Waterschappen

E.J. Bomhoff is slecht op de hoogte van de Nederlandse staatsinrichting en de rol van de waterschappen hierin. Dit blijkt uit zijn column 'Schrap het Schap' in de krant van 25 maart.

Hij gooit bedrijfsverenigingen, GAK, waterschappen, landbouwschap en Kamer van Koophandel op één hoop. Hij denkt dat dit stuk voor stuk organisaties zijn waarvan “iedereen verplicht lid is” en waar “veel contribuanten niets te vertellen hebben”. Dat ze “beter kunnen verdwijnen”, illustreert hij met verhalen over het Hoofdbedrijfschap Ambachten, een Tilburgs rapport, het GAK en het CTSV.

Het is niet verwonderlijk dat Bomhoff in zijn column de waterschappen verder niet meer noemt. Ze horen namelijk niet thuis in zijn 'rijtje'.

Waterschappen zijn de oudste vorm van openbaar bestuur in Nederland. De op dit moment 85 waterschappen zijn overheden, net als gemeenten en provincies. Ze hebben echter 'maar' één taak: de waterstaat in een bepaald gebied. Waterschappen zorgen kortom voor droge voeten (door middel van dijken, gemalen e.d.) en schoon water (door het beheer van installaties om rioolwater te zuiveren en watervervuiling tegen te gaan). Sommige waterschappen zijn ook belast met het (vaar)wegenbeheer. Waterschappen zijn zelfstandig en hebben eigen bevoegdheden, waaronder het heffen van belastingen. Het waterschapsbestuur stelt de hoogte van de belastingtarieven vast. De provincies houden toezicht op het werk en de financiën van de waterschappen.

Lid worden van een waterschap is dus onmogelijk en waterschappen kennen geen contribuanten. De bestuurlijke en financiële structuur van het waterschap is vastgesteld volgens het beginsel 'belang-betaling-zeggenschap'. Alle burgers (ofwel ingezetenen) in Nederland die belang hebben bij het werk van het waterschap betalen daar via de waterschapsbelastingen aan mee. Bovendien hebben ze de mogelijkheid invloed uit te oefenen op het waterschapsbestuur en kunnen zij zich daarvoor verkiesbaar stellen.