Wat de briefschrijvende vrouw schreef; Cinema begint bij Vermeer

Twee eeuwen voor de gebroeders Lumière had Johannes Vermeer al het grootste deel van het vocabulaire van de filmkunst vastgelegd, meent de Engelse filmregisseur Peter Greenaway. Vermeer maakte zelfs al beelden met tekst en muziek erbij. “Wie een vrouw schildert die musiceert, hoort de muziek en ik vermoed dat Vermeer wilde dat ook wij haar zouden horen.”

Dit is een bewerkte versie van de lezing die Peter Greenaway op 23 maart uitsprak op de Vermeerdag voor lezers van NRC Handelsblad in Den Haag. Greenaways op Vermeer geïnspireerde film A Zed and two Noughts is te zien op het filmfestival 'Het licht van Vermeer' in Filmtheater Lumen, Delft (6 april 0.30u); Haags Filmhuis (25 mei en 26 mei, 19.15u); Filmhuis Liga 68, Groningen (1 mei, 19.30u); Filmhuis Arnhem (27 april, 19.30u).

De Franse filmmaker Jean-Luc Godard heeft gezegd dat Vermeer de eerste cineast was, omdat zijn schilderijen voldeden aan de twee belangrijkste elementen van de filmkunst: de wereld is geheel opgebouwd uit licht, en de wereld is vastgelegd en vereeuwigd in fracties van een seconde.

Ik word door Vermeer gefascineerd om redenen die kunsthistorisch niet te beargumenteren zijn, noch zuiver academisch te bespreken. Mijn enthousiasme voor Vermeer heeft eerder te maken met het heden en de toekomst dan met het verleden. Vermeer is een schatkamer, voor de schilderkunst en voor alles wat met het vervaardigen van beelden samenhangt - in mijn geval de filmkunst en alle aanverwante technologieën.

Mijn oudste fascinatie voor Vermeer is simpelweg gelegen in de stimulans die uitgaat van zijn werk. Met Vermeer als mijn gids, als voorbeeld, als aanmoediging, als rechtvaardiging, maak ik sinds het midden van de jaren zestig project na project. Zo werd ik tot mijn nieuwste plan, Writing to Vermeer, gebracht door de talrijke Vermeer-schilderijen met vrouwen die een brief schrijven, lezen of ontvangen. Ik wil de inhoud van die brieven gaan herscheppen, om daarmee de oorzaken van de sereniteit in Vermeers schilderijen te onderzoeken.

Van alle soorten geschriften komen brieven het dichtst bij een dialoogtekst. Mag ik u in overweging geven dat Vermeers schrijvende vrouwen een filmkunstig voorproefje zijn? Toen Vermeer in zijn atelier een schrijvende vrouw zat te schilderen - hoorde hij toen ook het geluid van een schrijvende vrouw?

Mijn voornaamste fascinatie voor Vermeer heeft te maken met de mogelijkheid dat hij de film heeft uitgevonden door, twee eeuwen voor de gebroeders Lumière, op profetische wijze al het grootste deel van het vocabulaire van deze kunst vast te leggen.

Vermeer schiep een geschilderde wereld die uitsluitend uit licht is gevormd. Dat deed hij volgens een beperkte formule. Bij hem komt het licht meestal van links en van ongeveer twee meter boven de grond, en het valt op een rond voorwerp - een mannen- of vrouwenhoofd - ongeveer op ooghoogte. Doorgaans is de achterwand op het schilderij verlicht en bevindt de nabije voorgrond zich in de schaduw, het licht valt op enige afstand van de kijker in en gaat van links naar rechts door zijn blikveld. Van de 35 erkende Vermeers zijn er 28 verlicht van links, dat is viervijfde oftewel tachtig procent van Vermeers oeuvre.

In de Westerse cultuur geldt licht dat van links komt altijd als positief, wat te maken heeft met de richting waarin wij westerlingen lezen. Is dit iets dat Vermeer wist of aanvoelde? Of had het te maken met de bouw van zijn huis, het vertrek waar hij gewoonlijk schilderde, de locatie van de vaste camera obscura die hij wellicht gebruikte?

Ik heb een professionele belangstelling voor schilders die nadachten over de weergave van licht - en voor mij zou dat in feite neerkomen op kunstlicht, dat je kunt manipuleren op ieder tijdstip van dag en nacht, dat je van sterkte en kleur kunt veranderen, en dat je zo kunt filteren en behandelen dat het vrijwel iedere soort schaduw werpt die je je maar kunt wensen.

Voor zover we weten schilderde Vermeer niet bij kunstlicht. Hij was aangewezen op daglicht dat door glas heen viel.

Nu het raadsel van het oeuvre zelf. We hebben te maken met een vluchtige verzameling schilderijen. Toen Vermeer in 1866 werd herontdekt, was hij de schilder van 76 doeken. Een hoogtepunt, het aantal liep steeds verder terug. Van 56 in 1888 tot 38 in 1908. Hoe meer studie, des te meer de canon slinkt. Je vindt een nieuw feit en verliest een schilderij. Vermeer krimpt, maar het krimpen verrijkt.

Het scala aan formules dat Vermeer hanteert is klein. Acht vrouwen staand, kijkend naar links. Zes vrouwen zittend aan een tafel. Vier vrouwen spelend op een toetsenbord. Zes mannen die een jonge vrouw overreden te drinken. Acht jonge vrouwen die in de lens staren.

We krijgen het gevoel dat er informatie ontbreekt, we komen feiten te kort, en daarom laten we toe dat de schilderijen een aangename verwarring stichten. Beklemming uit onwetendheid wordt vervangen door de tinteling van het raadsel. Er zijn in Vermeers oeuvre drie stadia aan te wijzen - ongeveer overeenkomstig met de afbeelding van mensen die respectievelijk drinken, schrijven en musiceren. Zeven drinkschilderijen. Zeven schrijfschilderijen. Zeven muziekschilderijen.

In die 21 schilderijen zijn de centrale figuren vrouwen. Vermeer gebruikt het schilderen om het schrijven af te beelden en om het muziek maken af te beelden - het zijn pogingen tekst en muziek op te roepen door te schilderen. De cinema onderhoudt sinds jaar en dag een vruchtbare verhouding met de muziek. Zonder muziek zou film een stuk armer zijn. Voor beide kunstvormen is harmonie een gebruikelijke, relevante en toepasselijke metafoor. Wie een vrouw schildert die musiceert, hoort de muziek en ik vermoed dat Vermeer wilde dat ook wij haar zouden horen.

De ene kunst die het onmogelijke probeert: de andere kunst weer te geven. Onmogelijk, want de tekst is nooit zichtbaar en de muziek nooit hoorbaar. Er worden ons dingen onthouden op een verleidelijke, uitdagende manier - en dat kan geen toeval zijn. Mogen we hierin een eigenzinnig of zelfs profetisch oogmerk ontdekken? Wilde Vermeer eigenlijk schrijven en componeren?

Vermeer maakte schilderijen met tekst en muziek. Weer liep hij op de film vooruit.

Het is curieus dat Vermeer is 'herontdekt' in het tijdperk van de fotografie.Vermeer kon worden herschapen in de negentiende eeuw, toen er een kijkerspubliek ontstond met een fotografische ontvankelijkheid, gevormd door een constant, druppelsgewijs kijken naar foto's, dat paste bij het typische Vermeer-realisme. Deze kijkhouding werd bepaald door de nieuwe, schijnbare nonchalance waarmee de fotografie de zichbare wereld 'las', en dat heeft weer veel te maken met de ogenschijnlijk achteloze uitsnede van het fotografische beeld en het vastleggen van alledaagse activiteiten.

Bij Vermeer worden figuren afgesneden, uitvergroot en op alle mogelijke manieren over de ruimte verdeeld; hetzelfde geldt voor stoelen en tafels, kannen en muziekinstrumenten. Als een schilderij ons alleen zou vertellen wat we zagen en ons niet herinnerde aan wat we weten, dan zouden Vermeers vrouwen geen voeten hebben en dat is niet uitsluitend te wijten aan de tot op de vloer hangende rokken van zijn tijd.

Naarmate Vermeers bewegelijke camera-oog aan het eind van de jaren 1660 dichter naar zijn onderwerpen toe groeit, intensiveert hij zijn vlakverdeling en precaire kaders. Slechts een enkele hedendaagse cameraman zou de Vrouw met parelsnoer zo hebben laten uitkomen tegen een witte leegte en haar aansluiting laten vinden bij een spiegel die dermate ver naar links hangt dat de toeschouwer grote kans maakt het verband te missen. Slechts een enkeling zou de verfrommelde brief helemaal onderin het binnenhuisje van een Schrijvende vrouw met dienstbode hebben gelegd, waar hij zo eenvoudig ontsnapt aan de aandacht van de onoplettende kijker. Maar voor een toeschouwer aan het eind van de negentiende eeuw is dat wellicht minder vreemd geweest - hij zou het kunnen zien als een eigenschap van de fotografie. Wellicht heeft Vermeer een camera obscura gebruikt, maar ook dan valt zijn nieuwe kadrering niet te verklaren uit de techniek. Dan nog had Vermeer zijn beeld aan het traditionele kijken kunnen aanpassen, dan nog had hij zijn figuren en rekwisieten zo kunnen neerzetten dat ze erin pasten. Vermeer lijkt die moeilijkheden juist te hebben opgezocht ter wille van een effect, namelijk dat van de zorgvuldig bestudeerde nonchalance die wij thans herkennen om directheid en intimiteit te suggereren.

Vermeers scènes zouden een fractie van een seconde later of eerder niet dezelfde zijn geweest. Hij legt een voorval vast terwijl het zich afspeelt - de Vrouw met parelsnoer heeft het snoer zojuist gepakt, de Zittende virginaalspeelster heeft zich net in onze richting gewend. De balans tussen vergankelijkheid en de tijd die nodig is om haar af te beelden lijkt bij Vermeer een extreme - tegenwoordig is het uiteraard een kwestie van een snelle camera.

Ondanks voortdurende aanpassing aan telkens nieuwe technologieën is de snelheid waarmee films worden opgenomen en geprojecteerd nog altijd 24 beeldjes per seconde. Een stilgezet beeldje uit zo'n reeks geeft nog een wazig beeld. Vermeers beelden vertonen geen waas.

Dat brengt me tot een academische vraag die even nuttig is als de vraag naar het aantal engelen dat op een speldeknop past, namelijk: met welke snelheid filmde Vermeer? Of, relevanter: met welke snelheid nemen we zijn beelden waar?

Het intrigeert me dat er een waas van falsificatie om Vermeer lijkt te hangen. In onze eigen eeuw heeft Van Meegeren zich naam verworven als de meest infame vervalser van Europa. Misschien zijn we wel vooral verontwaardigd over al die onoprechtheid, omdat in het informatietijdperk waarin we thans leven authenticiteit van het grootste belang is, en bewijsmateriaal, dat uiteraard nooit onweerlegbaar is, kan worden onderworpen aan zeer uiteenlopend onderzoek.

De ironie van dit alles is gelegen in het succes van Vermeer met vervalsing. Vermeers doeken behoren tot de meest geslaagde in de Westerse illusionistische traditie die tot doel had de werkelijkheid te vervalsen. Tot aan het moment dat de fotocamera en de film de illusionistische taken van de schilderkunst overnamen heeft geen illusionistisch schilder die meer zo volmaakt beheerst. Vermeer is waarschijnlijk de meest geslaagde werkelijkheidsvervalser uit de geschiedenis van de westerse kunst. Een ware voorloper van de ambities, zij het nog niet de verworvenheden, van de virtual reality.

Kortom: Vermeer vond het fotografisch realisme uit. Twee eeuwen voor de uitvinding van de fotografie schept Vermeer de illusie van realisme die naderhand zal worden omschreven en opgevat als 'fotografisch'. Vermeer vond het fotografisch kader uit. Vermeers keuze voor het achteloos lijkende kader dat de compositie van een beeld doorsnijdt loopt vooruit op de huidige manier van kijken. Vermeer toonde aan dat ons kijken geheel wordt bepaald door licht. Alles in de wereld wordt gezien, beoordeeld en manifest gemaakt door het licht dat erop valt. Licht is het primaire materiaal van de filmkunst. Vermeer vond het stilgezette beeld uit. Vermeer begreep dat de activiteit waarbij licht wordt waargenomen door onze hersenen en vijf zintuigen het best kan worden opgevat in fragmenten van minder dan een seconde. Film, zei Godard, is de waarheid in 24 beelden per seconde. Vermeer vond de psychodramatische close-up uit. Vermeer voorzag het filmisch gebruik van de blik - het enige geheel nieuwe kenmerk dat de filmkunst zou hebben bijgedragen tot de vocabulaire van het afbeelden. Vermeer beeldde tekst en geluid uit in samenhang met het visuele. Door zijn onderwerpkeuze lijkt het er sterk op dat Vermeer de wens koesterde tekst en geluid af te beelden, omdat hij hun belang wezenlijk achtte voor een realistische weergave van de wereld. Door tekst en geluid met het beeld te combineren loopt hij vooruit op de uitvinding van de film. Tenslotte: Vermeer voorzag dat het duo tijd en licht de rol van de vertelling zou overnemen. Ik zou graag de gedachte willen oproepen dat Vermeer binnen de filmkunst al heeft voorzien wat nog komen gaat. Een waar begrip voor de tijd. Een begrip waardoor ieder voorval universeel wordt - een gedachte die ons wellicht ooit zal bevrijden van de slavernij van de vertelling.