Inleveren van salaris

Het kan financieel gunstig uitpakken wanneer een werknemer zijn ouderbijdrage aan de werkgever 'betaalt' in de vorm van een lager brutosalaris. Een voorbeeld.

Het brutojaarsalaris van een fulltime werkende samenwonende vrouw bedraagt ƒ 65.000 per jaar. Haar werkgever betaalt jaarlijks ƒ 18.000 voor de opvang van haar kind in een crèche. De vrouw betaalt haar werkgever op haar beurt een ouderbijdrage van ƒ 12.000. Het verschil van ƒ 6.000 is niet belast. Kinderopvang kost in dit geval jaarlijks totaal ƒ 12.000.

Het kan nóg goedkoper. De vrouw spreekt met haar werkgever af dat ze ƒ 12.000 bruto salaris inlevert en geen ouderbijdrage meer betaalt. Het brutojaarsalaris zakt in dit geval dus van ƒ 65.000 naar ƒ 53.000. Bij dit lagere salaris is de drempel waaronder de vergoeding van de werkgever belast is, ook lager, namelijk 12 maal ƒ 333,65 = ƒ 4.003,80.

De twee partners kost de kinderopvang op jaarbasis nu: vijftig procent over de belaste drempel plus vijftig procent van het verminderde brutojaarsalaris. Dat is ƒ 2.001,90 + ƒ 6.000 = ƒ 8.001,90 per jaar. Betalen van de ouderbijdrage via een lager bruto salaris bespaart in dit geval dus netto ƒ 3.998,60 per jaar. De werknemer moet de financiële meevaller wel afwegen tegen eventueel verlies aan pensioenrechten en uitkeringen bij ziekte, arbeidsongeschiktheid of werkloosheid.