Zestig procent van de omzet is afkomstig uit Amerika; Ahold nu op vijfde plaats in de VS

ZAANDAM, 29 MAART. Ahold heeft een belangrijke slag geslagen in de wedloop om marktaandeel in de VS. Met de overname van The Stop & Shop Companies wordt Ahold daar het vijfde supermarktconcern en hoeft het van oorsprong Nederlandse bedrijf alleen nog maar giganten als Wal-Mart, Safeway, American Stores en Kroger voor zich te dulden.

Al in 1977 begon de opmars van Ahold in de VS, in navolging van andere grote retailers als het Duitse Tengelmann en het Belgische Delhaize. Aanvankelijk deden de Europeanen het relatief rustig aan met de expansie buiten hun landsgrenzen. Maar dat is de afgelopen jaren dramatisch veranderd. Met de overname van Stop & Shop neemt de omzet van Ahold in de VS toe tot 12,4 miljard dollar. Topman Zwartendijk van Ahold USA zei vanmorgen in een toelichting op de overname dat het concern wil toegroeien naar een omzet van circa 15 miljard dollar.

Ahold is nu een van de meest mondiale supermarktconcerns ter wereld. De Amerikaanse giganten zijn tot nu toe minder geïnteresseerd in buitenlandse expansie omdat er wat betreft uitbreiding van capaciteit en winstmarge nog veel mogelijkheden in eigen land liggen. Maar ze hebben daarbij in toenemende mate te maken met Europese bedrijven die met een aantal ontwikkelingen verder zijn dan de Amerikanen.

De verkoop-, marketing- en distributie van Europese supermarktconcerns zijn in veel opzichten superieur aan de van de Amerikanen, nota bene de uitvinders van de supermarkt. Naast Ahold hebben ook bedrijven als het Britse Sainsbury en Delhaize een substantiële aanwezigheid in het oosten van de VS.

In de rij Bi-Lo (1977), Giant (1981), Finast (1988), Edwards (1988), Tops (1991) en Mayfair is de overname door Ahold van Stop & Shop de grootste in de geschiedenis van het concern.

Ahold aasde al jaren op Stop & Shop, maar pas nu was de Ahold-president Verhoeven bereid de zeer forse overnameprijs van 33,50 dollar per aandeel te betalen. De specialiteit van grootaandeelhouder Kohlberg Kravis Roberts & Co. (KKR), die Stop & Shop in 1988 kocht,is immers de in- en verkoop van bedrijven.

Bijna zestig procent van Aholds omzet is nu afkomstig uit de VS. Andersom is van een forse aanwezigheid van Amerikaanse supermarktconcerns in Europa geen sprake. In tegenstelling tot de liberale Amerikaanse markt kenmerkt de Europese zich door allerlei barrières, zoals vestigingsbeperkingen. Een bedrijf als Ahold weet zich via de Nederlandse dochters als Albert Heijn verzekerd van een stijgende winst en een wassende kasstroom. Deze oorlogskas heeft Ahold de afgelopen jaren intelligent benut voor de overname van sterke bedrijven in een volwassen markt als de VS en expansie in geselecteerde groeimarkten in Oost-Europa en recentelijk Azië. Ahold-president Verhoeven zei vanmorgen dat Ahold de aanwezigheid in de VS niet wil uitbreiden in westelijke richting. Op termijn moet de omzet meer evenwichtig verdeeld zijn tussen Azië, Europa en de VS.

Europese supermarktprincipes zijn de afgelopen jaren met veel succes ingevoerd in de VS. Tot voor kort kocht de Amerikaanse consument vrijwel uitsluitend merkartikelen. In navoling van Europa is het huismerk nu in de VS bezig met een opmars. In tegenstelling tot vroeger is het niet meer vanzelfsprekend dat alle merken op het schap van de Amerikaanse supermarkt belanden. In Nederland is vijftig tot zestig procent van alle artikelen (zonder groente en fruit mee te tellen) een eigen merk. In de VS ligt dat gemiddelde maar op 17 procent. De Amerikanen ontdekken dat een eigen merk je onderscheidt van de concurrentie en dat je meer kunt verdienen op eigen dan op merkartikelen. Bij Ahold weten ze dat al jaren en men is gewend merkfabrikanten veel meer onder druk te zetten.

Zo is de prijs van Coca-Cola in Nederland relatief een stuk lager dan in de VS. Daarnaast blijft de presentatie van voor de supermarkt belangrijke afdelingen als groenten en fruit en vleeswaren bij de Amerikanen achter bij die van de Europese concurrenten. In tegenstelling tot de Nederlandse supermarkten is het fanatiek streven naar kwaliteit bij veel Amerikaanse ketens nog niet tot een geloof verheven. Zij zijn vooral gericht op prijs, meer dan op de kwaliteit van bederfelijke waren als verse groenten en fruit. Een belangrijke reden hiervoor is dat de Amerikaanse vakbonden een hoge vergoeding vragen voor werk op dergelijke arbeidsintensieve afdelingen. Het is dan ook geen toeval dat Ahold recentelijk een aanvaring kreeg met een Amerikaanse vakbond.

Maar Nederland kan ook iets leren van de VS. De ervaring in dat land heeft de Ahold-top gesterkt in de overtuiging dat langere openingstijden een nuttig instrument zijn om de omzet omhoog te stuwen. In de VS zijn de winkels van Ahold zeven dagen per week 24 uur per dag open. Tijdens de uren dat de winkels in Nederland nu nog gesloten zijn, boekt een supermarkt in de VS het merendeel van zijn omzet.