Benoeming is beste weg voor de burgemeester

Binnenkort debatteert de Tweede Kamer over de vraag of burgemeesters door de Kroon moeten (blijven) worden benoemd. CDA en VVD zijn voor de Kroonbenoeming, D66 wil een gekózen burgemeester. Volgens Jan te Veldhuis zijn de argumenten voor ingrijpende wijzigingen, ronduit zwak.

Waarom moeten we vóór het benoemen van burgemeesters bljven? En waarom dus tégen een rechtstreekse verkiezing door de bevolking of door de gemeenteraad?

De belangrijkste reden is dat een burgemeester niet alleen een gemeentelijke functionaris is. Hij vervult ook taken die verder gaan dan alleen het belang van zijn gemeente. Zo is hij verantwoordelijk voor het handhaven van de openbare orde. Daarvoor moet hij soms de politie en/of het openbaar ministerie van buiten de gemeente inschakelen. Ook komt het wel eens voor dat een college van burgemeester en wethouders of de gemeenteraad in strijd handelen met de wet- en regelgeving of met het algemeen belang. Dan moet een burgemeester een besluit ter vernietiging aan de Kroon kunnen voorleggen.

Meer in het algemeen: een burgemeester moet als een min of meer onafhankelijke bestuurder tussen of boven de politieke partijen staan. Hij of zij kan als het ware een zeker tegenwicht zijn tegenover de lokale politiek. We moeten vermijden dat hij een 'politieke gevangene' van de gemeenteraad wordt. Die kans is aanwezig als hij door de gemeenteraad wordt gekozen. En we moeten ook voorkomen dat er onoplosbare conflicten ontstaan tussen twee, allebei gekozen, gemeentelijke organen. Want als een burgemeester openbaar zou worden gekozen dan heeft hij dezelfde democratische legitimatie van de burgers gekregen als de gekozen gementeraadsleden. Wie moet dan gelijk krijgen in een conflictsituatie?

Maar er is meer. Er zal een ontzettende verschraling ontstaan in het aanbod van bekwame burgemeesterskandidaten. Want welke capabele mensen willen hun privacy in een openbare verkiezingsstrijd te grabbel gooien? Denk alleen maar eens aan een wethouder of aan een burgemeester, die in een andere dan hun eigen gemeente willen meedoen. Die zitten dan in hun eigen gemeente meteen op de schopstoel. Ze worden daar dan als vertrekkers bestempeld. Dit kan tot gevolg hebben dat er vooral lokale coryfeeën gaan meedoen bij vacatures. En dat maakt de spoeling dun.

De huidige methode heeft verder als voordeel dat de Commissarissen van de Koningin een voorselectie kunnen maken van geschikte burgemeesterskandidaten. Zij proberen een soort kwaliteitsgarantie in te bouwen voor de nieuwe 'eerste burger' van de gemeente. Zo'n waarborg is er niet, of veel minder, als er een verkiezing plaatsvindt. De kans is dan aanwezig dat een burgemeester meer op basis van fraaie retoriek en mooie beloftes wordt gekozen dan op grond van bestuurlijke kwaliteiten.

En stel dat zijn beloftes dan niet sporen met wat de gemeenteraad wil. Het lijkt mij dat het belang van een goed openbaar bestuur niet met zo'n situatie wordt gediend. Trouwens, het gaat toch helemaal niet slecht met de huidige situatie, uitzonderingen daargelaten? Het is zelfs zo dat zeventig tot tachtig procent van de inwoners van een gemeente de burgemeester kent en hem of haar respecteert. Waarschijnlijk omdat hij wordt gezien als een bestuurder die niet is aangesteld via plaatselijke politieke processen en daar een beetje buiten of boven staat. Een groot voordeel van de Kroonbenoeming is ook dat men rekening kan houden met andere bovenlokale belangen; zoals meer vrouwelijke burgemeesters. Of: een meer evenwichtige spreiding over de verschillende politieke kleuren en partijen in Nederland.

Moet of kan er dan helemaal niets veranderen? Jazeker wel. Zo kan de rol van de vertrouwenscommissie uit de gemeenteraad worden versterkt. Zij krijgt nu meestal tussen de zes en negen kandidaten doorgestuurd, die een Commissaris der koningin voor hun heeft voorgeselecteerd, op basis van kwaliteit, politieke kleur, sekse en dergelijke. Maar zij krijgen tot nog toe geen overzicht van alle kandidaten die hebben gesolliciteerd. Soms wel meer dan zestig, of zelfs honderd. De vertrouwenscommissie houdt een soort sollicitatiegesprek met de doorgestuurde kandidaten, en maakt daarna een advieslijst op voor de Commissaris der Koningin, in volgorde van voorkeur. De Commissaris der Koningin kan dit advies overnemen, maar mag ook een afwijkende eigen aanbeveling doen aan de Kroon. De minister van binnenlandse zaken of - bij grote gemeenten en provinciehoofdsteden - het kabinet doet daarna een voordracht aan de Koningin.

Dit alles gebeurt vertrouwelijk en besloten. De VVD vindt dat de vertrouwenscommissie inzage moet kunnen krijgen in de totale lijst van sollicitanten. En zij moet ook kunnen praten met andere kandidaten dan de Commissaris der Koningin heeft voorgeselecteerd en doorgestuurd. Zij het dat daar dan wel een gesprek met de Commissaris over gewenst is. Het inwinnen van informatie over andere kandidaten moet alleen door de Commissaris plaatsvinden, in verband met privacy-gevoelige zaken.

Verder zou de vertrouwenscommissie haar voorkeursadvies rechtstreeks naar de Kroon moeten kunnen sturen, dus niet meer via de Commissaris der Koningin. Die heeft immers alle doorgestuurde kandidaten al benoembaar geacht. Wel zou deze een adviesrecht aan de Kroon over die lijst moeten krijgen. Bijvoorbeeld voor die gevallen, waarin de vertrouwenscommissie een eigen kandidaat op nummer één heeft gezet. Het zou kunnen zijn dat die nummer één toch niet geschikt moet worden geacht op grond van informatie die de vertrouwenscommissie niet kent of kon respectievelijk mocht kennen.

Op deze manier kan misschien een aanvaardbare oplossing worden bereikt tussen rechtstreeks verkiezen en benoemen van burgemeesters. De vertrouwenscommissie uit de gemeenteraad krijgt een behoorlijke invloed bij de keuze van de nieuwe eerste burger. Tegelijkertijd behoudt de Kroon wel haar bevoegdheid om eventueel ook rekening te houden met bovenlokale belangen. En de Commissaris der Koningin blijft een kwaliteitscontrole op de kandidaten verrichten.