Parlementair onderzoek naar functioneren van CTSV

DEN HAAG, 29 MAART. De Tweede Kamer zal een parlementair onderzoek instellen naar het functioneren van het CTSV (College van toezicht sociale verzekeringen). De Kamer moet over dit voorstel, dat het CDA gisteren indiende, nog stemmen, maar het staat vast dat een meerderheid het onderzoek wil. Hiertoe behoren de regeringsfracties D66 en - hoogstwaarschijnlijk - PvdA.

De Kamer wil een onderzoek naar “het feitelijk functioneren van het CTSV in relatie tot de door de wetgever opgedragen doelstelling”. De wettelijke taak van het CTSV is toezicht te houden op de uitvoering van de sociale verzekeringen, zoals de WAO en de AOW, en dus op de organisaties die hiermee zijn belast, zoals bedrijfsverenigingen, GAK en Sociale Verzekeringsbank.

Bovendien, zo blijkt uit het voorstel van het CDA, moet de relatie van het CTSV met het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en met de uitvoeringsorganen bij het onderzoek worden betrokken. Met nadruk stelde het Kamerlid Bijleveld-Schouten (CDA) dat zij met dit voorstel niet de positie van staatssecretaris Linschoten (Sociale Zaken) wil aantasten. Dat was voor D66 een belangrijk argument om de motie van het CDA positief tegemoet te treden. Het Kamerlid Schimmel (D66) herkende veel van haar opvattingen in de tekst van het CDA-voorstel. Linschoten zei het onderzoek te verwelkomen.

Het parlementaire onderzoek waartoe de Kamer dinsdag zal besluiten, moet uitwijzen hoe het toezicht op de sociale verzekeringen in de toekomst moet worden uitgeoefend. De organisatie van de sociale zekerheid is op dit moment gebaseerd op een tijdelijke wet en moet via een nieuwe wet nog haar definitieve vorm krijgen.

Over onder meer Linschotens positie ging wel het debat dat de Tweede Kamer gisteren wijdde aan het komende ontslag van de drie bestuurders van het CTSV, de oud-politici D. van Leeuwen (VVD), G.J. van Otterloo (PvdA) en M. van Rooijen (CDA). De Kamer accepteerde voorlopig de uitleg die Linschoten over deze affaire gaf. Hij is verantwoordelijk voor de benoeming van het bestuur.

Pag.3: Linschoten neemt veel afstand van rapport Rood

De bestuursleden liggen al geruime tijd overhoop met de directie en het personeel van het CTSV. De onwerkbare situatie die hierdoor is ontstaan, was voor Linschoten reden het drietal bij de Kroon voor ontslag voor te dragen, nadat de bestuursleden zelf al hadden besloten hun zetels ter beschikking te stellen.

In een rapport dat de Leidse hoogleraar M. Rood op verzoek van Linschoten over het CTSV heeft gemaakt, werd een vernietigend oordeel over het bestuur uitgesproken. Maar de staatssecretaris nam gisteren veel afstand van dit rapport. “Ik heb het rapport van Rood niet tot het mijne willen maken”, zei hij. Linschoten vond het “buiten proporties” de schuld van de perikelen bij het CTSV eenzijdig bij het bestuur te leggen. “Helaas is er veel meer aan de hand.” Hij zei met nadruk zijn besluit het drietal te ontslaan niet alleen op het rapport-Rood te hebben gebaseerd. Dit vormde voor hem wel een bevestiging van wat hij al wist: de situatie bij het CTSV was onwerkbaar geworden.

De drie bestuursleden krijgen in elk geval hun salaris doorbetaald voor de periode dat hun benoeming nog doorliep. Dit betekent bijvoorbeeld dat Van Rooijen nog bijna vier jaar zijn jaarsalaris van 250.000 gulden ontvangt. De SP en GroenLinks vinden dat Linschoten “alles in het werk moet stellen” om te voorkomen dat de bestuursleden het restant van hun ambtstermijn krijgen uitbetaald. Hun motie maakt geen kans. Linschoten zei haar te ontraden. “Ik zou haar niet eens kunnen uitvoeren, ik zou door de rechter terecht worden gewezen.”

Hij acht zich gebonden aan de rechtspositieregeling die hij in 1994 met de bestuursleden is overeengekomen. Daarin staat dat ze bij voortijdig ontslag moeten worden doorbetaald. De Kamer vindt deze regeling te riant.