren.

Alle feiten en omstandigheden die Zekveld dinsdag aanvoerde als redenen om ontslag te nemen waren bekend en te voorzien toen hij drie jaar geleden zijn benoeming aanvaardde, ook de schrale subsidies. Problemen, ruzies, compromissen, tegenslagen en teleurstellingen zijn facts of life in het kunstbedrijf.

Glorievolle evenementen, inspirerende artistieke ervaringen, grensverleggende en internationaal opzienbarende initiatieven en publiek zeer succesvolle concerten zijn dat evenzeer. Dat is zeker het geval bij een fantastisch orkest in een geweldige zaal in een leuke stad met een gevarieerd intens cultureel leven en een geïnteresseerd publiek dat meestal meer dan elders openstaat voor onconventionele ideeën en een actieve, verre van pietluttige muziekpers.

Hoe moet het nu met de toekomst van het Koninklijk Concertgebouworkest? Behalve de normale problemen zijn er nu ook nog de problemen die zijn geschapen door Zekveld, die al dit weekeinde vertrekt. Het bestuur is eerst op zoek naar een tijdelijk opvolger om de lopende zaken af te handelen. Dan wordt gezocht naar een definitieve opvolger, die zal worden geconfronteerd met een door Zekveld opgesteld beleidsplan voor de komende vier jaar.

Wil een nieuwe artistiek directeur van belang dat artistieke beleid ongewijzigd uitvoeren, zonder eigen ideeën te propageren? En hoe kan dat in de negatieve sfeer, die door Zekveld rond het orkest is geschapen? Nu is er het beeld dat er nauwelijks iets kan, dat bijna niemand echt iets leuks wil, dat in het Concertgebouw de commercie de boventoon voert. Zelf strijdt het orkest daar tegen door het rijk en Amsterdam nadrukkelijk meer subsidie te vragen en het belang van de gewenste vernieuwingen duidelijk te motiveren.

Het was beter als Jan Zekveld, misschien ondanks wat persoonlijke problemen, zich eens had vermand. Als hij niet, al voor in september het resultaat van de komende Haagse besluitvorming duidelijk is, na drie jaar was vertrokken, maar eerst eens minstens tien jaar op zijn post was gebleven. Als hij een grote mate van ruimhartigheid had betracht, ruzietjes onmiddellijk had uitgepraat en achter zich had gelaten. Als hij, ondanks alles, in een interessante periode een aantal hoogst bijzondere gebeurtenissen had toegevoegd aan het roemruchte verleden van het Concertgebouworkest.