Hollands dagboek

Bernard Laparlière (1950) werd geboren in Frankrijk en woont sinds 1970 in Nederland. Hij is werkzaam bij een kindertehuis van de Stichting Jeugdhulpverlening Rotterdam. Sinds vorig jaar werkt hij op verzoek van opdracht van de Franse overheid, in samenwerking met de GGD Rotterdam en het Franse consulaat, voor het Antenne-project. Doel van dit project is de repatriëring van Franse drugsverslaafden die in Rotterdam verblijven.

Woensdag 20 maart

Eindelijk de zon. Zou de lente doorbreken? In ieder geval, lekker weer om naar huis te fietsen.

Eenmaal thuis begin ik net zoals iedere dag met 'een rondje langs de velden': Teletekst van de Nederlandse zenders en met name het lezen van berichten en inhoud van actualiteitenprogramma's over een onderwerp: drugs en de verhouding tussen Nederland en Frankrijk.

Vandaag niets te vinden. Vreemd, het is voor het eerst deze week dat het 'onderwerp' niet aan de orde komt. Al ruim een half jaar kijk ik soms (heel) geamuseerd maar overwegend diep bedroefd naar de verbale oorlog tussen beide landen.

Sinds juni 1995 tracht ik gestalte te geven aan een project dat tot doel heeft 'repatriëring en reïntegratie van Franse drugsverslaafden die in Rotterdam vertoeven'.

Gisteren hoorde ik van het consulaat dat het goed ging met Sophie, een verslaafde die een week eerder meer dood dan levend teruggegaan was naar Frankrijk. Gelukkig dat het de goede kant opgaat met haar, maar ik hou er een wrange smaak aan over: haar repatriëring heeft te lang geduurd. Er kon van de Franse kant geen snelle actie ondernomen worden (bekende liedje).

Vanavond belde Inge mij op. Inge is mijn (onmisbare) steun binnen het project. Zij houdt de pers bij, knipt, plakt, ordent en ruimt op. Als Nederlandse vrijwilligster, laat zij zien hoe beide landen goed samen kunnen werken... Zij meldt dat er donderdag een tv-ploeg uit Frankrijk komt en dat wist ik niet. De Franse directeur is aanwezig en de GGD is op de hoogte. Ik kan dus gemist worden.

Donderdag

Het grootste gedeelte van de dag kan ik rustig werken in het kinderhuis. Net zoals iedere donderdag wekelijks overleg met de staf. Bekende problemen besproken: het tekort aan pleeggezinnen, de beëindiging van mijn werkzaamheden voor Antenne (nog geen definitieve datum gevonden), de ziektes van verschillende medewerkers en de ellende van de nieuwe ziektewet. Niets bijzonders dus.

Ik dacht een 'drugsvrije dag' te hebben, fout. Diep in de middag, komt een telefoontje vanuit de Pauluskerk: het filmen is niet vlekkeloos verlopen: problemen, ruzie, onenigheid etcetera. En dat in aanwezigheid van een Nederlandse journaliste die mij ook vraagt of wat zij gezien heeft gebruikelijk is in Frankrijk en of alle Fransen zo zijn. Ik was niet bij het filmen maar wat mij verteld wordt verbaast mij niet: normen rond beschaafdheid worden weleens verschillend geïnterpreteerd, men is overgevoelig en men wil graag een constante bevestiging dat wat de ander doet fout is. Ik tracht de situatie tot normale proporties terug te brengen: nee, de Fransen zijn niet allemaal zo, maar een vreemde taal spreken is voor hen niet gebruikelijk en zo kunnen er misverstanden plaatsvinden.

's Avonds vergadering in Den Bosch. Om 23.00 uur in de auto naar 'Met het oog op morgen' geluisterd. Nou, het was weer goed raak. Nederland is een 'narcostaat' zegt een Franse politicus (althans volgens de pers).

Op de terugweg op de A16 tussen Breda en Rotterdam (le Boulevard Blanche) acht Franse auto's gezien die zeer zeker komen shoppen. Ach, het leven gaat gewoon door.

Vrijdag

's Morgens mijn bureau opgeruimd in het kinderhuis: het was echt nodig. 's Middags geluncht met een collega uit de pleegzorg om de laatste hand te leggen aan een reorganisatie binnen een gezamenlijk project.

Na verdere gedane arbeid en op weg naar huis wekelijkse ruzie met mijn partner in de auto. Waarover? Weet ik niet meer, maar in ieder geval voor beiden een manier om de stress weg te werken. Iedere week zeggen wij: doen wij niet meer, wij zijn volwassen, maar toch, het lukt ons niet en het is iedere week raak. Ik heb twee dagen niet gefietst, dus te veel energie, denk ik.

Inge belt op om te vertellen wat er donderdag met de filmploeg gebeurd is. Een heel andere versie. Het wordt mij steeds onduidelijker wie, wat, hoe en vooral waarom. Wie heeft gelijk en wie heeft ongelijk?

Wat ik heel erg vervelend vind is dat er nog steeds veel Franse verslaafden in Rotterdam te vinden zijn en zij zijn niet geholpen met de strijd die gaande is!!!

Zaterdag

Eerst boodschappen doen. Dan pas kan het weekend echt beginnen. De ochtendkranten gekocht. En ik zit er weer middenin want het is goed raak: Frankrijk, Masson, drugsstaat, excuses, enzovoort...

Ik begrijp niet dat twee volwassen naties zoals Nederland en Frankrijk niet verder komen dan dit spel. Het lijkt wel een soort massa-hysterie.

Inge belt op om te melden dat AIDE genoemd wordt in het Rotterdams Dagblad, Dus snel de middagkranten kopen. Ach, het RD doet meer van hetzelfde: Frankrijk gaat voor zijn verslaafden zorgen en verder deugt er niet veel in Nederland.

Ik beslis om te gaan fietsen. Sinds kort woon ik op Voorne-Putten en geniet ik van het landschap. Vooral omdat de lente zijn intrede gedaan heeft en er lammetjes zijn geboren. Het is toch hartverwarmend te zien hoe de natuur is. In Hellevoetsluis komt een jongen naast mij fietsen en vertelt zo trots als maar kan dat hij een nieuwe fiets heeft (inderdaad, hij is mooi) met 21 versnellingen en dat hij iedere dag twintig kilometer moet fietsen. Zijn oude fiets was gestolen (nee, niet door een Franse verslaafde) en hij kwam net terug van de fietsenmaker. Na een paar kilometer verlaat hij mij en ik beslis langs mijn maatje te gaan. Tijdens onze tocht van vorige week zaterdag is zijn vrouw gevallen en zij heeft nogal last van haar val. Het gaat iets beter met haar en ik ga snel terug naar huis, windje mee.

Zondag

Mijn moeder gebeld. Zij had een programma gezien op de Franse televisie over Nederland en drugs en zij concludeerde: “Jullie (Hollanders) doden onze kinderen met jullie drugs.” Zelfs als ik iemand bel om te vragen hoe het gaat, word ik achtervolgd door de hetze. Getracht haar uit te leggen dat niet alle Hollanders dealers of verslaafden zijn, dat veel Hollanders ook last hebben van het hele gedoe en dat in de Keukenhof, waar wij geweest zijn, tulpen gekweekt worden en geen papavers.

's Middags wezen fietsen. Het zijn mijn uurtjes. Geen telefoon, geen discussies, geen ruzies. Nog eens gedacht aan Antenne. Een project dat erg goed opgezet is als samenwerking tussen Nederlandse (Rotterdamse) instellingen en het Franse consulaat. Al ruim twintig Fransen gerepatrieerd op een volledig legale wijze naar een Franse (drugshulp)-instelling. Diagnostiek, medische en sociale zorg worden 'belangenloos' door Rotterdamse instellingen gegeven. En met goede resultaten (meer dan zestig procent lopen hun programma door).

Ik begrijp niet dat de samenwerking niet meer uitgewerkt wordt, het uitwisselen van kennis niet meer verdiept. Want Nederland kan ook wat leren van Frankrijk en andersom.

Maandag

Droevige dag. Mijn vader belt op in tranen. Zijn hond Flicka, een Belgische herder, dochter van een drugshond (ja, ja) heeft sinds zaterdag verlammingsverschijnselen aan haar achterkant. Het begin van het einde. Contact gezocht met zijn dierenarts in Libourne voor diagnostiek. Flicka is echt heel erg belangrijk voor pappa. Ik voel me echt machteloos maar beloof mezelf dat alles hier gaat wijken als hij mij echt nodig heeft.

Inge belt op. Haar 'logee', een collega uit Lille die tijdelijk iedere week een paar dagen zou komen werken bij Antenne, heeft doorgegeven dat zij voorlopig niet komt. Zij zou mij opvolgen, maar volgens Inge is het onduidelijk wat er met Antenne gaat gebeuren. Het duurt heel lang voordat er een budget voor Antenne komt.

Een fax van Lydia van de Pauluskerk rolt begin van de middag binnen. Zij zijn boos over vorige week donderdag (het filmen). Ik ga toch dinsdag langs om afscheid te nemen, dan zal ik er nog eens rustig over praten.

's Avonds bel ik mijn broer op. Wij gaan samen een 'cyclo-sportive' rijden in de buurt van Bordeaux op 28 april. Mijn maatje gaat mee voor de echte prestatie, broertje en ik gaan fietsen voor de lol.

Daarna doe ik wat ik overdag had moeten doen voor het kinderhuis: schrijven.

Dinsdag

Mijn echte dag voor Antenne. Tevens mijn laatste dag. In de ochtend maak ik de brieven klaar voor de Rotterdamse instanties om hen te danken voor de prettige samenwerking. Rond twaalf uur ga ik naar de Pauluskerk om persoonlijk afscheid te nemen van Hans Visser en Lydia. Punten worden besproken, afspraken en plannen worden gemaakt, duidelijk is dat de Paulus het er niet bij laat zitten. Ik hoor dat er nu al vijf Franse verslaafden overleden zijn in Rotterdam sinds 1 januari 1996. De kans is aanwezig dat wij teruggaan naar af.

Daarna naar de GGD. Overleg gehad met de directie van de GGD over de toekomst van Antenne. Na een kort, intensief overleg worden er direct stappen ondernomen. Da's nog eens werken!

Antenne heeft een echte functie die uitgebouwd dient te worden. De komende dagen zullen uitslag geven over de toekomst.

's Avonds belt mijn zoon Maurice. Hij studeert journalistiek en woont sinds september 1995 op kamers. De 'echte problemen' worden dan met hem doorgenomen: het leven van een student dat steeds duurder wordt, de studiebeurs, de liefde, etcetera...

Verder hou ik die avond vrij van werk. Zo'n dag is echt slopend.

Woensdag 27 maart

Ik word al om zeven uur gebeld met de mededeling dat Antenne in het nieuws is. Daar gaan wij weer. Spijtig, maar ik heb geen tijd om te luisteren en dat geruzie begint mij behoorlijk te irriteren.

Hoe je het draait of keert, er komen nog steeds Fransen die al verslaafd zijn naar Rotterdam om te shoppen. Niet alleen omdat drugs zo goedkoop zijn, maar ook omdat het 'bon ton' is om naar Rotterdam te gaan: de stad wordt zo negatief afgeschilderd in Frankrijk dat het een aantrekkingskracht krijgt voor Franse verslaafden. Of het werkelijk zo is of niet is niet zo belangrijk, maar zoals een verslaafde mij ooit zei: “In Rotterdam vind je een cocaïne-automaat op iedere hoek van de straat.” De romantiek van een verslaafde.

In plaats van elkaar te bevechten over 'Narco Etat' of niet en een vergelijking te trekken tussen de sluiting van coffeeshops en bordelen, kunnen wij beter met elkaar samenwerken. Het kan, dat weet ik, want Antenne heeft bewezen dat een samenvoeging van de kracht en inzet van beide systemen tot resultaten leidt. Resultaten betekent dat Franse verslaafden levend, op een legale wijze en met een basisdiagnostiek terug in het Franse hulpverleningssysteem gaan en blijven. En dat gebruikmakend van het Rotterdamse systeem.

Wij mogen nooit vergeten dat vijf jong mensen die sterven er vijf te proveel zijn. Kom, geen lelijke woorden maar positieve daden.