'Kedichem' keerpunt voor extreem-rechts èn -links

Precies tien jaar geleden kwamen de Centrumdemocraten en de toenmalige Centrumpartij bijeen in het Zuidhollandse dorp Kedichem. Een confrontatie met antifascisten ontaardde in een veldslag. CD en CP'86 demonstreren vandaag in Leerdam. Molukse omwonenden hebben opgeroepen tot een tegenactie.

Het Tweede-Kamerlid Wil Schuurman (CD) pakt een zakdoek uit haar handtas. “Ik ben geen slachtoffer”, had ze tien minuten geleden nog gezegd. “Ik ben dan wel mijn been kwijt, maar ik ben niet bij de pakken neer gaan zitten.” Nu bet ze haar betraande ogen met een witte zakdoek. “Ik vraag me wel eens af: waarom moest mij dit gebeuren? Ik heb vreselijke fantoompijnen in het geamputeerde been. Het voelt alsof iemand met vleeshaken de pees uit elkaar haalt in het been dat ik niet meer heb. Dat is de grootste straf.”

De 'Slag bij Kedichem'. Zo noemen links- en rechtsradicalen de confrontatie tussen de kopstukken van extreem-rechtse partijen en zo'n tweehonderd antifascisten tien jaar geleden. In het Zuidhollandse dorp kwamen op zaterdag 28 maart 1986 de Centrumdemocraten en de toenmalige Centrumpartij bijeen. Ze vergaderden in hotel Cosmopolite over een mogelijke fusie. Antifascisten kwamen daartegen in actie. Zij gooiden een rookbom naar binnen. Het hotel brandde af. Wil Schuurman verloor na een sprong uit het brandende pand haar been.

De dag betekende een omslag in de linksradicale en ook in de ultrarechtse beweging. Het geweld vormde de splijtzwam. De CP voelde zich na de Slag bij Kedichem gesterkt in haar gewelddadige lijn. De CD daarentegen stond voor een meer gematigde, politieke aanpak, waardoor de voorgenomen fusie afketste. En ook de krakersbeweging uit Amsterdam, belangrijke motor achter de protestactie, raakte verder verdeeld. Voor degenen die geweld verafschuwden was Kedichem een stap te ver.

Die mening deelde ex-kraker Frank niet. “Geweld moet je met geweld bestrijden”, zegt hij. Tien jaar later is de voormalig kraker uit de Amsterdamse Staatsliedenbuurt nog altijd gekleed in een zwarte strakke broek en een zwart T-shirt. Zijn armen zijn versierd met tatoeages. Op de grond spelen zijn twee zoontjes. “Het was de tijdgeest. We waren solidair met mensen die het minder hadden, lieten overal onze stem horen. We blokkeerden de installatie van extreem-rechtse gemeenteraadsleden, overvielen de bibliotheek van Zuid Afrika, waren actief in het uitkeringsfront. Ik was een allround actievoerder.”

Zaterdag 28 maart 1986 is voor de actievoerder-van-beroep een werkdag als alle andere. Hij moet de fusiebesprekingen tussen de CD en CP verstoren. Doordat de kraakbeweging is geïnfiltreerd in de extreem-rechtse partijen weet Frank van de vergadering tussen de CD en CP. Alleen plaats en tijdstip zijn onbekend. 's Ochtends is hij zenuwachtiger dan anders. De afgelopen maanden hebben skinheads en CP-aanhangers regelmatig gevochten met krakers. Daar is het niet zachtzinnig toegegaan.

Die ochtend vertrekt Frank met andere krakers in een gehuurd busje naar een kraakpand aan de Witte Vrouwensingel, het verzamelpunt in Utrecht. Daar drinken de krakers in afwachting van de actie hun flesjes Grolsch. Halverwege de middag komt in het Utrechtse kraakpand 'eindelijk' het signaal: de rechtsradicalen vergaderen in de buurt van Leerdam. In een busje “met kratten vol rookbommen” vertrekt Frank naar het station in Leerdam.

Op hetzelfde moment rijdt Wil Schuurman met haar echtgenoot, de secretaris van de CD en partijleider Hans Janmaat, over de dijk naar Kedichem. Ze kijkt over het vlakke land. Plots ziet ze tientallen mannen en vrouwen met helmen, bivakmutsen en knuppels. “Stop”, roept ze geschrokken. Maar als ze omkijkt, ziet ze niemand. Had ze een vooruitziende blik? “Ik heb een waarschuwing gehad maar heb die in de wind geslagen”, zegt ze stellig.

De vergadering in hotel Cosmopolite is net begonnen als twee politiemannen de zaal binnenstormen. “Jullie moeten vertrekken”, delen ze de circa veertig aanwezige leden van CD en CP mee. “Over de dijk komt een stoet van tweehonderd antifascisten aan.” Buiten horen de extreem-rechtsen ronkende motoren, dichtslaande deuren en geschreeuw. Voor de ramen verschijnen de eerste actievoerders. Al snel vliegen verfbommetjes tegen de gevel en gooien de demonstranten stenen naar binnen. CD'ers en CP'ers beantwoorden de aanval door de stenen en asbakken terug te gooien. Ze rukken poten van de stoelen af om zich te 'verdedigen'.

Frank hoort bij de eerste groep die het hotel over de smalle dijk bereikt. Hij verwacht ordediensten van de Centrumpartij maar later zal blijken dat de partij haar bewaking thuis heeft gelaten; waarom is nog altijd niet duidelijk. De antifascisten zijn echter “op het ergste voorbereid” zoals Frank zegt. Zelf heeft hij een rookbom in zijn zak, die hij niet naar binnen gooit. “Dat was niet meer nodig.” Later werpt hij het ding in de sloot - uit angst dat de politie hem zal arresteren met de bom op zak.

Uit rapporten van politie en justitie die daags na de brand worden opgesteld, blijkt dat de antifascisten zich fors hadden 'bewapend'. In een busje vinden agenten een priem, een wapenstok, twee kettingen, een bivakmuts, zes helmen en een spuitbus met koppenreiniger. Die spuitbus, zal scheikundige Jan Vlogtman van het gerechtelijk laboratorium van het ministerie van Justitie later constateren, bevat geen reinigingsmiddel. Het etiket is geplakt over het oorspronkelijke opschrift 'KO gas 5001'. Dit behoort volgens Vlogtman “tot de middelen die personen gedurende een bepaalde periode kunnen uitschakelen”.

De scheikundige noteert verder: een kartonnen poedersuikerbus met gele tape en wit poeder, brandspiritus uit een jerrycan, een groene draagtas met inhoud (o.a. een doosje met opschrift buskruit). Het witte poeder en lont in onder andere de poedersuikerbus kunnen “met behulp van een hete naald voor een regelmatig verlopende witte rookontwikkeling zorgen”.

De witte rook van de rookbommen stijgt snel op uit hotel Cosmopolite. De rook wordt zwart als een gordijn vlam vat. Een van de rookbommen is in de stof blijven hangen. In korte tijd brandt het hele pand. De eerste groep, waarin Frank zich bevindt, snelt terug naar zijn voertuigen. Ze vertrekken. Een groot deel van de antifascisten komt pas bij het hotel als het al in brand staat. Ze schrikken. Via hun scanners horen ze dat de politie onderweg is. Chaos ontstaat als de linksradicalen en masse hun busjes op de smalle dijk draaien. Aan het eind van de dijk stuiten ze op de politie, die 72 actievoerders arresteert.

Uit de verslagen van de verhoren blijkt dat de meeste arrestanten hun mond houden tegenover de politie. De enkeling die wel praat, verklaart dat de brand niet de bedoeling was. “Men had me verteld dat er een vergadering was van de Centrumpartij en de CD. Ik betreur het ten zeerste dat er gewonden zijn gevallen. Ik heb niets te maken met de brand en dat letsel.” De politie moet een groot deel van de actievoerders vrij laten. Sommigen krijgen een schadevergoeding van 150 gulden voor elke dag dat ze onterecht hebben vastgezeten.

De rol van de politie roept zowel bij de rechts- als linksradicalen nog altijd vragen op. “Het is onbegrijpelijk dat de politie ons niet eerder heeft gewaarschuwd”, zegt Schuurman. “Dan was ik niet gaan zitten wachten.” Krakers vermoeden dat de politie hen met opzet hun gang heeft laten gaan om zo de kraakbeweging te 'criminaliseren'. Afgelopen woensdag schreef een ex-kraker in de Volkskrant dat kraker E. als infiltrant van de Binnenlandse Veiligheidsdienst de hand heeft gehad in de geweldsescalatie binnen het Amsterdamse actiewezen. “Hoewel het niet wettig en overtuigend kan worden bewezen staat het voor ons vast.”

Frank wijst op de bijeenkomst in het Utrechtse kraakpand, eerder op de beruchte dag. “De hele Singel zat vol mensen in leren jassen en met bivakmutsen op, maar de politie liet zich niet zien. Dat is toch wel vreemd.” De actie, zo meent de voormalig kraker tien jaar later, had een hit-and-run- actie moeten zijn. “Een busje met vier man, steen door het raam, rookbom naar binnen en wegwezen. Dan was iedereen na tien jaar allang dat hotelletje dat in de brand vloog, vergeten.”

Het loopt anders. In Kedichem is de brand kort maar hevig. Wil Schuurman en enkele partijleden vluchten naar boven. “We wilden wachten tot de brandweer ons kwam halen.” Als de rook door de vloer omhoog komt, besluiten ze lakens aan elkaar vast te knopen. Partijleider Janmaat laat zich als eerste zakken, Schuurman volgt. Maar de lakens bewegen en de vrouw klapt met haar been door een glazen pui. Eenmaal op de grond ziet ze een wond in haar been. De ambulance arriveert. Ze wordt naar het Dijkzigt-ziekenhuis in Rotterdam gebracht. Haar been wordt afgezet.

Nu zegt ze geen rancune te kennen tegen de antifascisten van toen. “Die jongens valt niets te verwijten. Ze waren gewoon opgehitst door die Anne Frank Stichting en hun scholen. Die zijn de oorzaak; niet de jongeren die het gedaan hebben.” Frank snuift bij die woorden. “Achterlijk”, zegt hij boos. “Het doel was de fusiebesprekingen tussen CD en CP te verstoren. Dat is gelukt. Ik vond dat knokken tegen die nazi's wel goed. Je moet het zien in die tijd. Van ons mocht na de oorlog geen enkele nazi-partij meer worden geïnstalleerd.”

Dat laatste is Frank en de zijnen niet gelukt. Sinds de Slag bij Kedichem plaatsvond, zijn de Centrumdemocraten gegroeid van één naar drie zetels in de Tweede Kamer en van vijf naar zevenenzeventig zetels in de diverse gemeenteraden. Daarnaast vinden deze maanden opnieuw besprekingen plaats over een samenwerking tussen CD en CP'86, tien jaar nadat deze besprekingen in hotel Cosmopolite werden onderbroken.

De kraakbeweging was minder succesvol na de Slag bij Kedichem. Aan het eind van de jaren tachtig ging de beweging ten onder. Aan de onderlinge machtsstrijd, meent Frank, aan repressie door de politie en de Leegstandswet die het speculeren in huizen tegen moest gaan. “En ach, de mensen gingen studeren, kregen kinderen. De tijdgeest veranderde. De onderlinge solidariteit verdween. Jammer vind ik dat wel.”

De levens van Wil Schuurman en Frank veranderden ook. Schuurman kon na haar revalidatie niet terug naar huis; haar man had inmiddels een vriendin. Haar favoriete sporten - karate en bowlen - moest ze opgeven. Tegenwoordig is zij lid van een Amsterdamse schietvereniging en de trotse bezitter van twee Magnums. “Ik ben een beetje wapengek. Laatst zag ik een heel klein revolvertje, dat heb ik direct gekocht. Vreselijk leuk dingetje.”

Frank woont nog in de Staatsliedenbuurt, maar wil verhuizen naar een nieuwbouwwijk. Hij is vader van twee kinderen. Zijn jongste zoon (2) is geboren met een open rug. “Ik vind die invalide Schuurman niet zielig. Had ze maar geen lid moeten worden van de CD. Trouwens, mijn jongste zoon komt ook in een rolstoel terecht, dat jongetje zal nooit goed kunnen lopen. Dat vind ik veel rotter.”