NOS verwerft tv-rechten van vijftig sporten

PAPENDAL, 29 MAART. Het bestuur van de sportkoepel NOC*NSF heeft gisteren in Papendal met de NOS een overeenkomst gesloten over de exploitatie van televisiebeelden van alle aangesloten sportbonden met uitzondering van de voetbalbond en de tennisbond. De NOS heeft de eerste rechten vanaf 1 april 1996 tot en met de Olympische Spelen van Sydney, die in de zomer van 2000 worden gehouden.

Volgens voorzitter Wouter Huibregtsen van NOC*NSF betaalt de NOS “een sympathieke vergoeding” voor de rechten. Het gaat om “enkele miljoenen guldens” per jaar. De NOS heeft de mogelijkheid beelden zelf uit te zenden of tegen marktwaarde te verkopen aan andere zendgemachtigden. Het gaat om vijftig sporten.

NOC*NSF koos er voor het pakket gebundeld aan te bieden. “Wij waren niet in de eerste plaats uit op geldelijk gewin”, zei Huibregtsen. “Onze doelstelling was veel eerder de sport zo breed mogelijk en zo hoogwaardig mogelijk op televisie te brengen. Wij zochten daartoe een head broadcaster, zeg maar meesterzender.”

De NOS was volgens Huibregtsen een ideale partner, “vanwege de hoogwaardige, toegankelijke en diverse berichtgeving”. Daarnaast speelde mee dat de NOS nog een aantal jaren de rechten heeft van belangrijke sportevenementen zoals de Olympische Spelen. Het bestuur van NOC*NSF heeft ook met het nog op te richten sportkanaal gesproken, maar tot een financieel bod van de nieuwe sportzender kwam het niet.

De NOS ging met zeven bonden een aparte overeenkomst aan. Huibregtsen wilde ze niet bij naam noemen, maar het gaat waarschijnlijk om relatief populaire televisiesporten als volleybal, wielrennen, atletiek, basketbal, schaatsen, hockey en paardensport.

De tennisbond is niet in de overeenkomst opgenomen, aangezien de KNLTB in een eerder stadium een contract tot eind 1997 met de NOS heeft getekend. Daarbij gaat het om de Davis-Cupwedstrijden, de nationale kampioenschappen en de competitie. De rechten van bijvoorbeeld het toernooi in Rotterdam berusten bij de organisator.

Kees Jansma, chef-sport van de NOS, is zeer tevreden over het contract. “We hebben in november al met verschillende bonden van gedachten gewisseld over het onderbrengen van hun beelden bij de NOS. Dat stond los van wat er met de voetbalrechten zou gebeuren. Dit betekent dat we meer uitzendingen kunnen verzorgen en dat we bij meer grote toernooien aanwezig zullen zijn. Waarschijnlijk brengen we ook regelmatig competitiewedstrijden live. We moeten nog met de bonden onderhandelen over hoe we dat precies aanpakken, want sommige competities hebben een onregelmatig verloop.”

Het televisiecontract sluit aan bij het plan van de NOS om vanaf half augustus het aantal sportuitzendingen met twintig procent te verhogen. In navolging van de huidige opzet op zondagmiddag zal de omroep ook op zaterdag een middagvullend programma brengen. Voor doordeweekse dagen wil de NOS een drie kwartier durend programma gaan maken, uit te zenden van kwart over elf tot twaalf uur 's avonds.

Woordvoerder Pieter Kronenberg van het sportkanaal bevestigde dat de commerciële zender ook gesprekken heeft gevoerd met NOC*NSF.

“Wij zullen met de NOS verder onderhandelen over het verkrijgen van sublicenties, zoals zij dat met ons doen over het voetbal. Ik weet nog niet of dat met gesloten beurzen gaat gebeuren.”

Kronenberg is niet bang dat het sportkanaal moeite krijgt zendtijd te vullen. “In het contract met de NOS gaat het alleen om Nederlandse evenenenten onder auspiciën van de bonden, bijvoorbeeld de Nederlandse kampioenschappen wielrennen. Dat is een evenement van twee dagen. Allerlei buitenlandse wedstrijden, maar ook bijvoorbeeld de Amstel Goldrace, horen daar niet bij.”