Affabulazione van Pasolini bloedserieus en flink leerstellig

Voorstelling: Affabulazione, van Pier Paolo Pasolini, door Het Ostadetheater. Regie: Ditmer Rouwenhorst; vormgeving: Jan van der Wal. Spel: Job Redelaar, Jaap Hoogstra e.a. Gezien: 29/3 Van Ostadetheater, Amsterdam. T/m 7/4 aldaar; res 020-6712417.

Bij de naam Pier Paolo Pasolini denk je aan 's mans biografie en vervolgens aan liefde voor kleine jongens, aan sadomasochisme en seks verweven met doodsverlangen. Dus als je naar het theater gaat waar een toneelstuk van Pasolini gespeeld wordt, hoop je op een smeuïge voorstelling.

Verbazingwekkend ingetogen blijkt dan, na zulke opgeklopte verwachtingen, het door Ditmer Rouwenhorst geregisseerde Pasolini-stuk Affabulazione. Niet dat Rouwenhorst last heeft van preutse remmingen. Natuurlijk laat een van de acteurs z'n piemel zien, en voor een expliciete vrijscène schrikken de spelers (jong, net zo jong waarschijnlijk als de regisseur) niet terug. Maar de nadruk ligt op de tekst, die bloedserieus is en hier en daar flink leerstellig. Opeens schiet het je weer te binnen dat Pasolini niet alleen filmer en schrijver was maar ook een theoreticus, geschoold met Marx en Freud.

In het uit 1969 daterende drama Affabulazione is de hoofdpersoon een grootindustrieel, een lid van de bezittende klasse. Hebzucht is altijd de motor achter zijn zakelijke ondernemingen geweest - en hebzucht kenmerkt ook de omgang met zijn zoon. Uit alle macht wil de impotente vader zich de potentie van zijn zoon toeëigenen. En op het moment dat de zoon met zijn vriendinnetje aan de paringsdaad wil beginnen doodt de vader hem.

Misschien gebeurt dat alles slechts in een droom: rookwolken en rood-groene lichteffecten beogen een hallucinerend effect. Maar de toeschouwer wordt de nachtmerrie van de vader niet binnengetrokken. Pasolini's dogmatische idioom verhindert dat, en vooral het benedenmaatse acteerwerk van haast alle bijrolspelers. Wie wel de aandacht weet vast te houden is Job Redelaar, bij het televisiekijkend publiek bekend als Pim uit de soap Onderweg naar Morgen. De vader die hij creëert is even gemeen als hulpeloos en bezit zelfs een zekere charme.

Daarin schuilt tevens een gevaar: Redelaar, gestoken in een strakke zwartleren broek, verlustigt zich te vaak aan kokette terzijdes met het publiek. En erg origineel zijn ze niet, die terzijdes over het leven als theater en het theater als leven. Dat worden ze pas wanneer de stokoude acteur Jaap Hoogstra over toneel begint te filosoferen. Als de Geest van Sofocles leest hij ons bevend de les, waarna hij aan de hand van een kleine jongen de zaal verlaat.

Toch nog even een kleine jongen op het podium: zo hoort het ook in een toneelstuk van Pier Paolo Pasolini. Het is een jongen met ranke benen en een engelachtige oogopslag.