Ramsey Nasr: er is niets sprookjesachtigs aan toneel; Caligula versus Scipio in nieuwe voorstelling van Het Zuidelijk Toneel

De 22-jarige Ramsey Nasr is pas afgestudeerd, maar sinds dit jaar is hij verbonden aan Het Zuidelijk Toneel. Hij speelt Scipio in Caligula van Camus, een voorstelling die gisteravond in Eindhoven in première ging.

EINDHOVEN, 30 MAART. “Ik vergelijk wat ik gedaan heb vaak met de prestaties van andere mensen op mijn leeftijd. Sjostakovitsj had op twintigjarige leeftijd zijn eerste symfonie voltooid; ik wilde vóor m'n eenentwintigste verjaardag een monoloog geschreven hebben”, zegt acteur Ramsey Nasr (22). In het vierde jaar van zijn theateropleiding aan de Studio Herman Teirlinck in Antwerpen schreef Nasr De doorspeler, een tekst die hij zelf speelde en regisseerde. Met een camera die tijdens de repetities zijn verrichtingen registreerde kon hij achteraf zijn eigen spel bekijken en bekritiseren.

Ramsey Nasr, een in Rotterdam opgegroeide zoon van een Palestijnse vader en een Nederlandse moeder, noemt het 'een ongelooflijk voordeel' dat zijn monoloog goed ontvangen werd. Hij kreeg er zelfvertrouwen door. Hij trad op in twee opera's en in de film Frans en Duits van Orlow Seunke, hij speelde toneel en kreeg in 1994 van Ivo van Hove, artistiek leider van Het Zuidelijk Toneel, een contract aangeboden.

Sinds hij dit seizoen bij het gezelschap in vaste dienst is, speelde hij rollen in De Cenci van Shelley, in Shakespeares Maat voor Maat en nu in Caligula, een stuk van Camus over de legendarische Romeinse keizer die aanvankelijk bekend stond als een gematigd heerser maar later een tot waanzin gedreven tiran werd. Camus schreef verschillende versies van het stuk; Ivo van Hove regisseert de hier nooit opgevoerde versie uit 1941, in de vertaling van de Vlaamse dichter Leonard Nolens, waarin de nadruk ligt op de existentiële crisis van Caligula.

Nasr: “Volgens Camus is er geen hoop. Het absurde is voor hem het idee dat de mens zin probeert te geven aan een wereld die geen zin heeft. In zijn visie op het absurde is de revolte belangrijk: je moet niet berusten maar juist geluk zien te scheppen in een volledig ongelukkige wereld.”

Caligula en de figuur Scipio, gespeeld door Nasr, zijn de personages die een vorm van de absurde mens belichamen. Caligula kiest volgens Nasr voor de negatieve revolte: hij ziet dat het leven geen zin heeft en doodt naar willekeur. “Hij zoekt liefdeloze eenzaamheid en streeft naar vrijheid ten koste van anderen. Scipio ziet ook dat het leven geen zin heeft, maar hij probeert juist vrijheid te scheppen met respect voor zijn medemens. Ik speel voor het eerst een rol waar ik kracht uit put.

“Als je de filosofie van Camus bestudeert en in dezelfde tijd Kids van Larry Clark ziet, een film over een liefdeloze wereld die zonder warmte of verlangen is gemaakt, dan ga je geloven dat er geen hoop is. Camus ziet dat als iets positiefs, maar ik begrijp dat niet goed. Ik verlang naar idealisme.”

Nasr, die naar zijn zeggen pas aan het eind van repetitie-periode het stuk en zijn rol begon te doorzien, denkt hardop na als hij over Caligula praat. Hij kiest zijn woorden met evenveel zorg als hij op toneel die van Scipio uitspreekt. Hij zal dan ook nog geen komma afwijken van de oorspronkelijke tekst, hij is tegen een vrije benadering die spreektaal maakt van het geschrevene.

“Ik ben voor het kunstmatige in het toneel. Actualisering van een stuk heeft volgens mij geen zin als je dat alleen met uiterlijke tekens opdringt. Ik hou van soberheid. Op een leeg podium iets vertellen is prachtig. Ik wil zo min mogelijk techniek, terwijl in de voorstellingen van Het Zuidelijk Toneel de scenografische aanpak vaak belangrijk is.

“Toch zal ik nooit zoals Ivo van Hove door een tekst heen kunnen kijken, ik zie het niet voor me. Ik lees toneel niet als een regisseur - als ik het doe is het vanwege de taal die zo prachtig is, zoals in Torquato Tasso, in de vertaling van Boutens. Het is poëzie en volgens mij behoren poëzie en muziek tot de hoogste kunsten.

“Als ik speel weet ik van seconde tot seconde wat ik sta te doen, maar het publiek ziet niet wat ik denk. Je belazert het. Er is niets sprookjesachtigs aan toneel. Toch doe je alsof het dat wel is en dat gaat me misschien wel goed af. De dingen die ik doe zijn me tot nog toe altijd komen aanwaaien. Het gaat me goed, hoewel ik net een tegenslag heb gehad: ik was gevraagd voor een rol in de speelfilm Karakter maar bij de tweede of derde selectieronde viel ik af. Het is ook wel goed te weten dat je niet alles kunt.”