Bosnische moslims en de wurggreep van Dayton; Gelegenheidsgeloof in een eigen natie

Met de overdracht van de laatste Servische wijk is Sarajevo nu formeel herenigd. Tot een oase van verdraagzaamheid, zoals nostalgische stadsbewoners beweren. Maar volgens cynici dreigt Sarajevo de intolerante hoofdstad van een nieuw moslim-staatje te worden. Iran helpt alvast. 'Salem Aleikum, broeders!' , roepen hun Bosnische geloofsgenoten terwijl ze hun bierflessen verstoppen. Hoe opportunistisch is het geloof van de Bosnische moslims?

Het is een vrij nieuw bordje: Straat van Nikola Gardevic, staat er in cyrillische letters op. Het hangt in Grbavica, de laatste door Bosnische Serviërs gecontroleerde wijk van Sarajevo, die zij vorige week volgens het vredesakkoord van Dayton hebben overgedragen aan de Bosnische regering. Het zal er waarschijnlijk niet lang meer hangen.

Nikola Gardevic is een beroemde dode; op 2 maart 1992 was hij te gast op een dronken Servische bruiloft in de Bascarsija, de oude moslimwijk van Sarajevo. Hij zwaaide er met de Servische vlag en riep Servische leuzen. Daarmee wekte hij de woede van een moslim uit de Sandzak, een regio op de grens van Servië en Montenegro die zowel bekend staat om haar ongepolijste manieren als haar religieuze fanatisme. En zo werd Nikola Gardevic de eerste officiële dode van de Bosnische oorlog en een martelaar voor de Servische zaak. Zijn dood gaf de Servische extremisten in Sarajevo precies datgene waarop zij hadden gewacht: een aanleiding om de stad te isoleren en de beschietingen te beginnen die pas eind vorig jaar ophielden.

Met de overdracht van de laatste Servische wijk is Sarajevo nu formeel herenigd. Toch is het de vraag of de Straat van Nikola Gardevic zijn oude naam - Zagreb-straat - terugkrijgt. Want ook aan de overzijde van de Brug van Broederschap en Eenheid zijn intussen de bordjes verhangen. Zo is de Maarschalk Tito-straat, de hoofdverkeersader door het centrum van Sarajevo, vanaf de kathedraal tot de Bascarsija nu omgedoopt in Mula Mustafa Baseskija-straat, naar een achttiende-eeuwse moslim-geestelijke van wiens kronieken vóór de oorlog weinigen hadden gehoord maar die nu op elke school verplicht worden gelezen.

Het is een spiksplinternieuw, grasgroen plastic bordje, zoals ze op alle straathoeken in Sarajevo hangen. Niemand kan het bevestigen, maar een hardnekkig gerucht wil dat Iran of Saoedi-Arabië ze heeft betaald, op voorwaarde dat ze groen werden; de kleur van de islam.

Klein-Bosnië

De president van Bosnië-Herzegovina, Alija Izetbegovic, een moslim, regeert officieel over een land met een oppervlak van ruim 51.000 vierkante kilometer - anderhalf keer Nederland - en met internationaal erkende buitengrenzen. Ondanks het Dayton-akkoord, dat de eenheid van het oude Bosnië garandeert, is Izetbegovic' Bosnië in de praktijk vijf keer zo klein.

In het noordwesten, noorden en oosten, achter het cordon sanitaire van de internationale vredesmacht IFOR, wonen Serviërs. Zij beschouwen Belgrado nog steeds als de hoofdstad van hun ideale natie-staat. In het zuiden en zuidwesten wonen Kroaten, wier kompas ondanks hun zogenaamde federatie met de moslims naar Zagreb blijft wijzen.

Ingeklemd tussen de gebieden van de Kroaten en de Serviërs ligt het kleine stukje grond waar de moslims riant in de meerderheid zijn - door de komst van moslimvluchtelingen uit de rest van Bosnië, maar ook door het geforceerde vertrek van vele duizenden niet-moslims. Daarvan getuigen de opgeblazen katholieke en orthodoxe kerken, en de verbrande huizen in stadjes en dorpen waar de oorlog niet heeft gewoed.

Wat is Sarajevo? Een oase van verdraagzaamheid, waar etnische afkomst nog steeds geen rol hoeft te spelen, houden nostalgische Sarajlije en romantische buitenlanders vol. Zij wijzen op de solidariteit van de gemengde bevolking tijdens het beleg en op de veerkracht waarmee het kosmopolitische leven zich nu herstelt. Voor hen is Sarajevo de hoofdstad van Bosnië-volgens-Dayton.

Cynischer stadsbewoners, internationale hulpverleners, militairen en diplomaten geloven steeds minder in het tolerante Sarajevo. Zij zeggen dat de Partij van Democratische Actie (SDA), de door moslims gedomineerde regeringspartij van president Izetbegovic, niet-moslims uit officiële functies weert en zelfs wegwerkt. En zij wijzen erop dat radicale moslims de Serviërs die in de voorsteden wilden blijven wonen na de overdracht een handje hebben geholpen om alsnog te vertrekken. Zij achten het mogelijk dat Sarajevo de hoofdstad wordt van de nieuwe Europese moslimnatie 'Klein-Bosnië'.

Bekeerd

Als enige van de Joegoslavische volken ontlenen de moslims hun identiteit aan hun geloof, al kwamen de meesten van hen zelden in een moskee. Zij leefden als de andere Joegoslaven; het koran-hoofdstuk over cafébezoek had bijvoorbeeld weinig indruk op hen gemaakt. Maar de oorlog heeft bij veel Bosnische moslims de religieuze gevoelens op scherp gezet. “Mijn geloof is belangrijker geworden”, zegt Safet, een jonge moslim in jeans en een windjack die na het middaggebed in de portiek van een moskee in Sarajevo zijn schoenen aantrekt. “Deze oorlog heeft bewezen dat ons geloof de juiste weg is. En het heeft ons meer kracht gegeven. Ik zal mijn kinderen religieus opvoeden.”

“De oorlog gaf ze een reden om moslim te worden”, zegt Alma Sahbaz (30), een technicus die de hele oorlog in Sarajevo heeft gewoond. “Door de oorlog zijn ze het vertrouwen in gerechtigheid en respect voor de menselijke waardigheid verloren, maar ieder mens heeft iets nodig om in te geloven. Ze realiseerden zich en masse dat ze vervolgd en gedood werden alleen maar omdat ze een moslim-naam droegen. Veel niet-belijdende moslims moeten gedacht hebben: misschien straft God ons omdat we niet geloven. Zulke mensen hebben zich bekeerd.”

Imam Ismet Spahic is de op een na hoogste moslim-geestelijke van Bosnië. “Door de oorlog zijn velen teruggekeerd tot het geloof”, zegt hij onder een boom op het voorplein van de Gazi Husref Bey-moskee, tegenover de theologische faculteit in de Bascarsija. “Ten eerste was het communistische systeem dat religie onderdrukte verdwenen. Ten tweede kan alleen het geloof vrede in de ziel brengen na zoveel verschrikkingen.”

In 1993 verloor Spahic op één dag twee dochters en een kleindochter door een granaat. Zijn vrouw zou later aan een hartaanval overlijden. Toch houdt hij vol dat Bosnië alleen kan blijven bestaan bij de gratie van tolerantie. “Bosnië is òf een land voor alle mensen van goede wil, of het zal niet zijn.”

Maar er klinken luide tegenstemmen. Veel moslims geloven juist dat de oorlog afdoende heeft aangetoond wat het gevolg is van de traditionele tolerantie. Moslims zijn altijd te weinig voor zichzelf opgekomen en hebben daar de afgelopen jaren een bloedige prijs voor moeten betalen, zeggen zij.

“De Bosnische moslims worstelen met een dilemma”, zegt Tahir Cambis (39), een Australische documentaire-filmer met Joegoslavische ouders. In 1992 nam hij dienst in het moslim-Kroatische leger, waar hij zwaar gewond raakte. Sindsdien pendelt Cambis tussen zijn nieuwe en oude vaderland. “Aan de ene kant denken ze: we zijn zwak omdat we geen eigen natiestaat hebben zoals de Kroaten en Serviërs. Maar andere kant denken ze: waarom zouden we, want de anderen zijn net zo Bosnisch als wij.”

De Bosnische moslims worden “gekweld door het dubbelzinnige van hun identiteit, ergens tussen religie en nationaliteit in”, schreef de Joegoslavische literatuurhistoricus Midhat Begic. Zij zijn net zo Slavisch als de Kroaten en Serviërs, maar hun voorouders lieten zich in de middeleeuwen na de Turkse veroveringen op de Balkan bekeren tot de islam. Volgens de Bosnische schrijver Mesa Selimovic lijden zij nu daarom een paradoxaal bestaan: “De Bosnische moslims konden zich alleen bij de anderen voegen door het einde te wensen van het Turkse rijk, of door bij te dragen aan de vernietiging ervan. Maar het einde van het Turkse rijk betekende tegelijkertijd het einde van wat zij zelf waren.” (Beide schrijvers worden aangehaald in een essay van Cathérine Samary, 'Mouvante identité des Musulmans', in Le Monde Diplomatique van oktober 1995).

De Iraanse ervaring

“Dit is geen islamitisch land”, zeggen Westerse functionarissen in Sarajevo in koor. Maar zij erkennen tegelijkertijd dat de massale aanwezigheid van Westerse militairen en de voorgenomen economische wederopbouw van het land onder leiding van Westerse bedrijven en instellingen mede is bedoeld om te voorkomen dat de invloed van de islam op het Bosnische staatsbestel te groot zou worden.

Dat die invloed er is, staat vast. Zo heeft Iran, een land waar kerk en staat niet zijn gescheiden, in Bosnië een stevige voet aan de grond. Dat dankt Iran aan het geld en de wapens waarmee het bereid was Bosnië te steunen toen het Westen zich nog afzijdig hield. In strijd met 'Dayton' bevinden zich in Bosnië nog steeds Iraanse militaire instructeurs en tientallen mujahedeen, moslimfundamentalistische strijders die aan de zijde van het Bosnische regeringsleger hebben gevochten.

Ook cultureel is die invloed merkbaar. Iran heeft in Mostar een fonkelnieuw 'islamistisch centrum' helpen bouwen, dat 'scholing' en 'voorlichting' aan de getraumatiseerde moslimbevolking van de halfverwoeste stad belooft. In hartje Sarajevo leggen stucadoors en timmerlieden de laatste hand aan het Cultureel Centrum van de Islamitische Republiek Iran, pal tegenover het monument voor de Onbekende Soldaat en de Benetton-winkel.

“De ambassadeur van Iran heeft tijdens zijn bezoek aan Bosnië deze maand beloofd niet alleen materieel te blijven helpen, maar ook met wat hij noemde 'de Iraanse ervaring”, zegt Drazena Peranic, lid van het Netwerk voor Alternatieve Informatie (AIM), een niet-gouvernementele organisatie die zich inzet voor een pluriforme pers in Bosnië. “Wat moet ik me daarbij voorstellen? Ik denk dat daarachter een poging van Iran schuilgaat om Bosnië min of meer onder controle te krijgen. De autoriteiten doen heel geheimzinnig over hun relaties met de islamitische landen. Er is niets tegen geld geven, dat doen Frankrijk en de Verenigde Staten ook, maar over de steun van Iran is kennelijk iets te verbergen.”

Volgens Peranic wordt humanitaire hulp voor politieke doeleinden aangewend. “Islamitische hulpinstanties als Merhamet registreren bij het uitdelen van voedsel wie wel en niet naar de moskee gaat. Natuurlijk heeft dat invloed op moskeebezoek.” En wie bekend staat als tegenstander van de regeringspartij kan lang wachten tot zijn waterleiding wordt gerepareerd. “Zo gebruiken de autoriteiten het geloof om macht uit te oefenen en mensen te controleren”, zegt Peranic. “De SDA heeft tegenwoordig meer moeite met andersdenkende moslims dan met Kroaten en Serviërs. Vroeger wilden ze weten of je wel een moslim was, tegenwoordig hoe je over de leiding denkt.”

Watermeloenen

“Bosnië mag geen moslimstaat worden, dat eindigt in een getto”, zegt oud-premier Haris Silajdzic. Na de Dayton-besprekingen verliet hij boos de regering en sindsdien waarschuwt hij dat Bosnië gevaar loopt langs etnische lijnen te desintegreren. Vanuit een kantoortje in het Unis-gebouw - de twee identieke, grotendeels verbrande torenflats naast het Holiday Inn-hotel in Sarajevo - werkt hij aan de oprichting van een nieuwe partij, die Partij voor Bosnië en Herzegovina (SBH) moet gaan heten. Bij de komende verkiezingen hoopt Silajdzic vooral stemmen te krijgen van moslims die de alomtegenwoordige SDA beu zijn.

“Onder de SDA dreigt Bosnië een slechte kopie van het oude communistische systeem te krijgen. Alleen manipuleert de islam nu de macht”, zegt Silajdzic voor zijn boekenkast, waar de koran naast Carlos Castañeda staat. “De politiek hoort zich niet met religieuze organisaties of de pers te bemoeien. De gelovigen in Bosnië moeten niet als een stam worden behandeld. Het enige dat zij nodig hebben is meer democratie en meer keuzevrijheid.”

Muhamad Sacirbey, de Bosnische VN-ambassadeur en SDA-lid, erkent dat 'Dayton' vrij spel heeft gegeven aan krachten die de herintegratie van Bosnië tegenwerken. Aan eigen zijde kan een hervorming van binnenuit het tij nog keren, gelooft hij. “De SDA moet zich realiseren dat zij niet alleen de moslims maar heel Bosnië verdedigt”, zegt hij in het presidentieel paleis in Sarajevo, waar hij een werkkamer heeft. Het eenzijdige moslim-nationalisme dat de SDA nastreeft wijt hij aan 'de wurggreep' van de Servische en Kroatische nationalistische partijen in Bosnië, de SDS en de HDZ, die in respectievelijk de Servische en de Kroatische zone de dienst uitmaken. “Als Bosnië wil overleven moet de regeringspartij zich uit die dodelijke omhelzing zien te bevrijden”, zegt hij.

'Dayton' heeft dat volgens Sacirbey niet eenvoudiger gemaakt. “Het grootste mankement van het vredesakkoord is dat het de etnische gelaagdheid legitimeert en verstevigt. Ik zie maar drie wegen. Ten eerste: een nieuwe oorlog, waarin we het fascisme nu verslaan. Ten tweede: 'Dayton' veranderen, maar dat zou waarschijnlijk ook tot oorlog leiden. En ten slotte: de aard van de politieke partijen veranderen. De SDA moet zijn agenda nu breder maken, minder etnisch en op termijn een Europese centrum-rechtse partij worden. De moslims moeten strategisch leren denken, en niet alleen reageren op wat de anderen doen.”

Volgens Sacirbey is er maar één persoon die hun dat kan uitleggen: president Izetbegovic. “Zonder hem had dit land de oorlog niet overleefd. Hij is de enige die het gewonde deel van de bevolking kan zeggen: de oorlog is voorbij, het gaat nu om het overleven van Bosnië.”

Alija Izetbegovic zelf is altijd dubbelzinnig geweest over de positie van de islam in Bosnië. Zijn geschriften waarin hij pleit voor politieke emancipatie van de islam brachten hem in Tito's Joegoslavië in de gevangenis. Anderzijds heeft hij later gezegd dat in Bosnië “de voorwaarden ontbreken voor de vestiging van een fundamentalistische islamstaat”.

De cultus rond 'Alija' - door Sacirbey liefdevol “de Bosnische George Washington” genoemd - kan niet verhullen dat veel moslims teleurgesteld zijn in diens partij. Volgens hen zet de SDA simpelweg het communistische machtssysteem voort, maar dan onder islamitische vlag. Oud-premier Silajdzic weigert deze spijtoptanten moslims te noemen - “er zijn alleen Bosniërs”, zegt hij - maar ze vormen wel zijn grootste reservoir van potentiële stemmen.

Niet-religieuze inwoners van Sarajevo gnuiven vooral om de bekeerde communisten die nu vooraan zitten in de moskee. Die noemen ze lubenicas: watermeloenen; groen van buiten, rood van binnen. Dat bewijst dat het geloof nooit diep kan zitten, zeggen ze.

“Bosniërs blijven gelegenheidsmoslims”, zegt de filmer Tahir, die een oud Bosnisch spreekwoord aanhaalt: vertrouw nooit een Serviër die niet vloekt, noch een Kroaat die teveel vloekt noch een moslim die te vaak naar de moskee gaat. “Toen ik gewond in het ziekenhuis lag kwamen er regelmatig Arabische cameraploegen op bezoek. Dan stopten wij onze bierflessen onder de dekens en riepen allemaal: Salem Aleikum, broeders.

“De politieke officieren in het leger waren vroeger communisten, nu hebben ze allemaal islamitische scholing gehad. Maar soldaten zullen dat systeem op dezelfde manier manipuleren als vroeger. Mijn commandant was een moslim. Als we om twaalf uur vrij wilden om te gaan drinken, zeiden we dat we vrij wilden om te gaan bidden.”

Nizama (19) ziet het anders. Met twee vriendinnen wandelt ze over de Ferhadija-promenade, die vroeger ook anders heette. Zij is tijdens de oorlog een hoofddoek gaan dragen. “De islam toont de enig juiste manier van leven”, zegt ze. “Ze hebben ons geprobeerd te vermoorden omdat we moslims zijn, daarom is de islam nu een noodzaak. Ik zou willen dat iedereen volgens de wetten van de islam leeft. Maar dat zal wel niet gebeuren, want Bosnië is een democratie.”