Alleen ondernemers zijn tevreden over CO-beleid

Maandag bespreekt de Tweede Kamer de Derde Energienota en een notitie over het klimaatbeleid. Het kabinet wil de uitstoot van CO2, het belangrijkste broeikasgas, stabiliseren. De milieubeweging is diep teleurgesteld.

DEN HAAG, 30 MAART. “Wie in de wereldpolitiek meer dan tien jaar vooruit wil denken, lijkt al gauw een bouwer van luchtkastelen”, zegt het partijprogramma van D66 dat bijna twee jaar geleden werd geschreven. “Toch is een vooruitziende blik meer dan ooit noodzakelijk.”

Die vaststelling had D66-minister Wijers (Economische Zaken) kennelijk in zijn oren geknoopt, toen hij in 1994 tot het paarse kabinet toetrad. Vorig jaar december bracht hij zijn Energienota uit, die ver in de toekomst kijkt: tot aan 2020. Tegen die tijd wil Wijers de bijdrage van duurzame energiebronnen (zon, wind, waterkracht, biomassa, waterstof) van één procent nu tot tien procent hebben opgevoerd. En de energie-efficiëntie met 33,3 procent.

Dat laatste betekent een zodanige besparing op verbruik dat gemiddeld per eenheid produkt of per afgelegde kilometer dan eenderde minder energie wordt verbruikt. Het betekent níet dat het absolute energieverbruik afneemt, want ook bij gematigde economische groei zal waarschijnlijk meer olie, gas en elektriciteit dan nu worden opgemaakt.

Wijers' beleid resulteert volgens de Energienota in een stabilisatie van de uitstoot van kooldioxyde (CO2), het belangrijkste broeikasgas. Maar als de concurrentiepositie van de bedrijven die veel energie gebruiken zich de komende 25 jaar goed ontwikkelt, moet met een lichte stijging van de CO2-uitstoot (0,2 procent) rekening worden gehouden.

Het paarse kabinet zet daarmee een ontwikkeling van steeds minder vergaande CO2-doelstellingen voort die begon onder ex-milieu-minister Alders. Diens kabinet-Lubbers III wilde in het jaar 2000 drie tot vijf procent CO2-reductie hebben gerealiseerd (vergeleken met 1989). Voor daarna zou worden aangesloten bij “de internationale strategie van onderzoek naar en op basis van de bevindingen stimuleren van” verdere reductie, stond in het Nationaal Milieubeleidsplan-plus (NMP-plus, 1990). Deze reductie, aldus Alders, zou in de geïndustrialiseerde landen kunnen oplopen tot twintig procent in 2005.

Twee jaar na het uitkomen van het NMP-plus verplichtten de ondertekenaars van het Klimaatverdrag van Rio zich tot stabilisatie van de CO2-uitstoot na 2000. In het NMP 2 (1993) kwam te staan dat Nederland weliswaar “rekening hield” met een CO2-reductie van één tot twee procent na 2000, maar dat het zich in de praktijk zou aansluiten bij de stabilisatie-doelstelling van 'Rio' en de Europese Unie. Het NMP 2 markeerde dat Nederland op CO2-gebied niet langer gidsland wilde zijn.

Dat hierin met de komst van het paarse kabinet niets is veranderd, bleek vorig jaar september. Toen moest volgens afspraak worden besloten of het drie of vijf procent CO2-reductie in 2000 zou worden. Het werd drie procent. In het stuk waarin dat besluit werd gerechtvaardigd, stond dat de CO2-uitstoot vooral een mondiaal probleem is. “De Nederlandse bijdrage is iets minder dan één procent”, schreef de nieuwe minister van milieubeheer, De Boer. Alders had het argument van de geringe Nederlandse bijdrage (0,7 procent) aan de mondiale CO2-uitstoot altijd “een vorm van ridiculiseren van het milieubeleid” genoemd. Een week na het drie procent-besluit schreef Alders' voorganger Nijpels, nu voorzitter van de Raad voor het Milieubeheer, in een open brief dat het paarse kabinet de CO2-doelstellingen “had laten vallen”. Gezien het geringe aantal uitstoot-beperkende maatregelen verwachtte Nijpels dat zelfs de drie procent niet zou worden gehaald.

Dus was de toon gezet, toen minister Wijers in december met zijn Derde Energienota kwam. De milieubeweging was diep teleurgesteld. Wat was er overgebleven van de waarschuwingen die koningin Beatrix in een kerstrede over de bedreigingen voor het klimaat had geuit? Was dit het resultaat van de hartekreet die D66-leider Van Mierlo tijdens de verkiezingscampagne van 1994 slaakte: “Het wordt tijd dat er eindelijk eens een energiebeleid komt”? Ook De Boer werd opnieuw met kritiek overladen, toen zij enkele weken geleden in haar notitie over het klimaatbeleid als het kabinetsstandpunt herhaalde dat zij een reductie van één à twee procent in het internationale overleg wel probeert te bereiken, maar dat ze “vooralsnog” uitgaat van stabilisatie na 2000.

De notitie, die maandag samen met de Derde Energienota in de Tweede Kamer ter discussie staat, stelt dat de stabilisatie-doelstelling “natuurlijk met realistische maatregelen moet zijn te verwezenlijken”. Over twee jaar zal de haalbaarheid “nader worden bezien tegen het licht van internationale ontwikkelingen”. Of dit betekent dat Nederland ook de stabilisatie-doelstelling dan eventueel loslaat, wordt in de notitie niet geheel duidelijk. Maar de toevoeging dat het draait om de “internationale geloofwaardigheid” van Nederland, was niet alleen voor de milieubeweging reden alarm te slaan. Ook CDA en D66 uitten kritiek op het gebrek aan milieu-ambities van De Boer.

Intussen zijn industrie en ondernemingsverenigingen wél tevreden over het CO2-beleid van 'paars'. Eindelijk zekerheid voor een langere periode. Twee weken geleden kregen Wijers en de ondernemers nog een steun in de rug van het Internationaal Energie Agentschap (IEA) in Parijs. In een analyse concludeerde het IEA dat Wijers' beleid grosso modo spoorde met de gemeenschappelijke doelen die deze organisatie van OESO-landen eerder vaststelde. Tegelijk werd Nederland gewaarschuwd dat kostbare milieu-maatregelen die niet door andere landen worden gevolgd, de concurrentiepositie ondermijnen zonder dat aan de oplossing van het klimaatprobleem een belangrijke bijdrage wordt geleverd.

De minister kiest bij de energiebesparing voor maatregelen die economisch haalbaar zijn. Hij wil de energie-intensieve industrie (“een van de motoren van onze economie”) liever niet te veel in de weg leggen, uit vrees dat bedrijven vertrekken naar landen waar energie goedkoper is, zonder heffingen en wellicht met een minder streng milieubeleid. Zo'n verplaatsing zou voor het CO2-probleem het paard achter de wagen spannen: per saldo zou het energieverbruik toenemen.

Deze weerbarstige werkelijkheid kan volgens milieubeweging en energie-deskundigen echter wel worden doorbroken. Dat zou kunnen met gebruik van de technologie, die binnen de lange tijdshorizon van Wijers' Energienota op het gebied van energiebesparing ruimere kansen biedt. Een rapport van een commissie onder voorzitterschap van J. van Engelshoven, oud-Shell-directeur, geeft wat dit betreft perspectief. Het rapport, 'Verkenning energie-onderzoek, zoektocht naar richting in een doolhof', werd twee weken geleden gepubliceerd. De conclusie luidt dat “in de komende halve eeuw een vermindering van de CO2-uitstoot in de orde van zestig tot tachtig procent mogelijk is, zonder dat er drastische aanpassingen van de maatschappij hoeven te worden gevraagd”.

Volgens de commissie-Van Engelshoven komen de meerkosten voor een dergelijk reductiebeleid beneden de één procent van het bruto nationaal produkt: enkele miljarden guldens per jaar. Maar een dergelijke investering zou wel voor een opbrengst zorgen die tastbaarder is dan alleen CO2-reductie: Nederland wordt een kennisland voor energiebesparing en duurzame energie, hoogwaardige werkgelegenheid wordt gestimuleerd en er komt een markt voor nieuwe technologie, waarvan ondernemingen profiteren.

Dat de bevindingen van de commissie-Van Engelshoven en die van Economische Zaken zo ver uiteenlopen, komt volgens commissielid prof.dr. W.C. Turkenburg (Universiteit Utrecht) doordat het ministerie alleen projecten voor energiebesparing en duurzame energie heeft geselecteerd waarvan de kosten binnen een beperkt aantal jaren terug zijn te verdienen. “Wij gaan uit van afschrijvingen over een langere periode, of over de hele levensduur van de investering. Als commissie hebben we 750 energiebesparingmaatregelen voor Nederland geïnventariseerd. Qua richting is het plan-Wijers goed, maar het tempo moet hoger, naar een doelstelling van gemiddeld twee procent per jaar.”

Dat zou vijftig procent energie-efficiëncy in het jaar 2020 betekenen, tegen de 33,3 procent van Wijers. Dan komt CO2-reductie weer in zicht.