Klussen met een hypotheek

“Op mijn huis van ooit twee ton loopt een spaarhypotheek; een combinatie van hypotheek en kapitaalverzekering om de aflossing bij elkaar te sparen. Thans is het huis, mede door een verbouwing van 30.000 gulden, 250 tot 275.000 waard. Die hypotheekvrije ruimte wil ik gebruiken om nog een hypotheek af te sluiten en daarvan weer te verbouwen. Dat lijkt een goede investering, omdat je bij deze rentestand goedkoop geld aan kunt trekken.”

De meester-klusser uit Uitgeest vroeg drie deskundigen raad: de bank/verzekeraar van zijn eerste hypotheek, de vereniging Eigen Huis en een financieel adviesbureau. “Zelden ben ik geconfronteerd met zoveel tegengestelde opinies”, klaagt hij. “Wat nu?”

De verzekeraar stelt een niet-aflosbare hypotheek voor. Om de schuld af te lossen wordt 20 jaar lang periodiek een bedrag gestort in een beleggingsfonds van de bank. De slotuitkering van dit plan is belastingvrij, omdat het aan enkele fiscale voorwaarden voldoet. Zo'n plan heet een beleggingshypotheek.

“Statistisch gezien, zegt de verzekeraar, moet deze belegging u over 20 jaar voldoende opbrengen voor de aflossing. De eventuele meerwaarde kunt u storten voor een lijfrente.” Een prima advies, althans voor de verzekeraar. Hij verkoopt vijf 'produkten': een hypotheek, een verzekering waarvan de verzekerde zelf het (beleggings)risico draagt, zijn beleggingsfonds, een overlijdensverzekering, straks een lijfrenteverzekering en mogelijk als zesde de vrijstelling van premiebetaling bij arbeidsongeschiktheid.

Eigen Huis noemt beleggingshypotheken haar maandblad De woonconsument een 'puinhoop' vanwege de vele soorten verborgen kosten en het onzekere resultaat van beleggingen. Op zich is die onzekerheid geen bezwaar, maar bij een beleggingshypotheek moet je belegd kapitaal groot genoeg zijn op het moment dat de hypotheek vervalt en er geld op tafel moet komen. Een slechte periode op de beurs komt dan slecht uit. Daarom adviseert Eigen Huis de spaarhypotheek. Die biedt zekerheid op het juiste moment tegen lage kosten.

Dit advies is niet bijzonder strijdig met dat van de verzekeraar. Eigen Huis vervangt slechts beleggen door sparen en noemt geen lijfrente, omdat de spaarhypotheek als regel geen meerwaarde uitkeert maar precies aansluit op de hypotheekschuld.

De financiële adviseur weet van wanten: “U neemt een maximale aflossingsvrije hypotheek, meer dan nodig voor de verbouwing, en stort een deel van het ontvangen geld als hoge aanbetaling voor een lijfrenteverzekering. Met de terugontvangen inkomstenbelasting op die storting betaalt u de volgende premies. Op deze wijze bouwt u een oudedagsvoorziening op, krijgt u een forse aftrek van belasting en beschikt u over de gewenst middelen voor de verbouwing.”

Wat is er mis met dit advies? Van alles: het is alsof je bij de kapper zit om je bijna kale kop te laten knippen en je na een half uur weer buiten staat met een toupet, verstelde schoenen en een nieuwe bril. En waarmee los je die hypotheek eigenlijk af? De briefschrijver wil alleen maar een beetje geld om zijn huis op te knappen. Meer niet. Daar verdienen bemiddelaars weinig aan. Dus stellen ze als extraatje een oudedagsvoorziening voor, hoewel dat niet gevraagd wordt. Deze adviseur is vooral druk met zijn eigen financiële planning.

Wat nu? Terug naar het begin. Wordt dat huis door die tweede verbouwing echt zoveel meer waard? Of denkt de lezer dat in zijn optimisme? Je weet toch pas hoeveel een huis waard is wanneer je bij de notaris zit en de koper zijn aankoopsom op tafel legt. Is zo'n tweede hypotheek niet een te zware last? Laten we veronderstellen van niet. Wat dan?

Het advies van Eigen Huis, een spaarhypotheek, is goed. Meer hoeft niet, maar als de klusser zich interesseert voor beleggen en geld over heeft, kan hij overwegen iedere maand automatisch een vast bedrag, zeg 100 gulden of 200 gulden, in een aandelenbeleggingsfonds stoppen, daar verder niet naar om te kijken en het saldo jaren te laten rijpen. Zo bouwt hij in eigen beheer, zonder gezeur van de belasting en allelei beperkende regels, een flexibele voorziening voor later op. Of: als de familieleden nog eens warm beginnen te lopen voor een derde face-lift van het huis, hoeven ze geen derde hypotheek af te sluiten, maar betalen ze de plastisch chirurg/bouwvakker uit eigen beleggingen.