Het werk van de Unie

EUROPA KAMPT MET een reusachtige werkloosheid. Ongeveer twintig miljoen Europeanen, zo'n elf procent van de beroepsbevolking, zit zonder baan. Voor de betrokken mensen is dit vaak een bron van grote persoonlijke ellende. Hoge werkloosheid kan maatschappelijke spanningen opleveren en de nationale politieke stemming beïnvloeden. Het heeft ook zijn weerslag op de perceptie van 'Europa': enerzijds wordt de Europese Unie verantwoordelijk gesteld voor maatregelen die de werkloosheid zouden vergroten, zoals de bezuinigingen in het kader van de Economische en Monetaire Unie, anderzijds krijgt Europa het verwijt dat het onvoldoende actief is om werkgelegenheid te bevorderen.

De legitimiteit van de Europese Unie is er niet mee gediend als bij de burgers een beeld de overhand krijgt van een kille 'eurocratie', ongevoelig voor de sociale problemen van alledag, en van een beleid dat wordt bepaald door de hardheid van de markt. Europa krijgt dan gemakkelijk de rol toegeschoven van zondebok voor alle mogelijke economische problemen, het banenverlies door de invoer van goedkope produkten uit opkomende landen, de afbraak van de verzorgingsstaat als gevolg van de criteria voor toetreding tot de monetaire unie, de verloedering van de samenleving door de open grenzen.

IN TURIJN IS gisteren de Intergouvernementele conferentie (IGC) begonnen voor de herziening van het Verdrag van Maastricht. De politieke leiders van de Unie kunnen zich niet onttrekken aan bezorgdheid over het ernstigste sociaal-economische probleem in de vijftien lidstaten: de werkloosheid. Ze hebben met hun politieke antenne geregistreerd dat werkgelegenheid aandacht verdient en dit op de agenda van de IGC geplaatst.

De Franse regering schreef deze week in haar memorandum voor de IGC dat werkgelegenheid en harmonisatie van de sociale wetgeving 'prioriteit' verdienen. Sociale uitsluiting (een begrip dat in Nederland opgang doet bij de PvdA) dient krachtig te worden bestreden, tegelijkertijd moet het Europese sociale model gehandhaafd blijven en zal in de plaats van het technocratische imago van 'Brussel' een compassie voor de alledaagse zorgen van de burgers moeten komen. Het Benelux-memorandum dat België, Nederland en Luxemburg eerder deze maand publiceerden, bevat een soortgelijke oproep. Daarin heet het behoud van de sociaal-economische verworvenheden in Europa, coördinatie van het werkgelegenheidsbeleid, de oprichting van een werkgelegenheidscomité en de invoering van een nieuwe bepaling in het verdrag over werkgelegenheid.

EEN IGC SCHEPT evenwel geen banen. Het gevaar is zelfs groot dat Europese retoriek over werk de aandacht afleidt van de dieperliggende oorzaken van de banencrisis. Sinds 1990 zijn in de Europese Unie zes miljoen banen verloren gegaan. In vergelijking met andere geïndustrialiseerde regio's staat Europa bekend als het gebied van “hoge lonen, korte werktijden en genereuze welvaartsstelsels”. Voor de kernlanden van de Unie geldt bovendien dat ze een harde-muntenbeleid voeren en dat ze verlaat zijn begonnen om de begrotingsaanpassingen te maken die eind 1991 al waren vastgelegd in het Verdrag van Maastricht om te kunnen deelnemen aan een gemeenschappelijke munt.

De institutionele arrangementen van de verzorgingsstaten die hoge bruto loonkosten met zich meebrengen, de weigering om de loonkosten in overeenstemming te brengen met de produktiviteit aan de onderkant van de arbeidsmarkt, de gebrekkige flexibiliteit van de arbeidsmarkten en de macht van de vakbeweging die (althans in sommige landen) haar leden-werknemers beschermt, spelen eveneens een rol ter verklaring van de Europese banencrisis. In de grootste en sterkste economie van de Unie, Duitsland, vormt werkgelegenheid dientengevolge nu een belangrijk exportprodukt.

EEN EUROPEES INITIATIEF voor de werkgelegenheid zal deze knelpunten niet oplossen. Dat blijven nationale verantwoordelijkheden. Het kost al veel moeite om sociaal-economische aanpassingen op nationale schaal door te voeren. Zie de stakingen eind vorig jaar in Frankrijk, zie het verzet in Duitsland tegen het vijftig-puntenplan voor werk van Kohl, zie de weerbarstigheid van de CTSV in Nederland. En de populariteit van Europa zal niet groter worden als 'Brussel' oproept tot privatisering van de Ziektewet of tot beperking van de kostenstijging in de gezondheidszorg.

Evenmin helpt marktbescherming om de banen binnen de grenzen te houden, daarvoor is de economische integratie in de wereld te ver gevorderd en zijn de negatieve effecten van protectionisme te groot. Ook meer sociale regelgeving vanuit Brussel of uitbreiding naar Europees niveau van collectieve banenplannen, zoals Zweden en de Europese Commissie hebben voorgesteld, zullen naar valt te vrezen vooral averechts werken. Werkgelegenheid ontstaat in eerste instantie in de marktsector.

Toch zal Europa met iets substantieels moeten komen om zijn burgers een gevoel van betrokkenheid bij de voordelen van de Europese integratie te geven. Dat zal verder moeten gaan dan een publiciteitscampagne voor de 'euro', steun aan de Flevopolder of bevordering van omscholing bij reorganisaties.

Om te beginnen zouden de Europese leiders de politieke moed moeten opbrengen om gezamenlijk te erkennen dat aan het Europese sociale model, naast voordelen, ook nadelen kleven en dat hervorming van de welvaartsstaat een onontkoombare taak is waarbij oorzaken, doel en perspectief helder worden uiteengezet. Verder kunnen winstgevende ondernemingen worden aangesproken op hun maatschappelijke verantwoordelijkheid, ook wat betreft werkgelegenheid. De Unie kan grotere steun verlenen aan uitwisselingen bij opleidingen en onderzoek, alsmede een initiërende rol spelen bij de bevordering van grensoverschrijdende investeringsprojecten, van infrastructuur of elektronica, en van hoogwaardige economische activiteiten waartoe landen afzonderlijk niet langer in staat zijn in verband met de kosten of de schaalgrootte.

VERTROUWEN BEGINT bij de geloofwaardigheid van het beleid. Dat geldt voor nationale overheden en in verhevigde mate voor de abstractie 'Europa'. De Intergouvernementele conferentie vormt een geëigend platform om dit vertrouwen de komende anderhalf jaar nieuw leven in te blazen. Als de politieke leiders het contact met de economische werkelijkheid weten te herstellen, is al veel gewonnen.