Incassobureau's opereren op een groeimarkt

Notoire wanbetalers zouden baat hebben bij een cursus cash management, maar daarvoor bestaat in Nederland weinig interesse. Spilzieke mensen betalen liever voor een schoonheidskuur of een duurdere auto dan een kleine schuld aan de buren. “Materiële uitstraling en uiterlijke schijn, dáár hebben mensen geld voor over”, verzucht voorzitter P. Schnellen van de Nederlandse Vereniging van Incasso-ondernemingen (NVI).

Schnellen vertegenwoordigt 25 incassobureau's die volgens zijn eigen schatting ongeveer de helft van de jaarlijkse omzet in de branche - tussen de 200 en 300 miljoen gulden - binnenhalen. “De markt voor het incasseren van schuldvorderingen op particulieren is absoluut een groeimarkt”, stelt hij.

Nederland staat bekend om de nationale spaarzaamheid, die verkopers van consumentenprodukten thans soms zelfs ernstig zorgen baart. Schnellen heeft desondanks voldoende verklaringen voor de groeimogelijkheden in zijn professie.

Eén daarvan is het toenemend aantal echtscheidingen. Voormalige echtgenoten twisten vaak de vraag wie de rekeningen moet gaan betalen. Een andere verklaring is de toegenomen afstand tusen koper en verkoper die de laatste het zicht op de kredietwaardigheid van de klant beneemt. Schnellen signaleert tenslotte een 'toenemende tweedeling tussen arm en rijk'. In de lijst van schulden van een debiteur treft hij steevast de nota's aan voor gas-water-en-licht, de telefoon, de huur en de rekening van de fiscus.

Niet bekend

Schnellen heeft weinig op met de onconventionele methoden die in het verleden zijn toegepast om debiteuren tot betaling aan te sporen. Het Duitse incassobureau Der schwarze Mann, dat enkele jaren geleden haar slachtoffers van zonsopgang tot zonsondergang liet schaduwen door een man met een zwarte bolhoed, heeft de aankondiging dat het zich in Arnhem zou vestigen, nooit kunnen waarmaken. Een eeuw geleden kwamen gerechtsdeurwaarders met een opzichtige rode pet op bezoek bij de schuldenaar. Schnellen treedt debiteuren liever tegemoet met de hoed in de hand.

De particulier die in problemen raakt hoeft zich niet alles te laten welgevallen. Dreigende taal - 'als u niet betaalt komen we wel even langs' - is volgens Schnellen uit den boze. “Bij een dergelijke benadering zou ik mensen gewoon adviseren de politie in te schakelen”, zegt Schnellen. Hij is geen voorstander van bezoek aan de deur: “Schrijven en bellen is effectief en goedkoper”.

Een brief op hoge poten waarin wordt gedreigd met een verdubbeling van de schuld als niet snel tot betaling wordt overgegaan, hoeft de schuldenaar niet serieus te nemen. De rechter accepteert een opslag van maximaal 15 procent op vorderingen tot vijfduizend gulden. Bij een hoger bedrag ligt de maximale opslag die een incassobureau in rekening kan brengen, zelfs nog lager.

Schnellen legt uit dat een debiteur absoluut niet hoeft te vrezen dat zijn huisraad in beslag wordt genomen voordat een gerechtelijk vonnis is uitgesproken. Als een rekening niet wordt betaald moet de schuldeiser enkele schriftelijke aanmaningen versturen. Pas daarna kan hij de schuldenaar formeel in gebreke stellen en volgt eventueel de gang naar de rechter.

Deze laatste stap is voor incassobureau's niet aantrekkelijk, omdat zij van opdrachtgevers een vast percentage van een geïnde vordering ontvangen. Wanneer het toch tot een rechtsgang komt, lopen de kosten sterk op. Schnellen schat dat de verliezende partij van een gerechtelijke procedure rekening moet houden met vijfhonderd tot duizend gulden extra kosten.

Het spreekt vanzelf dat hij beklemtoont dat de traineren geen uitweg biedt. “De schuldenlast blijft je achtervolgen en het bedrag wordt alleen maar groter.” Wie er echt geen gat meer in ziet, heeft een beter alternatief: de vlucht naar het buitenland, liefst buiten Europa. “Opsporing van particulieren in het buitenland is zoeken naar een speld in een hooiberg”, zegt hij. “De kosten daarvan wegen meestal niet op tegen het openstaande bedrag aan vorderingen.” Vertrokken-onbekend-waarheen, heet deze noodoplossing in het jargon van de incassobureau's.