Ontslag en recht

Werkgevers maken in toenemende mate gebruik van flexibele arbeidskrachten. Voor een belangrijk deel is dat te wijten aan het Nederlandse ontslagrecht, dat als ingewikkeld en weinig soepel te boek staat. Door schade en schande zijn werkgevers er in de loop der tijd achter gekomen dat het aannemen van personeel heel wat makkelijker is dan ontslaan.

Een ondernemende vriend moest zijn bedrijf onlangs reorganiseren om het hoofd boven water te houden. Daarbij deed hij een aantal wijze lessen op. Werknemers nemen geen genoegen meer met afkoopsommen van enkele tientallen duizenden guldens. Ze willen meer. De riante loondoorbetalingen bij het College Toezicht Sociale Verzekeringen (CTSV) en vette afkoopsommen bij het Verenigd Streekvervoer Nederland (VSN), die afgelopen weken in de publiciteit kwamen, sterken gewone werknemers in hun opvatting dat ontslag geen armoede hoeft te betekenen.

De betreffende ondernemer heeft een klein dossiertje opgebouwd van de kosten die hij heeft moeten maken. Een werknemer van 40 jaar met 16 dienstjaren en een salaris (inclusief vakantietoeslag) van ruim tienduizend gulden per maand moest verdwijnen omdat zijn functie werd opgeheven. De overbodig geworden werknemer vond al snel een andere baan, waarmee hij echter 2.000 gulden per maand minder verdiende. Mijn vriend, de ondernemer, bood aan voor de teruggang in salaris een schadeloosstelling te betalen van 80.000 gulden. De kantonrechter besloot echter het dubbele te geven: 160.000 gulden. Evenveel als de betreffende werknemer zou hebben ontvangen als hij geen andere werkkring zou hebben gevonden.

Oudere werknemers zijn nog een stuk duurder. Voorbeeld: een man van 60 jaar en 25 dienstjaren. Salaris, inclusief vakantietoeslag: bijna 11.000 gulden per maand. Ook in dit geval werd de betreffende functie opgeheven. De oudere werknemer werd gevraagd van de VUT gebruik te maken, maar weigerde dat. Een advocaat werd ingeschakeld, met als eindresultaat: een schadeloosstelling van 495.000 gulden. De schadeloosstelling komt bovenop de WW-uitkering tot aan de leeftijd van 65 jaar. De eerste daad van deze ex-werknemer was niet onbegrijpelijk: hij boekte een dure wereldreis.

Ondernemers rukken zich de haren uit het hoofd als ze met dergelijke situaties worden geconfronteerd. Ze springen hoog en laag, maar het helpt niets. Mijn vriend, de ondernemer, sluit nu alleen nog maar contracten voor bepaalde tijd af.

Werkgevers en werknemers in de Stichting van de Arbeid zullen minister Melkert (Sociale Zaken) volgende week woensdag adviseren de mogelijkheid voor het afsluiten van een keten van tijdelijke contracten flink te verruimen. Daarmee spelen ze mijn vriend dus mooi in de kaart. De sociale partners adviseren minister Melkert ook om de totale ontslagtermijn wat te verkorten, maar verder blijft alles bij het oude.

Het ontslagrecht dateert van 1945. We hebben het aan de Duitsers te danken. En hoewel de tijden sterk zijn veranderd, bleef het ontslagrecht hetzelfde. “Nergens ter wereld bestaat zo'n ingewikkelde ontslagprocedure als hier”, zegt professor Paul van der Heijden van de Universiteit van Amsterdam. Hij ergert zich groen en blauw aan de inertie van politici en sociale partners op dit punt.

Nederlandse ondernemers kunnen twee wegen bewandelen als ze iemand willen ontslaan. De ene loopt via het arbeidsbureau, de andere via de kantonrechter. De eerste duurt lang (3 à 4 maanden), ook als die - hetgeen de sociale partners nu voorstellen - een beetje wordt afgesneden. Bovendien verschaft hij de werkgever geen enkele zekerheid. Als de weg langs het arbeidsbureau financieel onbevredigend verloopt voor de werknemer, kan hij alsnog de snelweg (een ontbinding duurt zo'n zes weken) via de rechter nemen. De werkgever zit zich al die tijd te verbijten, terwijl hij het loon van de betreffende werknemer gewoon moet doorbetalen.

De voorganger van Ad Melkert als minister van Sociale Zaken, de CDA'er Bert de Vries, stelde voor om de weg langs het arbeidsbureau op te heffen. Voortaan zou, zoals overal elders in de Europese Unie, geen ontslagvergunning meer nodig zijn. Het eerste wat Melkert bij zijn aantreden deed, was dit voorstel intrekken. Melkert wilde de ontslagtoets van het arbeidsbureau handhaven, omdat hij daar via allerlei richtlijnen invloed op heeft. Zo kan hij bepalen dat arbeidsbureau's meer allochtonen, herintredende vrouwen of andere minderheidsgroeperingen een streepje voor moeten geven bij het vinden van een baan. Op de rechter heeft hij geen invloed. Die valt onder de verantwoordelijkheid van minister Sorgdrager van Justitie.

De bemoeizucht van Melkert heeft niet kunnen verhinderen dat de snelweg langs de kantonrechter de afgelopen jaren steeds drukker werd. Vorig jaar waren er 45.000 ontbindingen van arbeidsovereenkomsten door de rechter, tegen 85.000 a 90.000 ontslagvergunningen door de arbeidsbureau's. Twintig jaar terug, in 1975, ging het nog om een magere 500 ontbindingen door de rechter. Omdat er in de tussenliggende 20 jaar geen letter aan de wet is veranderd explodeerde het aantal ontbindingen langs de tweede weg, die langs de rechter. Mijn vriend de ondernemer heeft nu de derde weg ontdekt: die langs de uitzendbureau's. Die wordt ook steeds drukker, maar is goedkoper en bezorgt hem minder stress.