Giscard d'Estaing neemt afscheid van de macht

PARIJS, 30 MAART. Frankrijk neemt morgen afscheid van een fenomeen. Valéry Giscard d'Estaing blijft altijd Monsieur le Président, maar zijn dagen als machtig politicus zijn geteld. Deze voorganger van Jacques Chirac en François Mitterrand was de jongste president van Frankrijk (1974-1981), de man die het land kernenergie en Europa zijn eerste monetair systeem gaf. Zondag verdwijnt hij als president van de UDF, 'zijn' liberaal/christen-democratische alliantie die nooit een echte partij is geworden.

Slechts bij hoge uitzondering zijn politici in dit land langer dan voor één verkiezing samengebonden door werkelijk gemeenschappelijke ideeën. Franse politiek is altijd mannetjes-politiek geweest. De Union pour la Démocratie Française moest een uitzondering op die regel worden: liberaal, modern, pro-Europees. Nu oprichter Giscard d'Estaing (74) na achttien jaar de sleutels moet overdragen aan een jongere, kan worden vastgesteld dat het hem niet is gelukt in het centrum van de Franse politiek een grote, stabiele partij te formeren die tussen de neo-gaullistische RPR van Chirac en de Parti Socialiste aanspraak kan maken op aanzien en macht.

Zelfs zijn vijanden zeggen dat Valéry Giscard d'Estaing een waardiger afscheid had verdiend. Hij kon de zes samenwerkende groepen niet effectiever in één mand vangen, maar misschien was hij een klassieker Frans politicus dan hij altijd pretendeerde. Eigenlijk wilde hij dat de UDF zich zou gedragen als het leger dat hem als verstoten generaal nog eenmaal naar het Elysée zou voeren. Die ambitie hebben de meesten in de beweging eminent genegeerd.

Het vertrek neemt dezer dagen ontluisterende vormen aan. Niemand heeft Giscard d'Estaing gevraagd aan te blijven aan het hoofd van de door hem zelf als president achttien jaar geleden opgerichte formatie. Niemand heeft rekening gehouden met de mogelijkheid dat hij zich herkiesbaar zou stellen. De oud-ministers Madelin en Léotard vechten al maanden om de stoel, alsof de vorige leider reeds over de eeuwige jachtvelden doolt.

Toen Giscard twee weken geleden, in het belangrijkste politieke tv-programma Sept sur Sept, zijn kijk op de opvolging zou bekendmaken, werd hij bruusk opzij geschoven. Premier Juppé wilde het volk dringend toespreken en deed dat vijftig saaie minuten lang. De grote commerciële zender TF1, net toe aan een verlenging van de zendmachtiging, liet de oud-president vallen als een baksteen. Uit arrenmoede is Giscard toen op een ander net te biecht gegaan. Zeggende dat hij al een jaar geleden had besloten zich niet opnieuw kandidaat te stellen. Dat was toen niemand opgevallen. Zondag zal hij de 1.721 leden van de Algemene Raad van de UDF in Lyon nog één keer in zijn ban hebben om Zijn keus bekend te maken. Het belooft een spektakel tussen heimwee en gêne te worden.

Giscard heeft Frankrijk en Europa, samen met kanselier Schmidt, een eind verder gebracht. Met zijn vertrouwen in moderne management-technieken heeft hij de Fransen van zich vervreemd maar niettemin het land de tweede helft van de twintigste eeuw binnengevoerd. Zijn einde als staatshoofd was al slordig en pijnlijk: de cadeau-juwelen van de Centraalafrikaanse vorst Bokassa en de verloren verkiezingsstrijd onder de handen van de harde vakman Mitterrand waren roemloos. Op de dag van het afscheid liep hij de tv-studio uit in de overtuiging dat hij slechts tijdelijk en per vergissing door Mitterrand opzij was gezet.

Giscards rentree is nooit gekomen. Na een lange periode van aan rouw grenzende persoonlijke ontreddering hervond hij de weg naar de Assemblée Nationale, naar de eeuwige tactische gevechten binnen de UDF en vooral naar het internationale podium. Zijn Europese visie was het beste vehikel waarmee hij kon bewijzen dat hij nog steeds hoog boven het maaiveld opereerde. In Frankrijk werd het op zijn wat deftige, technocratische toon nooit een populaire boodschap. Ook dat deed de magiër Mitterrand beter.

Deze week restte hem niets anders dan de leden te waarschuwen. Als de liberale Parti Républicain (waar de troonpretendenten Léotard en Madelin beiden toe behoren), de christen-democratische Force Démocrate (onder leiding van minister van onderwijs Bayrou), de Parti Radical (niet te verwarren met de Linkse Radicalen), de Parti Populaire pour la Démocratie Française (voorman: minister Charette van buitenlandse zaken) en de directe leden niet snel tot volledige fusie besluiten, is de UDF geen lang leven beschoren, orakelde Giscard.

Dat is exact waarom premier Alain Juppé, die de neo-gaullistische RPR van Jacques Chirac overnam, de UDF een lange, gezonde toekomst toewenst. Zonder min of meer coherente coalitiepartner kan de RPR niet regeren. Sterker nog, als het de UDF-partijen lukt met enige logica bij elkaar te blijven, dan kan de winnaar van de interne presidents-verkiezing van morgen een serieuze kandidaat zijn voor het een na hoogste ambt in het land. Zowel de thatcheriaanse Madelin (in september ontslagen als minister van financiën), als de soepel improviserende Léotard zijn zich ervan bewust dat de immer impopulaire Juppé eens aan vervanging toe is. Hetzij na de Assemblée-verkiezingen van 1998, hetzij na de honderdste krampzalige opiniepeiling. Die kan nog veel eerder komen.