Het leerlingwezen

De belangstelling voor het leerlingwezen (de combinatie van werken en onderwijs) daalt. Vooral de grafische en textielsector hadden in het schooljaar 1994-1995 te kampen met een grote teruggang in het leerlingenaantal: respectievelijk 28,3 en 27,7 procent.

In het leerlingwezen combineren jongeren een betaalde baan met een middelbare beroepsopleiding die twee jaar duurt. Per week gaan ze één tot twee dagen naar school. Sinds 1991 neemt het aantal leerlingen in het leerlingwezen af.

Volgens het COLO, de Vereniging van landelijke organen in het beroepsonderwijs, is het leerlingwezen conjunctuurgevoelig. Het stelsel is afhankelijk van het bedrijfsleven, dat de arbeidsplaatsen moet leveren. Als het slecht gaat met de economie, komen er minder plaatsen beschikbaar. Jongeren kunnen dan geen plaats veroveren en kiezen voor een gewone voltijds schoolopleiding.

Minister Ritzen van Onderwijs heeft de werkgevers herhaaldelijk verweten dat ze zich te weinig inspannen om opleidingen te verzorgen als het economisch slechter gaat. Het kabinet heeft daarom maatregelen genomen die bedrijfsopleidingen aantrekkelijker maken.

Sinds 1 januari dit jaar krijgen werkgevers een belastingvoordeel als ze opleidingsplaatsen hebben. Het Rijk geeft per jaar ongeveer 400 miljoen gulden uit aan deze zogeheten afdrachtkorting.