Medaille wordt in Atlanta met premie beloond

AMSTERDAM, 30 MAART. Nederlandse medaillewinnaars zullen bij de Olympische Spelen in Atlanta financieel worden beloond. De hoogte van de premies staat nog niet vast, maar NOC*NSF denkt in de richting van 50.000 gulden voor een gouden medaille. Een zilveren en een bronzen medaille zullen minder opleveren. Succesvolle teamsporters ontvangen waarschijnlijk een kwart van de premie van individuele prijswinnaars.

NOC*NSF hoopt binnenkort het plan van de bonussen te presenteren. NOC*NSF-voorzitter Wouter Huibregtsen spreekt van “een voorzichtig begin”. Over de bedragen zegt hij: “Het moet aantrekkelijk zijn, maar ook weer niet obsceen.” De Nederlandse chef de mission André Bolhuis denkt dat het premiestelsel “prestatie-bevorderend” zal werken.

Het Nederlandse plan komt in navolging van alle grote sportlanden - van de Verenigde Staten tot Spanje - die al een premiestelsel voor medaillewinnaars hebben. Een groep sponsors uit het bedrijfsleven zal de benodigde financiën gaan opbrengen. Huibregtsen vindt niet dat overheidsgeld voor het premiestelsel kan worden gebruikt. Dat zou slecht kunnen vallen bij de publieke opinie, zegt de voorzitter. “Zo'n premie is de slagroom op de taart. Maar men denkt hier en daar toch al dat topsporters het te makkelijk hebben.”

Huibregtsen stond zelf lange tijd sceptisch tegenover het belonen van olympische medaillewinnaars. Hij vroeg zich af of niet juist de sportmensen die buiten de prijzen vallen een extra premie moeten krijgen, omdat zij nauwelijks voor hun inspanningen worden gehonoreerd. Maar Huibregtsen is tot de conclusie gekomen dat het bij de ontwikkeling in de sport hoort om te betalen voor goud, zilver en brons. “Er is in de wereld een sterke drang naar nationale prestaties. De mensen identificeren zich met de succesvolle sporters. Daar mag dus best wel wat tegenover staan.”

Huibregtsen ziet in het invoeren van het premiestelsel tevens een mogelijkheid om de leden van de olympische ploeg via een contract aan NOC*NSF te binden. Wie straks in Atlanta in aanmerking wil komen voor een winstpremie, zal een verklaring moeten tekenen waarin hij beloofd zich na de geleverde prestatie aan bepaalde spelregels te houden. Volgens Huibregtsen zal de gewenste tegenprestatie verre van overdreven zijn. “Het zal misschien gaan om één gezamenlijk optreden en één grote advertentie in de bladen.”

Een eerdere poging om tot een samenwerkingsovereenkomst tussen NOC*NSF en de olympische sporters te komen, is mislukt. De atleten weigerden het onlangs voorgelegde contract te tekenen omdat het in hun ogen te veel beperkingen bevatte. Dat heeft NOC*NSF erkend. Op Papendal wordt momenteel gewerkt aan een nieuwe overeenkomst, die per bond of per individu kan worden aangepast.

NOC*NSF zegt de individuele belangen van de sporters niet te willen belemmeren. Bij de sportkoepel bestaat echter de vrees dat een atleet, die steun heeft gekregen van NOC*NSF, na een aansprekende prestatie met een plotseling opduikende sponsor in zee gaat en het verleden vergeet.

Daarmee zouden de sponsors van de sportkoepel tekort worden gedaan. Huibregtsen spreekt daarom over “het bouwwerk beschermen”. Maar het blijkt bijna onmogelijk te zijn om daarover goede afspraken op papier te zetten. Een verbintenis tussen beide partijen over het vergoedingssysteem voor medailles, is een mogelijke oplossing.

Chef de mission André Bolhuis is blij dat medailles beloond gaan worden. De ex-hockeyer lanceerde in oktober intern al een plan, maar daar was op dat moment nog geen geld voor beschikbaar. “Als een sporter weet dat hij een flink bedrag kan verdienen, gaat hij misschien nog meer investeren in zijn voorbereiding. Dus hoe eerder hij het weet, hoe beter.”

Het zal aan de medaille-oogst in Atlanta liggen hoe veel het nieuwe premiestelsel de sponsors zal gaan kosten. De optimistische Huibregtsen voorspelt dat de komende Olympische Spelen voor Nederland “een van de succesvolste” uit de historie zullen worden. Bolhuis heeft in een eerder stadium al gezegd dat hij tevreden zou zijn met hetzelfde aantal medailles als vier jaar geleden in Barcelona.

In 1992 behaalde de Nederlandse ploeg vijftien medailles: twee gouden, zes zilveren en zeven bronzen. Slechts drie keer eerder werden er meer prijzen in de wacht gesleept, in 1928 (negentien medailles: 6-9-4), in 1936 (zeventien: 6-4-7) en in 1948 (zestien: 5-2-9).

Het verschil met vroeger is dat er toen veel minder deelnemers en veel minder landen meededen dan nu. In Amsterdam waren in 1928 3.014 sporters actief uit 46 landen, in Barcelona 10.117 sporters uit 171 landen. Daarom noemt chef de mission Bolhuis de oogst in 1992 “fabelachtig hoog”. “Het zal in Atlanta nog moeilijker worden om succes te boeken. Er doen daar nog meer landen mee.”