Hoe de concurrentie in huize Saddam Hussein moordend werd; Duizend-en-een nachtmerries

In Irak geldt de moord op de schoonzoons van president Saddam Hussein en hun naaste verwanten nog steeds als een zaak van familie-eer. De Iraakse politicoloog Fuad Hussein, die in 1975 zijn vaderland ontvluchtte, is ervan overtuigd dat Saddam zelf de opdracht tot liquidatie gaf. Maar de president versmalde zo zijn machtsbasis aanzienlijk. Over een familie die eerst werd gecriminaliseerd en toen geëlimineerd: 'Saddams logica is voor niemand te volgen.'

Hussein Kamel, de oudste schoonzoon van president Saddam Hussein, vluchtte vorig jaar augustus met zijn twee broers, drie neven en hun vrouwen en kinderen uit Irak naar de Jordaanse hoofdstad Amman. Een half jaar later keerden zij terug. In beide gevallen was het geen politieke, maar een emotionele beslissing - en in beide gevallen de verkeerde. Zij werden door hun familie vermoord. Hun verdwijning illustreert het gestage proces van politieke vereenzaming dat Saddam met pseudo-democratie en steeds meer geweld probeert te stoppen. Hij dreigt te eindigen waar hij begon.

Dertig jaar geleden was de familie van de jonge Saddam klein en onbeduidend, Hussein Kamel nog een kind. In die dagen was Saddam afhankelijk van de partij, later van zijn dorpsgenoten uit al-Ouja, nabij het provinciestadje Takrit. Pas na 1979 kon hij openlijk op de familie bouwen: zijn ooms, halfbroers, neven en zoons. Allen kregen, eenmaal volwassen geworden, een stukje macht. Dat leidde tot onderlinge conflicten. Eerst werden de ooms en halfbroers uitgeschakeld, nu zijn de neven geliquideerd. Weinigen treurden om de dood van hen die de ergste gruweldaden hadden begaan. Zo dwong Hussein Kamel in 1991 shi'itische opstandelingen benzine te drinken, waarna hij ze met een schot in de maag liet exploderen. Ter afstraffing en tot eigen vermaak - hij en zijn officieren moesten dan altijd erg lachen.

Kregen de broers hun gerechte straf? “Zij werden gestraft volgens de normen van Saddam Hussein”, zegt de 47-jarige politicoloog drs Fuad Hussein. In 1975 vluchtte hij naar Iran, en vandaar naar Nederland, nadat de sjah van Iran en Saddam Hussein van Irak vrede hadden gesloten en afgesproken om de middenkaders van hun oppositie aan elkaar uit te leveren - voor de betrokkenen een zekere dood.

Nog steeds is Fuad Hussein 'bezig' met Irak. Dat betekent nachten zonder slaap of met nachtmerries. Door zijn contacten, binnen de Iraakse oppositie en daarbuiten, kon hij het zoveelste hoofdstuk van Saddams bloedige heerschappij reconstrueren. Het is geen opwekkend verhaal. “Aanvankelijk was Hussein Kamel de lieveling van Saddam Hussein. Veel mensen zagen hem als de tweede man naast Saddam. Ten onrechte. In Irak heb je geen tweede man. De tweede man, de derde man tot en met de honderste man zijn allen Saddam Hussein.

Op een bepaald moment kreeg Uday, de oudste zoon van Saddam Hussein, meer aandacht, macht en invloed. Zo ontstond er een concurrentiestrijd. Nog maar een paar jaar geleden behoorden Uday en Hussein Kamel mét hun oom, Ali Hassan al-Majid, tot één club. Samen streden zij tegen een andere club binnen de familie: Saddams halfbroers. Die verloren langzamerhand hun machtsbasis binnen de hiërarchie van het systeem. Wie bleven over? Twee jaloerse concurrenten: Uday en Hussein Kamel.

Hussein Kamel vreesde dat de psychopathische Uday, die inmiddels Saddams grootste lieveling was geworden, hem zou vermoorden. Hij kwam tot de conclusie dat hij alleen vanuit het buitenland het getij zou kunnen keren. Hussein Kamel wilde helemaal niet Saddam Hussein uit de macht stoten, in Amman heeft hij het dáár nooit over gehad. Hij probeerde alleen dichter bij Saddam Hussein te komen, macht náást hem te hebben, zijn liefde te herwinnen. Dat was de reden voor zijn vlucht.

Velen die Saddam hebben ontmoet, zeggen dat hij verstandig kan zijn, diep kan nadenken en soms heel emotioneel is. Dezelfde Saddam kan jou echter na twee minuten vermoorden. Hij heeft duidelijk twee karakters. Hij is een goede crisis-manager, Uday niet. Die veroorzaakt veel crises en verergert ze. Daarom loopt het nu mis. Want Uday bereidt zich voor Irak over te nemen. Economische macht heeft hij al. En een legertje van rond 25.000 man: 'de Kameraden van Saddam'. Daarnaast heeft hij zijn eigen televisiestation, zijn eigen kranten en allerlei sportclubs.

Waarschijnlijk zal Uday op termijn iedereen liquideren die te dicht bij Saddam staat, en uiteindelijk zelfs proberen zijn vader te onttronen. Saddam weet dat natuurlijk ook. Maar soms weet je iets rationeel en laat je het emotioneel niet tot je doordringen. Zeker als het om je zoon gaat. En voorlopig heeft Saddam nog voldoende machtsmiddelen om Uday te pakken, mocht die iets tegen hem ondernemen.''

Veilig naar huis

“Hussein Kamel wist heel weinig van politiek. Hij had nauwelijks enige opleiding en was uitsluitend dankzij Saddam 'groot gegroeid'. Maar hij dacht met zijn positie als Saddams schoonzoon en met zijn relaties binnen en buiten Irak te kunnen aantonen hoe belangrijk hij was. Op een bepaald moment ging hij zich zelfs presenteren als leider van de oppositie en als redder van het Iraakse volk. Buitenstaanders zagen dat als gericht tegen Saddam Hussein. Hussein Kamel zag dat niet zo. Hij heeft in Amman nooit iets slechts over Saddam gezegd. Wél over het regime, over het systeem, over Uday, over diverse ministers.

De laatste twee maanden voor zijn terugkeer naar Irak waren er contacten tussen hem en Bagdad. Zijn schoonmoeder, Sa'adia, Saddams eerste vrouw, kwam tweemaal naar Amman. Uday stuurde een video, waarin hij zijn zusters gerust stelde: zij konden écht veilig naar huis. Ook hun oom Abed Hassan al-Majid kwam naar Amman en adviseerde zijn neven terug te gaan. Een derde bemiddelaar was Mothehr al-Kherabet, een belangrijke stamleider in al-Ramadi. Hij sprak met Hussein Kamel, nadat hij Saddam had ontmoet. Die gaf hem zijn woord dat hij bereid was te vergeven.

Al die contacten hadden invloed op Hussein Kamel, temeer omdat zijn positie in Jordanië verslechterde. Toen hij kritiek uitte op de federatie-ideeën van koning Hussein voor een toekomstig Irak, zei hij dat hij bereid was naar andere landen te gaan. Maar zijn probleem was dat Syrië hem weigerde, evenals de Golflanden en Iran. Bovendien zei koning Hussein: 'Jullie kunnen overal naar toe gaan en terugkomen. Jullie zijn vrij. Maar jullie vrouwen blijven hier. Want ik ben verantwoordelijk voor ze.' Koning Hussein weet namelijk precies hoe Saddam denkt. Hij had te maken met Saddams dochters. Dus gaf hij hun dezelfde eretitel als aan zijn dochters en zuster: Amira - prinses. Hij zei ook: 'Ik ben jullie oom'. Want als gastvrije oom moet je goed zorgen voor de dochters van je broer. Het was een politiek signaal naar twee kanten. Naar Saddam dat hij op zijn dochters zou passen. Naar Hussein Kamel dat die niet alles kon doen wat hij wilde. De koning zei als het ware: 'Hier ben ik de baas'.

De vrouwen verveelden zich in Amman. Zij wilden terug. En na de contacten met hun moeder en oom hadden ze blijkbaar vertrouwen gekregen. Voor hen was de hele zaak een onderlinge ruzie tussen hun mannen en Uday. In het Midden-Oosten is ruzie heel normaal. Dan ga je naar het huis van van je familie of de buren. En via hun bemiddeling wordt het wel bijgelegd. Voor de vrouwen gold: er was ruzie geweest, er was bemiddeld, men had zich verzoend, en nu konden ze naar huis terug.

Natuurlijk hadden de broers in principe naar een mooi Zuidzee-eiland kunnen gaan en daar een leuke villa betrekken. Ze hadden genoeg geld. Maar dát wilde Hussein Kamel niet, hij dacht als leider terug te keren. Hij was niet vertrokken om als een rijk man een luxe leventje te leven. Hij wilde zo veel mogelijk macht, in elk geval meer macht dan Uday had.

Toen hij besloot naar Irak terug te gaan, geloofde hij de beloften dat Saddam hem had vergeven. Die fout hebben velen vóór hem gemaakt. Raji al-Takriti, vroeger hoofd van de organisatie van Iraakse medici en al veel eerder gevlucht, keerde vorig jaar naar Irak terug. Ondanks zijn hoge leeftijd, hij was boven de 70, werd hij na aankomst in een hok gezet met uitgehongerde honden, die hem uit elkaar scheurden.

Vóór zijn vlucht had Hussein Kamel gekozen voor de confrontatie. Bij zijn terugkeer begreep hij dat hij compromissen moest sluiten en voorlopig niets tegen Uday kon ondernemen omdat die te veel macht had. Maar hij dacht na een tijdje zelf weer macht te kunnen krijgen. Want hij had een zeer hoge dunk van zichzelf. In Amman zei hij voortdurend: 'Binnenkort komt er een ander systeem in Bagdad'. En hij zou dat regelen.''

Liquidatie

“Het waren ideeën die ver van de realiteit stonden. Uday wachtte het gezelschap van rond de dertig mensen aan de grens op. Hij zei: 'Vrouwen apart' - waarmee hij zijn zusters bedoelde. Tot zijn zwagers zei hij: 'Mannen, jullie zijn nu gewone burgers van Irak. Jullie kunnen reizen en naar huis terugkeren'. Daarop gingen Hussein Kamel en zijn twee broers naar al-Ouja, het dorp bij Takrit waar de familie van Saddam vandaan komt.

Toen ze daar aankwamen, wachtte een deel van hun clan hen op. Ze begonnen met een hosa - een dans, die in Arabische bedoeïenen-culturen gebruikelijk is bij wraakoefeningen, trouwpartijen en feestelijke gelegenheden. Men danst en zingt erbij om zich warm te lopen. Ook Saddam Hussein wordt vaak met een hosa geëerd.

De clan-leden die Hussein Kamel met de hosa begroetten, hadden duidelijk vijandige bedoelingen. Nadat Uday de broers aan een lang verhoor had onderworpen, besloot Hussein Kamel dat het veiliger was naar Bagdad te vertrekken. Zij gingen naar het huis van hun zuster die in Irak was achtergebleven. Daar arriveerde ook hun oom Ali Hassan al-Majid met zo'n vijftig, zestig man. Ook Uday en diens jongere broer Qusay verschenen met gewapende mannen. Zij dansten de hosa om aan te geven dat de tijd was aangebroken de familie-eer te herstellen. Toen begon de liquidatie. Het huis werd met lichte en zware wapens vernietigd.

Nadat Hussein Kamel en Saddam Kamel waren gedood, sneed oom Ali Hassan al-Majid het hoofd af van Hussein Kamel en gooide hij benzine over het lichaam van Saddam Kamel om het vervolgens in brand te steken. Meteen na hun vlucht naar Jordanië had dezelfde oom in een telegram aan Saddam Hussein aangekondigd: 'Wij zullen deze tak van de familie afsnijden. Wij hebben het recht om wraak te nemen.'

Behalve de andere familieleden in het huis heeft Ali Hassan al-Majid ook zijn eigen broer vermoord, Kamel Hassan al-Majid, de vader van de twee schoonzoons van Saddam. Volgens de bronnen hebben Uday en Qusay alleen toegekeken. Saddam had namelijk officieel vergiffenis geschonken. Daarmee was de wraak een interne familie-kwestie geworden, die door de familie moest worden afgerond onder supervisie van Uday, met als uitvoerder oom Ali Hassan al-Majid. Daarna ging Qusay, hoofd van het overkoepelend orgaan van alle geheime diensten, naar Takrit, waar hij veel mensen arresteerde die op de een of andere manier verbonden waren geweest met Hussein Kamel. Zij zijn verdwenen.

Voor Saddam Hussein is het doodnormaal zijn tegenstanders met wortel en tak uit te roeien. Hij heeft de familie uitgemoord van de shi'itische leider Mohamed Bakr al-Hakim. Begin jaren '80 liet hij negentig familieleden van Bakr el-Haqim naar een gevangenis in Bagdad brengen. Vervolgens werd één broer vrijgelaten en naar al-Hakim in Teheran gestuurd met de boodschap: 'Staak je activiteiten. Dan zullen je broers en neven worden vrijgelaten. Als je niet stopt, worden zij gedood'. Toen hij weigerde, hebben ze ongeveer zeventig van hen vermoord, onder wie vele broers.

Later in de jaren '80 werden drie zoons en een neef vermoord van de Koerdische leider Mullah Mustafa Barzani. Eén van de zoons was Obeidullah, die altijd tegen zijn vader was geweest en daarom minister onder Saddam werd. Maar toen zijn vader vlak na de revolutie van Khomeiny stierf, rouwde Obeidullah openlijk. Hij zei: 'Jammer dat mijn vader te vroeg is overleden. Als hij nu hier was geweest, had hij veel kunnen veranderen'. Dat was voldoende reden hem te laten verdwijnen. Daarbij bleef het niet. In totaal werden achtduizend leden van de Barzani-stam gedeporteerd en vermoord: mannen en jongens van boven de twaalf jaar. Want dochters en vrouwen worden in deze samenleving als zwak gezien en dus in principe gespaard.

Binnen de eigen familie is het hoogst ongebruikelijk elkaar op die manier af te maken en dat vol trots naar buiten te brengen. Zelfs als het waar is dat ze elkaar binnen de stam hebben vermoord - wat doe je als regering daaraan? Waar is de rechtsgang? Waar zijn de rechters? Wordt er niemand aangeklaagd? Waar is de geloofwaardigheid van het juridische systeem?''

Crimineel circuit

“De moord op Hussein Kamel en zijn naasten was geen privé-actie. In het Irak van Saddam Hussein kan zo'n operatie niet zonder zijn toestemming worden uitgevoerd. Dat werd nog eens aangetoond door de begrafenis-show van de om het leven gekomen aanvallers, die als martelaren werden geëerd. In de stoet liepen, naast hoge regeringsfunctionarisen, Uday, Qusay en Ali Hassan al-Majid.

Simpele mensen geloven dat het bij de moord op Hussein Kamel en zijn familieleden om een afrekening ging, waarmee Saddam niets te maken had. In Irak moet je alles geloven wat de overheid vertelt. Velen weten waarschijnlijk niet dat - in strijd met de officiële versie - die twee 'martelaren', samen met de andere bewoners van het huis zijn vermoord. Zij waren slachtoffers, tot aanvallers gebombardeerd om Saddams verantwoordelijkheid te maskeren. Iedereen weet wél dat het om een machtsstrijd gaat. Want Hussein Kamel zei in Amman publiekelijk over Uday dat hij alle macht wil en intussen de beschikking heeft over vrijwel alle inkomsten uit de naar Iran en Turkije gesmokkelde olie.

Tot nu toe gold Saddams familie naar buiten toe als heilig. Zelfs tegen zijn verre verwanten durfde niemand iets te ondernemen. Nu moordt hij zijn naaste familie uit. Inderdaad komt dit soort wraak in tribale samenlevingen voor - zeker bij bedoeïenen. Maar Saddams wraak gaat veel verder. De mannen waren misschien verraders. Maar wat hadden hun zusters, en de kinderen van hun zusters en neven die werden vermoord, misdaan? Toch werden allen van die tak van de familie gedood. De vraag is: hoe ver reikt die tak en hoeveel zijtakken moeten nog worden gesnoeid?

In vele landen zijn er in de samenleving mafia-organisaties. Maar in Irak is de mafia aan de macht. Saddam heeft zowel de Ba'ath-partij als zijn eigen familie gecriminaliseerd. Op zijn bevel moesten partijkameraden, vrienden en zeker familieleden deelnemen aan het misdadig circuit. Zo vroeg hij in 1979, nadat hij topfiguren van de Ba'ath-partij had laten arresteren, mensen uit de verschillende rangen van de partij aan te treden. Iedereen kreeg een geweer en moest schieten. Een groep van tien moest, in opdracht van de partij, één man doodschieten. Zo werden zij allen medeplichtig aan moord. Saddam heeft dat talloze keren herhaald. Tijdens de oorlog tegen Iran moest men - in geval van desertie of vermeende nalatigheid - zijn eigen vrienden en kennissen neerschieten. Mensen moesten zo veel mogelijk door hun eigen stadgenoten worden geëxecuteerd.

Vroeger hadden we natuurlijk ook wel eens criminelen aan de macht. Maar dat was altijd een kleine groep. Onder Saddam is die groep steeds groter geworden. Je maakt vijanden in de samenleving door hetgeen je anderen moet aandoen, en zoekt dus bescherming. Je denkt: 'Ik heb ook in de toekomst bescherming nodig - niet alleen voor mijzelf, maar ook voor mijn kinderen'. Die bescherming vind je alleen in het systeem, waarvan je steeds afhankelijker wordt. En het systeem - dat is Saddam Hussein.

Ik denk niet dat Ali Hassan al-Majid, ondanks zijn grote inzet bij de liquidatie van zijn naaste familie, nu veilig is. Een tak moest worden gesnoeid. En hij is eigenlijk de wortel. De volgende stap zou wel eens kunnen zijn dat hijzelf wordt opgeruimd. Door hem het langzaam werkende vergif thallium toe te dienen. Door een auto-ongeluk. Of in het openbaar. In Irak bestaan talloze manieren om mensen te vermoorden.

Toen ik daar nog was, pakten ze een stamleider die met één van de geheime diensten een conflict kreeg. Hij, zijn zoon, lijfwacht en chauffeur werden met zwavel- en salpeterzuur uit de weg geruimd. Iedereen wist dat. Saddam zelf heeft een koopman uit Takrit, die hem te lang had laten wachten, in een bad met zuur gegooid en gekeken hoe hij oploste.

Daarnaast worden nog vele andere methoden gebruikt. De grootste moord was natuurlijk Anfal in 1988, waarbij 182.000 Koerden - mannen, vrouwen en kinderen - in drie acties met gifgas werden geliquideerd. Wie leidde die aanval? Ali Hassan al-Majid, op bevel van Saddam. Vandaar zijn bijnaam: Ali Chemicali.''

Ramp

“Natuurlijk is de affaire een ramp voor Saddam. Toen Hussein Kamel vluchtte, besloot Saddam sommige oude gezichten naar voren te brengen. Hij probeerde ook een aantal vroegere politieke partijen weer op te richten. Dat mislukte omdat je niet met z'n allen de mening kunt hebben die je wordt voorgeschreven, en tegelijkertijd van mening verschillen. Dus waren de parlementsverkiezingen van vorige zondag volgens hetzelfde recept als het referendum in oktober over de president. Kosmetische maatregelen.

Wie zijn er nog overgebleven? Drie mensen: Saddam, Uday en Qusay. Saddam kan allerlei politieke figuren naar voren schuiven - maar niemand gelooft erin. De macht is niet langer in handen van een familie, maar van een gezin, Saddams machtsbasis nóg verder versmald. Driekwart van zijn lijfwachten komt uit zijn familie. En alle familieleden zijn met elkaar getrouwd. Hoe moet hij verder? Niemand weet het, alleen hij. Want Saddams logica is voor niemand te volgen.

Eén ding weten we zeker: de oorlog die nu al jaren binnen Irak woedt, zal doorgaan. Nieuw is alleen de oorlog tussen hem en zijn verwanten. Voorheen ging het tussen Saddam en de verschillende bevolkingsgroepen. Kijk naar de vergassing van 182.000 Koerden, naar de liquidatie van 70.000 shi'ieten in 1991, naar al die moorden die dagelijks worden uitgevoerd, naar de systematische uithongering van een groot deel van het volk omdat Irak geen geld zou hebben, terwijl er wél geld is om paleizen voor Saddam te bouwen. Als dat geen burgeroorlog is, wat is dan burgeroorlog?'' Acht maanden geleden kreeg de zuster van Fuad Hussein in hun geboortestad Khanaqin bezoek van Saddams geheime dienst, nadat radio en kranten hadden bericht dat haar broer nog steeds zeer actief was binnen de Koerdische beweging. Zij kreeg bevel mét haar man en kinderen naar zuid-Irak te vertrekken. Alle familie-bezittingen werden al vast door de overheid in beslag genomen. Het was - dat begrepen ze - slechts de eerste stap. Daarna zouden ook zij zeer waarschijnlijk spoorloos verdwijnen.

Hun restte alleen de vlucht naar Jordanië. Maar een week na hun aankomst in Amman verscheen daar ook Hussein Kamel met zijn gezelschap. In paniek belde Fuad Husseins zuster hem in Nederland op. Ze zei: 'We zijn voor die schoften gevlucht en nu komen ze ons opnieuw achterna'.

Die opmerking tekent de permanente nachtmerrie, waarin Irakezen binnen en buiten hun land leven.