Van vóór het Groene Hart

Een goeie vraag is gauw gesteld. Een goeie vraag bijvoorbeeld is: wat denk je dat die mannen zouden doen als ze nog één keertje konden rondkijken in het Groene Hart?

Met die mannen wordt een rijtje schilders bedoeld. Willem Maris, Willem Roelofs, Paul Gabriël en J.H. Weissenbruch, mannen van ongeveer honderd jaar geleden. Samen met andere mannen, kleinere meesters, hangen ze op het ogenblik in het Stadsmuseum Woerden.

Gras en wolken - een beeld van het Groene Hart. Zo heet deze expositie en in feite zou het moeten zijn: een beeld van vóór het Groene Hart, toen ruimtelijke ordening nog in hoge mate werd bepaald door de natuur, de stand van het water, de opbrengst van de grond, de hardheid van de winters, het noodlot van tbc of verminkte ledematen. Reken maar dat het een zwaar bestaan is geweest in deze streken.

Van die tijd wordt een idyllisch beeld gegeven. Het is eigenlijk altijd zomer en de mensen, voor zover ze in het landschap worden toegelaten, hebben niet meer om handen dan het melken van een koe of het roeien van een boot. Nee, die mannen schilderden echt wel wat ze zagen, maar hun blik werd gefilterd door wat schilderachtig werd gevonden.

Maar hun groen komt me betrouwbaar voor. Het is een nat soort groen, hier en daar bedekt door een bruinig waas, nu en dan besprenkeld met kleurtjes van kruiden en bloemen. Het is het groen van onbespoten weilanden. En hun koeien zijn typisch koeien van vóór het stamboek: zonder oormerk, met horens. Nergens voel je asfalt, nergens hoor je auto's, landbouwmachines of vliegtuigen, nergens word je gehinderd door de horden wandelaars en fietsers die inmiddels in het Groene Hart zijn uitgestroomd.

Goed, wat denk je nu dat die mannen zouden doen als ze nog één keertje in het Groene Hart konden rondkijken?

Ik neig tot een afgeknepen antwoord. Want hier ligt iets negatiefs op de loer en als je iets negatiefs over het Groene Hart zegt, staat er tegenwoordig onmiddellijk iemand op met het voorstel er dan maar woningen neer te zetten, compleet met bijbehorende bedrijven, snelwegen en spoorlijnen, en dan is het jouw schuld dat het Groene Hart ten onder gaat.

Dus kijk, zeg ik, die mannen schilderden natuurlijk niet het hele Groene Hart, ze schilderden een aardig plekje, boerderij met bomen, bruggetje over een sloot, molens aan een plas, of ze schilderden een mooi moment, opkomend onweer, opklaring na regenbui, goudomrande wolkenformaties. En plekjes en momenten zijn er nog steeds. Je moet er vreselijk je best voor doen, maar ze zijn nog steeds te vinden. Dus misschien zouden die mannen na verloop van tijd wel gewoon aan het werk gaan.

Zo, dat gevaar is bezworen, daar kunnen we voorlopig mee toe. Ondertussen ga ik nog een paar keer langs dat Stadsmuseum van ons, want er zijn dingen bij, die wil je zien, telkens weer.

Een aquarel van Poggenbeek, hoog water in het weiland. Hoog water inderdaad, een groepje knotwilgen en één enkele koe, een jong dier nog, half van ons afgewend bij een wonderlijk wit hek. Het tafereel ontroert me, ik weet niet waarom en ik hoef ook niet te weten waarom, tot ik me realiseer dat het zorgen om dat koetje zijn. Er zal toch wel iemand zijn die naar haar omkijkt?

Nu rij ik na een avond in Nieuwkoop in het donker naar huis, een brede, vlekkeloos geasfalteerde weg langs het plassengebied. Hier en daar zijn opzichtig gemarkeerde versmallingen aangebracht om automobilisten te bewegen tot het matigen van hun snelheid. Het is natuurlijk de sport om deze obstakels zo elegant mogelijk te nemen. Ik bedoel, op mijzelf na was de weg totaal verlaten.

Ik was moe.

Ik kan niet zeggen dat ik ergens aan dacht.

Maar bij het passeren van het bordje Noorden dacht ik opeens wel iets. Ze zouden gillend terugrennen naar hun graf, dacht ik toen - zo'n gedachte die als uit het niets te voorschijn komt, die het duistere landschap in je hoofd als een bliksemflits verlicht.

Als uit het niets, zeg ik, een gedachte die als uit het niets te voorschijn komt. Want niets komt werkelijk uit het niets, er is altijd wel ergens een begin.

Ze zouden gillend terugrennen naar hun graf.

Langzaam verandert het verlangen naar een gaaf landschap in het verlangen naar een echte Roelofs. Of een Weissenbruch. Of die aquarel van Poggenbeek, zodat ikzelf naar dat koetje kan omkijken. Gras en wolken - een beeld van het Groene Hart. Stadsmuseum, Kerkplein 6, Woerden. T/m 1 juni. Dag 14-17u.