Slavenhoudende Surinaamse; Maarten Mourik is dichter en voormalig ambassadeur voor Internationale en Culturele samenwerking bij de Unesco

CYNTHIA MC LEOD: Elisabeth Samson. Een vrije zwarte vrouw in het achttiende-eeuwse Suriname

177 blz., Conserve 1996, ƒ 29,95

Cynthia Mc Leod (Paramaribo, 1936) debuteerde in 1987 met de roman Hoe duur was de suiker. De Surinaamse uitgave werd in eigen land een groot succes; de Nederlandse editie (1995) bevestigde dat overtuigend. Dit voorjaar verschenen twee nieuwe werken van haar hand: de historische roman Ma Rochelle passée. Welkom El Dorado, en de hier besproken studie, de vrucht van jarenlang wetenschappelijk onderzoek, grotendeels verricht in Nederlandse archieven.

Gelukkig heeft de schrijfster haar aanvankelijke opzet, ook over Elisabeth Samson een roman te schrijven, laten varen. Immers, voor het leven van die vrouw, de eerste zwarte Surinaamse die een blanke man trouwde, geldt dat 'La réalité dépasse l'imagination'.

Een studie gebaseerd op gerechtelijke en andere officiële documenten, op testamentaire beschikkingen en notariële inventarisstaten kan uiteraard niet een psychologisch portret opleveren. We komen dan ook maar zeer ten dele achter de drijfveren die Elisabeth Samson aanzetten om het op te nemen tegen het door blanke kolonisten beheerste openbare gezag en - wat waarschijnlijk nog meer moed vereiste - tegen alle, vooral racistische, vooroordelen van haar tijd en haar omgeving. Maar uit een berg van archiefstukken is toch het beeld opgerezen van een bijzondere persoonlijkheid, een geëmancipeerde vrouw avant la lettre, die in staat was zelfs binnen een slavenmaatschappij een belangrijke positie te veroveren.

Vermogen

Goed, zij had het een en ander mee. Ze was vrij geboren en erfde al jong een paar plantages. Ze was christen en kon lezen en schrijven. Bovenal: ze erfde een aanzienlijk vermogen van een vooraanstaande blanke met wie ze meer dan tien jaar had samengeleefd, maar met wie ze wegens zijn overheidsbaan niet kon trouwen. En ook de economie van Suriname was er in haar tijd goed aan toe. Inclusief genoemde erfenis omvatte haar vermogen in 1762 ongeveer 200.000 gulden (van toen). Toen zij stierf, in 1771, liet zij ruim een miljoen na, in hedendaagse waarde uitgedrukt waarschijnlijk enkele tientallen miljoenen. Maar al waren de omstandigheden gunstig, zonder haar energie en doorzettingsvermogen, administratieve kennis, zakelijk inzicht en handelsgeest zou haar vermogen zich niet in minder dan tien jaar hebben kunnen vervijfvoudigen.

Echter, wat haar bij alle commerciële succes moet hebben blijven steken, dat was haar lage sociale status als zwarte negerin (hoe lichter de huidskleur, des te groter de maatschappelijke mogelijkheden, een omstandigheid die tot voor kort nog gold) en als gewezen concubine, wat haar door de officiële moraal tot hoer degradeerde. Vandaar dat zij zich in 1764 met een blanke man, een zekere Braband, koster/organist van de Gereformeerde Kerk, bij de commissarissen van huwelijkszaken vervoegde, om aangifte te doen van een voorgenomen huwelijk.

Precedent

De commissarissen wisten geen raad met de zaak, schoven die door naar de gouverneur en de Raad van Politie en Justitie, het hoogste gekozen bestuursorgaan in de kolonie. Ook die kwam er niet uit en besloot de zaak voor te leggen aan zijn superieuren in Holland. In een lange brief werden de voors en tegens van het voorgenomen huwelijk opgesomd. Als grootste voordeel zagen de heren dat langs deze weg een zeer aanzienlijk vermogen aan de blanke gemeenschap zou toevallen. Als grootste nadeel dat het huwelijk een precedent zou scheppen waarop zich ook wel eens blanke 'wellustige' vrouwen zouden kunnen beroepen die met een neger wilden trouwen, wat 'volgens Gods wet sondig en incestueus' zou zijn. Intussen hadden de betrokkenen rechtstreeks een rekest aan de Staten-Generaal gestuurd. Die beslisten na drie jaar dat er in Holland geen wet bestond die het huwelijk tussen blank en zwart verbood. Voor Braband kwam deze uitspraak te laat: hij was een jaar eerder gestorven. Maar Elisabeth gaf het niet op. Ze kwam opnieuw met een huwelijkskandidaat aanzetten, 22 jaar jonger dan zij, en kreeg uiteindelijk haar zin. Drie jaar later stierf zij als Elisabeth Zobre-Samson, 55 jaar oud. Haar man, die bij haar een goed leventje gehad moet hebben en een miljoenenerfenis incasseerde, heeft het blijkbaar niet nodig gevonden haar graf van een zerk te voorzien.

De studie van Mc Leod is niet alleen een verdiend monument voor een fenomenale vrouw, het is ook een rijke bron van kennis over het leven in onze Westindische koloniën. Over een maatschappij waar alle voorspoed, ook die van Elisabeth Samson, alleen door de harde uitbuiting van slaven kon worden behaald. Zij bezat er honderden.