Meer gezamenlijk optreden; Eurotop geeft werkloosheid meer voorrang

TURIJN, 30 maart. Stimulering van de werkgelegenheid wordt de komende tijd een hoofdthema op de politieke agenda van de Europese Unie. De regeringsleiders van de vijftien EU-lidstaten hebben dat gisteren besloten op hun Europese top in Turijn.

Het besluit betekent dat binnen de EU de voorstanders van een meer gezamenlijke Europese aanpak van de werkloosheid terrein winnen. Zij willen dit onder andere realiseren door financiering via Brussel van grote transeuropese netwerken. Met name Nederland, Groot-Brittannië en Duitsland staan huiverig tegenover een dergelijke benadering. Zij vinden dat het sociale beleid en het werkgelegenheidsbeleid in de eerste plaats de verantwoordelijkheid is van de individuele lidstaten. “We moeten oppassen dat we onze problemen niet gaan doorschuiven naar Europa en Europa vervolgens tot zondebok gaan maken”, zei premier Kok gisteren na afloop van de bijeenkomst in Turijn.

Ondanks die bezwaren lijken de meeste lidstaten er inmiddels van overtuigd dat, parallel aan de totstandkoming van de Europese monetaire unie (EMU) en gelijktijdig met de beraadslagingen in het kader van de intergouvermentele conferentie (IGC) over herziening van het Verdrag van Maastricht, gesproken moet worden over een Europese agenda voor werkgelegenheid.

Op de komende Europese top in juni in Florence zullen daarover nadere afspraken worden gemaakt.

Premier Kok stelde gisteren drie voorwaarden bij de ontplooiing van werkgelegenheidsinitiatieven op Europees niveau: ze mogen de EMU-criteria niet ondermijnen, er mag niet meer geld vanuit de lidstaten naar Brussel vloeien en er mogen geen nieuwe competenties worden gegeven aan Brussel.

Daarmee zet Kok in feite de rem op voorstellen van voorzitter Jacques Santer van de Europese Commissie om financiële middelen uit de overschotten van de EU-begroting te gebruiken voor onder andere transeuropese netwerken. Kok wil dat geld terughebben.

Het besluit om werkgelegenheid tot “prioriteit” van het Europese politieke agenda te maken, betekent een steun in de rug van onder andere Zweden en van de Franse president Chirac. De laatste presenteerde de regeringsleiders gisteren een memorandum waarin staat dat “werkgelegenheid een beslissende voorwaarde moet worden voor alle Europese initiatieven en uitgaven”. Chirac pleit onder andere voor een gemeenschappelijk verdrag over economische en sociale rechten.

Na afloop van de top in Turijn zei de Franse president dat de intergouvermentele conferentie over de herziening van het Verdrag van Maastricht niet tot doel heeft het werkloosheidsprobleem op te lossen. Dat onderwerp staat immers niet in het verdrag. Maar het probleem is wel zo zwaarwegend, dat “je niet bijeen kunt komen zonder er over te praten”. Chirac wil voor middelgrote en kleine bedrijven steunen.

Chirac waarschuwde daarnaast voor de gevaren van steeds verdergaande “globalisering”. “Globalisering mag niet leiden tot uitsluiting.” Eerder deze week hield Chirac al een fel pleidooi voor “een sociaal Europa” in het dagblad Libération.