Sinds 1990 vijftig rijksambtenaren weg wegens fraude

DEN HAAG, 29 MAART. Ten minste vijftig rijksambtenaren zijn sinds 1990 wegens fraude of corruptie ontslagen. Dit blijkt uit een onderzoek van de Algemene Rekenkamer waarvan de resultaten vanochtend werden gepresenteerd.

In totaal werden in de onderzochte periode, van 1990 tot medio vorig jaar, 143 ambtenaren bij diverse ministeries van fraude of corruptie verdacht. Tegen negentig ambtenaren kwam het tot disciplinaire maatregelen en in dertig gevallen werd aangifte bij het openbaar ministerie gedaan. Acht ambtenaren kregen voorwaardelijk ontslag, zeventien moesten een boete betalen of kregen een lager salaris, acht kregen een berisping en zeven werden overgeplaatst.

Deze aantallen moeten volgens de Rekenkamer als een minimum worden beschouwd, omdat bij diverse ministeries de verdenkingen of bestraffingen van fraude niet goed worden geregistreerd. Defensie en Justitie bijvoorbeeld houden dit niet centraal bij. Volgens Defensie is dit niet wenselijk met het oog op de persoonlijke levenssfeer van de betrokken ambtenaren.

De Rekenkamer heeft uit zijn onderzoek geconcludeerd dat het beleid bij de ministeries tegen fraude en corruptie nog in de kinderschoenen staat. Slechts drie ministeries hebben een beleid ontwikkeld om fraude en corruptie te bestrijden. Dit zijn Financiën, VROM en Defensie. Zes ministeries hebben richtlijnen voor het aannemen van geschenken, maar slechts drie hebben grenzen gesteld aan de waarde van cadeaus. Deze mogen maximaal 50 of 75 gulden kosten.

De Rekenkamer vindt dat alle ministeries richtlijnen moeten opstellen voor het aannemen van geschenken en hoe er moet worden gehandeld bij (vermoeden van) fraude of corruptie. Ook moeten er afspraken komen over het melden van nevenfuncties van ambtenaren, vindt de Rekenkamer. Het zou goed zijn, vindt zij, als ambtenaren in kwetsbare functies regelmatig rouleren. Bijvoorbeeld ambtenaren die over het verstrekken van subsidies beslissen, over het sluiten van contracten of over het verlenen van vergunningen.

De ministers hebben de Rekenkamer laten weten dat zij deze aanbevelingen in grote lijnen onderschrijven. “Feit blijft”, zegt de Rekenkamer, “dat iedere aantasting van de integriteit het imago van de rijksoverheid schaadt en, sterker nog, een adequaat functioneren van het rijk ondermijnt.”