Alle ouders krijgen recht op verlof in EU

DEN HAAG, 30 MAART. Alle werknemers in de Europese Unie krijgen recht op ouderschapsverlof. Dit hebben de ministers van Sociale Zaken gisteren in Brussel besloten. Alleen Groot-Brittannië legt de richtlijn naast zich neer.

De Nederlandse minister Melkert sprak na de vergadering van de Sociale Raad van ministers van “een doorbraak” en een “mooie sociale dag voor Europa, met een knipoog naar Turijn”.

Op de Europese top daar is gisteren een begin gemaakt met de besprekingen over de herziening van het Verdrag van Maastricht.

In Brussel hebben de ministers gisteren ook afspraken gemaakt over de rechten van werknemers die door hun bedrijf in een ander land worden gedetacheerd.

Aan dit besluit is een moeizaam beraad van zeven jaar vooraf gegaan. Voor wat betreft het ouderschapsverlof hebben de ministers een voorstel overgenomen dat de sociale partners in Europees verband gezamenlijk hadden gedaan.

Het ouderschapsverlof houdt in dat iedere werknemer drie maanden na de geboorte van een kind vrij kan nemen. De regeling geldt ook bij adoptie van kinderen tot acht jaar.

Het ouderschapsverlof wordt niet overdraagbaar. Dat wil zeggen dat bijvoorbeeld een man zijn drie maanden verlof niet kan overdragen aan zijn echtgenote om haar op die manier zes maanden ouderschapsverlof te geven.

Voor kleine ondernemingen komt een regeling die hen het recht geeft bij seizoenarbeid het ouderschapsverlof van hun werknemers uit te stellen. Overigens kent de Nederlandse wet al een recht op ouderschapsverlof van zes maanden; minister Melkert is niet van plan dit te veranderen.

De afspraak over detachering komt erop neer dat bedrijven bij wie werknemers uit een ander Europees land worden gedetacheerd zich voor hen niet meer dan een maand niet aan de geldende arbeidsvoorwaarden hoeven te houden.

Portugal en Groot-Brittannië stemden tegen deze richtlijn, maar zij werden overstemd.