Een plaag in aantocht

Al een paar nachten lig ik te lezen in een onweerstaanbaar spannend boek: The Coming Plague van Laurie Garrett (Penguin, ƒ33,90). Het gaat over de onverwachte opkomst van besmettingsziekten, juist nu de mensheid meende daar voorgoed van verlost te zijn.

Al duizenden jaren geleden hebben de mensen de strijd met alle andere roofdieren gewonnen. Voortaan hadden mensen geen macroparasieten meer te duchten, alleen nog hun eigen soort. Zo'n vijfentwintig jaar geleden dacht men dat de strijd tegen de microparasieten ook gestreden was: de pokken waren uitgeroeid, polio was verdwenen, tb bedwongen, malaria gesmoord, en venerische infecties konden gemakkelijk verholpen worden met antibiotica.

Voortaan maakte men zich andere zorgen: over het milieu en over degeneratieve ziekten, zoals hartkwalen en kanker, die te maken moesten hebben met de vervuiling en met de slechte gewoonten van het modern bestaan. Ook in ander opzicht bleek de mens zelf zijn ergste vijand: in de auto-immuunziekten waarbij het afweerstelsel de eigen lichaamsstoffen niet als eigen herkent maar ze als vreemde elementen begint af te breken. Meer en meer ook worden erfelijke aandoeningen gevreesd, die steeds beter en steeds eerder worden opgespoord, maar daarmee nog niet geneselijk zijn.

Besmettingsziekten werden beschouwd als een aflopende zaak. Een paar inentingen in de eerste levensjaren en nog eens een prik bij vertrek naar verre, warme landen, dat leek genoeg voor levenslange, afdoende bescherming.

Dat is dus anders gelopen. Ziektekiemen blijken zich heel snel en effectief te kunnen aanpassen aan hun bestrijders. Te pas en te onpas worden anti-biotica toegediend, heel vaak wordt de kuur niet afgemaakt wanneer de symptomen eenmaal verdwenen zijn: sommige micro-organismen slagen er dan ook in om die halve maatregelen te overleven. Het zijn deze, meest aangepaste, varianten die zich vermenigvuldigen. In een volgende confrontatie worden opnieuw de stammen met de meeste weerstand uitgeselecteerd. Zo zijn nu heel wat ziekteverwekkers terug van weggeweest: er zijn malaria-parasieten, tuberkel-bacillen, streptococcen en staphylococcen die elk bestrijdingsmiddel kunnen weerstaan.

Maar er doen zich ook geheel nieuwe besmettingsziekten voor. Sommige ziektekiemen bleven tot nu toe onopgemerkt in kleine, geïsoleerde gemeenschappen, en hun menselijke dragers waren er in de loop van de tijd tamelijk immuun voor geworden. Andere micro-organismen houden zich schuil in diersoorten die met de mens verwant zijn of die met mensen samenleven. Door mutaties of door een plotselinge verandering in de omstandigheden raken ze verbreid onder mensen die er geen weerstand tegen konden opbouwen en dan grijpt een nieuwe epidemie om zich heen. Oorlog, prostitutie, het gebruik van besmette injectie-naalden door artsen en verslaafden hebben zo het HIV-virus over de wereld verbreid.

Laurie Garrett heeft over die nieuwe en teruggekeerde plagen een adembenemend boek geschreven: ze laat de lezers puzzelen en griezelen met een reeks volmaakte misdaadverhalen waarin de boosdoeners dit keer de micro-parasieten zijn, en ook, telkens weer, de autoriteiten: laf, leugenachtig en kortzichtig.

Dezer dagen wordt buiten haar om een nieuwe aflevering aan de reeks toegevoegd: onverwacht is het vermoeden gerezen van een samenhang tussen een runderziekte, bovine spongiforme encephalopatie ('gekke-koeienziekte') en een zeldzame hersenziekte bij mensen: Creutzfeldt-Jakob. Hoe die overdracht werkt is onbekend, de incubatie-periode kan vele jaren duren en statistische gegevens ontbreken tot nog toe volstrekt. Een risico-berekening is dus onmogelijk, er zijn alleen veronderstellingen en onzekerheden. Maar de gebeurtenissen doen onheilspellend denken aan de beginfase van de aids-epidemie. Hopelijk loopt het dit keer beter af.

Tegen alle adviezen van deskundigen zijn de consumenten een kopersstaking begonnen. Rundvlees eet je immers voor je plezier en als je bij het kauwen steeds maar aan hersentering moet denken vergaat je allicht de eetlust. Alleen daarom al is die afwijzing van Brits vlees begrijpelijk: de smaak is er af. Dan zijn de gezondheidsrisico's nog niet eens aan de orde.

De Britse regering heeft nu besloten alle oude koeien te 'vernietigen', maar ze leven nog en moeten eerst gedood worden. Als reden wordt niet de zorg om de volksgezondheid opgevoerd, maar de 'vertrouwenscrisis' onder de consumenten. Dat is onhebbelijk. De regering meent blijkbaar dat de burgers nu al hun verstand verloren hebben en dat hun daarom maar een brandoffer gebracht moet worden van honderdduizend of desnoods een miljoen koeien.

Maar zo is het niet. De burgers geloven de regering niet en ze geloven de geleerden die zijn opgetrommeld als getuigen niet. Daar hebben ze gelijk aan. Bij eerdere bedreigingen van de volksgezondheid hebben gezagsdragers en deskundigen zich de de kop van de romp gelogen: over de kernramp bij Tsjernobyl, of over het met HIV-virus besmette transfusie-bloed.

Ook nu gaat het om zulke onvoorspelbare eventualiteiten. Er doet zich een heel kleine mogelijkheid voor van een heel groot ongeluk. Daar weet het gevoelsleven niet mee om te gaan: voor het gevoel is een mogelijk ongeluk =f nu al een zekerheid, =f volstrekt en voorgoed uitgesloten. Tussen die uitersten slaat de wijzer van angst en loochening wild heen en weer. Daar helpt geen professor of minister aan.

Iets zegt mij dat dit brandoffer van talloos vele runderen god niet welgevallig is. Laat ze toch grazen. Het vertrouwen van het publiek wordt niet met rundermoord hersteld, maar door eerlijke, belangeloze, onafhankelijke deskundigen en een onomkoopbare, onvermurwbare, al even onafhankelijke keuringsdienst. Dat kan nog even duren.