Vrijdag 29; Intelligent presenteren

Het Fonds voor de Letteren krijgt dit jaar negen miljoen gulden van het Rijk om onder schrijvers en vertalers te verdelen. Dat is veel geld. Maar voor een handvol goede boeken is iets niet gauw te veel. Een werkbeurs, zo vermeldt het deze maand gepubliceerde Beleidsplan terecht, kan veelbelovende auteurs aan het begin van hun carrière een duwtje geven dat hen voor de literatuur behoudt.

Het Fonds kan in de dertig jaar van zijn bestaan ook op enkele opmerkelijke successen wijzen. Wie ziet hoeveel auteurs elk jaar weer voor subsidie in aanmerking komen, zal zich misschien afvragen of Nederland wel zoveel talent bezit, en of de normen, met name voor gevestigde auteurs, niet wat strenger moeten zijn. Daar staat echter tegenover dat sommige bewerkelijke romans als Gewassen Vlees van Thomas Rosenboom, De Tweeling van Tessa de Loo en Vallende Ouders van A.F.Th. van der Heijden zonder subsidiëring waarschijnlijk nooit verschenen zouden zijn. Zonder het Fonds zou de literatuur er anders hebben uitgezien dan nu: armer.

Maar voor de ambities van het Fonds is dat kennelijk nog niet genoeg. Met ingang van 1997 wil het méér zijn dan de uitkeringsfabriek die het nu is. Onder het kopje 'Nieuw Beleid' schrijft het bestuur zich ook te willen gaan bezig houden met de 'beeldvorming' rond literair werk. Het Beleidsplan signaleert dat een auteur veel aan 'de kwaliteit die aan zijn werk wordt toegekend' kan bijdragen door dit werk in interviews, beschouwingen, forumoptredens, als bloemlezer, tijdschriftredacteur of als columnist 'intelligent' te presenteren. Hij kan zo achtergronden toelichten en zijn werk in een 'specifieke traditie' plaatsen. Aan dergelijke activiteiten wil het Fonds in de toekomst het zijne gaan bijdragen. Het wil daartoe de beschikking krijgen over het budget voor literaire manifestaties en 'instrumenten' ontwikkelen die voor een 'kwaliteitsimpuls' kunnen zorgen. Een uitgewerkt voorstel mag in de loop van dit jaar worden verwacht.

De keuze voor 'beeldvorming' als element van het klassieke begrip kwaliteit wijst op een revolutionaire beleidswijziging. Een omslag met ongekende perspectieven. Nu begint het nog bescheiden, met literaire forums en manifestaties. Maar hoe lang duurt het voordat de interviews, krantenstukken, bloemlezingen en columns die het Beleidsplan noemt voor bijsturing ('kwaliteitsimpulsen') in aanmerking komen? De plannen van het Fonds sluiten wat dat betreft mooi aan bij die van de Vereniging voor Letterkundigen, die vorig jaar met mediatrainingen voor haar leden is begonnen.

Natuurlijk, beeldvorming speelt een grote rol bij de waardering van literatuur. Maar dat wil nog niet zeggen dat de overheid er aan bij moet dragen. Van een semi-overheidsinstelling als het Fonds zou je eerder verwachten dat het de schadelijke gevolgen van beeldvorming beperkt - door voor het tegendeel te kiezen: kwaliteit.