'Hoerenpreek' in formeel opzicht interessant

Hoerenpreek, zondag 31 maart, Ned.3, 22.28-23.18u.

De derde aflevering in de korte reeks nieuwe low-budget-films geproduceerd voor VPRO-Lolamoviola, is tot nu toe de aardigste. Dat is vooral te danken aan het vermogen van de Rotterdamse regisseuse Ineke Smits om af en toe de in het scenario van Arthur Japin wat wijsneuzig geformuleerde gedachten origineel vorm te geven. Het begin van Hoerenpreek is bijvoorbeeld prachtig: de deur van een morsig kot gaat open en een streep daglicht biedt uitzicht op de in de rest van de film afwezige buitenwereld. Weinig later zien we een vrouw, van wie het hoofd niet zichtbaar wordt, haar bh losmaken en een baby de linkerborst geven, al snel gevolgd door een begerig lebberende volwassen man aan de rechterborst. Onder die beelden klinkt een warme, melodieuze vrouwenstem die in het Russisch een monoloog uitspreekt over een dag, waarop alles mogelijk is, omdat overal ter wereld de melk rijkelijk vloeit. Zo'n poëtische scène laat de kijker ruimte voor allerlei associaties. Het thema is prostitutie, al komt er slechts een milde vorm van aan de orde. Twee Nederlandse vrouwen (Ellen ten Damme en Ganna Veenhuysen, de vriendin van Zusje) maken zich kibbelend en cynisch klaar voor hun optreden in de middageditie van een peepshow. Zij laten zich laatdunkend uit over een nieuwe collega, de uit de Oekraïne afkomstige Matushka (Mia Andrésen), die nog moet wennen aan de peesmentaliteit en de combinatie van superioriteit en masochisme, die de werkethiek in deze sector lijkt te bepalen.

De beide Nederlandstalige actrices hebben soms zichtbaar moeite om de dialogen van Japin, vol wijsheden uit het volle leven, natuurlijk te laten klinken. Ook in het vertellen van het feitelijke verhaaltje op een manier die steeds duidelijk maakt wat er aan de hand is blinkt de film niet bepaald uit. Daar staat tegenover dat Smits zeer goed uit de voeten kan met licht en duisternis, met het creëren van drama door de lichamelijke kant van het acteren en met het oproepen van een dubbelzinnige, broeierige sfeer van treurnis, verval en vermoorde onschuld.

De derde actrice, Andrésen, die relatief weinig tekst uit te spreken krijgt, kan in deze context uitgroeien tot een spannend en meeslepend brandpunt van de film. De uit de experimentele filmtraditie voortgekomen Smits grijpt optimaal de kans aan die het formaat van Lolamoviola biedt: het beproeven van een stijloefening, die talent doet doorschemeren ondanks het onevenwichtige en tamelijk krampachtige scenariogeraamte; dat leert ons weinig nieuws ten opzichte van Wat zien ik? en Gebroken spiegels over de trots en zelfhaat van de gevallen vrouw.