De om kleur wedijverende kunst van R. Wouters

Rik Wouters. Een passie voor licht. Ned.2, 0.00-0.49u.

'Een passie voor licht' heet de documentaire over de Belgische kunstenaar Rik Wouters (1882-1916) die de Tros vanavond uitzendt. Maar een betere titel zou zijn geweest: een passie voor Nel, al klinkt dat minder diepzinnig. Nel, zo heette Wouters' vrouw. Hij leerde haar op zestienjarige leeftijd kennen toen ze voor hem model stond tijdens zijn academietijd in Brussel, en ze zou zijn hele leven bij hem blijven. Waar hij reisde, reisde zij mee, als hij zorgen had, loste zij ze op. Ze was z'n muze, moeder, maatje en geliefde. Ofwel 'zijn alpha en omega', zoals regisseur Eric Blankert concludeert aan het eind van de ruim drie kwartier durende documentair .We hebben Nel dan als een uitgelaten danseres in brons gezien (nu in het Middelheimpark in Antwerpen), ze poseert op Wouters' fauvistische doeken in haar beroemde rood-wit gestreepte jurk en we zien haar in een terloopse beweging razendsnel vastgelegd op papier. Ze strijkt, kookt, speelt met de poes, zit op de sofa en kijkt uit het raam naar - afhankelijk waar het tweetal woonde - de groenverschietende bossen in Zuid-Vlaanderen, de drukte op straat in Amersfoort en de bloemenschuiten op de Amsterdamse Kostverlorenkade. De door de BRT geproduceerde film laat veel in het ongewisse over Wouters. Maar dat hindert niet. De meest vanzelfsprekende, chronologische opzet is vermeden. In plaats daarvan heeft Blankert ervoor gekozen om zijn documentaire te beginnen met het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, op de nacht dat Wouters wordt opgeroepen voor militaire dienst. De kunstenaar is juist bezig aan een stilleven met perziken, maar hij krijgt het schilderij door de plotselinge mobilisatie niet meer af. Boos, schrijft hij in een brief, mikt hij de perziken het raam uit. Nel laat ze daar onaangeroerd liggen, zolang als haar man weg is. Ze maakt zich zorgen, want 'voelt', zo schrijft ze in haar dagboek, dat deze oorlog haar Rik weinig goeds brengen zal. En inderdaad, Rik sterft na omzwervingen aan het Belgische front en een internering in Zeist, nog voor het eind van de oorlog in 1916. Dat hij volkomen blind doodgaat, vermeldt Blankert niet. Ook het feit dat Wouters uit het leger is ontslagen wegens een ongeneeslijke ziekte, blijft onvermeld.

Het is opmerkelijk dat de weglating van feiten geen afbreuk doet aan deze kunstenaars-documentaire. Dat komt doordat de film behalve historisch archiefmateriaal (een ouverture vol granaatinslagen) en moderne straatopnames, ook tal van interessante fragmenten uit brieven en dagboeken bevat. Soms zijn deze intiem van aard (“Ik geniet van het uur op de dag dat we rode appelen eten”, schrijft Nel), soms ook weids filosoferend over Kunst. Maar de echte hoofdrol is natuurlijk weggelegd voor Wouters' werk en daarmee ook voor Nel. Wouters' prachtige 'luministische' landschappen en stillevens - in aquarel of olieverf - die zo duidelijk op Cézanne zijn geïnspireerd, de intieme huiselijke scènes waar de kleuren met elkaar wedijveren en in elkaar overlopen, de zwierige, bijna kalligrafische tekeningen: de cameraman neemt er ruim de tijd voor. Gelukkig maar. Zo zien we Nel flonkeren in rood, geel, blauw en groen en alles wat daartussen zit tot en met het peilloze zwart aan toe. Wouters werd maar 34 jaar. Op het moment dat hij sterft, gaat de film terug, naar zijn geboorte in Mechelen en naar al het werk dat sindsdien ontstaan is. De symboliek van deze regie-ingreep is duidelijk. Rik Wouters leeft voort, dank zij zijn kunst.