Het glaspaleis in Heerlen gerehabiliteerd

HEERLEN, 30 MAART. Er was heel wat opschudding in het begin van de jaren dertig toen in het centrum van Heerlen naast de romaanse Pancratiuskerk het modemagazijn Schunck verrees. Het magazijn was ontworpen door de in het Groningse Uithuizen geboren architect Frits Peutz (1896-1974). Het gebouw, zo vond de eenvoudige Heerlenaar, ging de schaal van het plaatsje met toen nog slechts 10.000 inwoners ver te boven. Het vloekte, vond men, met de monumentale kerk, waarvan het slechts enkele meters is verwijderd.

Met de door Peutz toegepaste paddestoelconstructie wisten de inwoners zich evenmin raad. Peutz had betonnen kolommen in het inwendigde van het gebouw naar boven toe dik laten uitlopen als paddestoelen, zodat de vloeren niet hoefden te worden ondersteund met dwarsbalken. Door het ontbreken van die balken waren er ook geen strijklichtschaduwen. Naarmate de tijd verstreek, maakte de goegemeente zich de schepping eigen en ging haar het Glaspaleis noemen vanwege de glazen gevels. De bouw van het 'paleis' markeerde de verandering van het mijndorp tot de stad van nu met 96.000 inwoners.

Ook nadien heeft het Glaspaleis de gemoederen herhaaldelijk beziggehouden, zoals dezer dagen, nu de gemeenteraad een beslissing over de toekomst van het gebouw neemt. In de jaren zestig was er een gemeentebestuur dat vond dat het maar beter gesloopt kon worden. In 1970 werd het verbouwd. Volgens secretaris William Pars Graatsma van de stichting Peutz was het gebouw toen “onherkenbaar” gemaakt. In plaats van het transparente witte glas kwam er “zonnebrilglas” op de gevel - zoals Graatsma het noemt. Dit glas onttrok de constructie aan het oog. Door Peutz bewust opengehouden delen van de gevel werden dichtgemaakt.

Nu zitten er op de begane grond enkele winkels, maar de vijf verdiepingen daarboven staan leeg. De huidige eigenaar, een Zweedse onderneming, wil, zegt de Heerlense wethouder R. Seijben, het Glaspaleis het liefst kwijt. Ingrepen mogen niet meer worden gepleegd omdat het sinds vorig jaar op de rijksmonumentenlijst staat.

Er zijn plannen om van het gebouw een centrum van cultuur te maken. Daarin zouden dan het in de stad gevestigde Europees studiecentrum voor architectuur worden gehuisvest, de stadsgalerij voor moderne kunst, het He-Art creatief centrum, delen van de muziekschool, een grand café en twee boekhandels, waaronder een muziekboekhandel. De architecten Jo Coenen en Wiel Arets hebben ontwerpen gemaakt die weliswaar in hun uitwerking verschillen, maar die gemeen hebben dat Peutz' schepping volledig gerehabiliteerd wordt. “Als het financieel haalbaar is”, zegt wethouder Seijben, “zullen we het gebouw kopen.”

De stemming in de speciaal voor de zogenoemde 'revitalisatie' van het Heerlense stadshart gevormde raadscommissie is volgens de wethouder “hoopgevend: het ja begint het neen te overstemmen”. Seijben hoopt dat nog dit jaar kan worden begonnen aan verbouwing. Er is haast geboden omdat een aantal van in het Glaspaleis onder te brengen instellingen kampt met ruimtegebrek.

Rehabilitatie van het Glaspaleis maakt onderdeel uit van de herinrichting van het stadscentrum. Wordt het ontwerp van architect Arets gevolgd, dan gaat verbouwing 25 miljoen gulden kosten. Arets wil de akoestisch belastende activiteiten van de muziekschool onderbrengen in verdiepingen onder de grond, omdat de dunne betonnen vloeren in het gebouw van Peutz zware belasting niet aankunnen. Coenen wil naast het Glaspaleis een nieuw gebouw neerzetten, speciaal voor deze akoestische activiteiten. Zijn plannen kosten 37 miljoen gulden. Voor de aanpassing van het stadscentrum op die plek is 20 miljoen ter beschikking. De gemeente hoopt het financiële gat te vullen met onder meer Europese subsidie. Staatssecretaris Nuis van cultuur, die vorige week op bezoek was in Heerlen, noemde de plannen “een krachtige impuls voor de culturele beleving”.

In april komt een speciaal aan het Glaspaleis gewijd boek uit met onder meer foto's van de Maastrichtse fotograaf Werner Mantz. De redactie, onder leiding van Graatsma, die oud-directeur is van de Jan van Eijkakademie in Maastricht, noemt het Glaspaleis “een van de hoogtepunten in het omvangrijke en wisselende oeuvre van Peutz. Internationaal werd het in één adem genoemd met de Van Nellefabriek in Rotterdam en het sanatorium Zonnestraal in Hilversum. Het Glaspaleis behoort tot een achttal door Peutz tussen 1930 en 1940 ontworpen gebouwen (-) die allen de geest van het Nieuwe Bouwen uitstralen. Het markeert”, aldus de auteur van het boek, “de tijd waarin nieuwe verkooptechnieken hun entree deden.” Het Glaspaleis was een voorloper van de warenhuizen van nu. Het zes verdiepingen hoge gebouw bekroonde Peutz met een penthouse en twee caféterrassen, die een panorama bieden over de voormalige mijnstreek.