Schrille salvo's

THIJS WÖLTGENS: De Neezeggers of De politieke gevolgen van het economisch liberalisme

137 blz., Prometheus 1996, ƒ 24,90

In Kerkrade staat een kanon gericht op de wereld. Het doelwit is het economisch liberalisme waar dan ook en de schutter heet Thijs Wöltgens. De salvo's die hij afvuurt zijn meedogenloos: “Het neoliberalisme is een totalitair geloof, het vermoordt de democratie en het bevordert hebzucht en ongelijkheid.” Dat is krasse taal, en zo is het ook bedoeld. De meester van de ironie heeft zijn mildheid afgelegd. Wöltgens is boos op de politiek-economische leer, die in Nederland en daarbuiten domineert en zijn idealen - de sociale verzorgingsstaat met gelijke kansen en evenwichtige inkomensverdeling - zou vernietigen.

Woede is meestal de vijand van de redelijkheid. Zo ook bij de econoom Wöltgens. De voormalige beroepspoliticus lijkt zich fors te overschreeuwen. Natuurlijk surfen de volgelingen van Hayek - van Thatcher tot Bolkestein - op de golven van een meegaand tij. En zeker is dat de sociaal-democratie in Noordwest-Europa de afgelopen decennia fors terrein heeft verloren. Maar dat de barbaren inmiddels onder ons zijn, de democratie onthalsd is en het egoïsme het overheersende sentiment is geworden, lijkt zwaar overdreven. Wat hij beschrijft is eerder een imaginaire horror-story dan een nuchtere analyse van de werkelijkheid.

Wöltgens heeft welbewust gekozen voor de schrille toon. De deeltijd-politicus (Senaat) en fulltime bestuurder (Kerkrade) heeft zijn visie de vorm gegeven van een pamflet; een vorm die hem, anders dan in vorige levens als scherpzinnig analyticus en beredeneerd politicus, grote vrijheid geeft, de vrijheid van de overdrijving. De koelte van de analyse heeft plaats gemaakt voor de emotie van de aanklacht. Zijn 'J'accuse' van het neoliberalisme gaat als volgt: neoliberalisme met zijn absolute geloof in de werking van de markt holt de rol van de staat uit. En de overheid als counterveiling power tegenover de macht van het kapitaal wordt welbewust geminimaliseerd. De markt brengt burgers geen grotere vrijheid, maar juist onvrijheid: ze dwingt burgers zich voortdurend aan te passen aan de wetmatigheden van de markt. En het marktmechanisme, zo weet Wöltgens, “is blind als het lot”.

Neoliberaal beleid leidt tot grote inkomensongelijkheid, die de sociale cohesie in de samenleving ondermijnt, terwijl tegelijk de mondiale werking van de financiële markten - Wöltgens spreekt over de Internationale van het Geld - de rijken tot fiscale wereldburgers maakt. Zij vestigen zich overal, behalve in Nederland.

Wöltgens noemt dat 'het verraad van de elite'. “Zij verhuist naar België of vestigt zich in Monaco, spaart in Luxemburg en laat de winsten in de Antillen neerslaan.” Dit fiscale gedrag leidt er toe dat herverdeling van inkomens in eigen land onmogelijk wordt: de rijken hebben hun geld elders, de armen groeien in aantal en daartussen moeten de middengroepen het gelag betalen, iets wat zij in toenemende mate weigeren.

Zo is de cirkel rond: de sociale verzorgingsstaat brokkelt af en burgers aan de onderkant van de samenleving keren zich massaal af van de overheid, ja ook van de democratie. De verliezers stemmen niet meer, wat ontstaat is een 'apartheids-democratie', waarin de rijken het voor het zeggen hebben: de markt heeft de rol van de stembus overgenomen. Het is duidelijk: Wöltgens beschrijft niet wat hij ziet, op zijn best wat hij vreest. Hij overdrijft welbewust. Hij wil shockeren, wakkerschudden en een beproefde methode is dan om een spookbeeld op te roepen.

De econoom Wöltgens wil behoud van de gemengde economie, een economie met een stevige rol voor de overheid - ook wel het Rijnlandse model genoemd. De sociaal-democraat wil behoud van de verzorgingsstaat, een model waarin volgens hem in de naoorlogse geschiedenis - hij noemt de periode van '50 tot '80 - de beste prestaties zijn geleverd. Hij is zo voluit de politieke zoon van de 'verdeel-socialist' Joop den Uyl. Daarmee staat hij tegelijk tegenover de 'aanpassings-socialist' Wim Kok. Zijn beoordeling van de laatste is weinig vleiend. Met de wijze waarop Kok als premier van de paarse coalitie opereert, kan volgens Wöltgens “zelfs de meest rabiate anti-socialist leven”.

Het is de vraag of de man, die al zo lang is genomineerd om het volgende beginselprogramma van de Partij van de Arbeid te schrijven, de kans krijgt zijn pamflet uit te werken in een redelijk vorm. Of het pamflet eerst zijn functie van shock-therapie voor diezelfde Partij van de Arbeid zal vervullen, valt te betwijfelen. Daarvoor is de PvdA momenteel te veel de gevangene van haar succesvolle coalitieleider, en daarmee ook van liberale belangen. Of Wöltgens met De Neezeggers de neoliberalen in eigen kring de mond weet te snoeren, lijkt dan ook niet waarschijnlijk. Nieuwe generaties zijn hem als klassieke sociaal-democraat inmiddels voorbij gegaan, die laten zich niet zomaar opzij zetten. Vooralsnog lijkt het pamflet mooi propagandamateriaal voor de kameraden op de linkerflank: de Socialistische Partij zal er ongetwijfeld raad mee weten.