Muziek als rein, kristalhelder water

Concert door Koninklijk Concertgebouworkest en Schönberg Ensemble o.l.v. Reinbert de Leeuw met Marja Bon piano. Werken van Ford, Yun, Skrjabin/De Vries en Messiaen. Gehoord 28-3 Concertgebouw Amsterdam. Uitzending Radio 4 AVRO 6-4.

Muziek zonder schaduwen, zo oordeelde de Japanse componist Toru Takemitsu over zijn Koreaanse collega Isang Yun: muziek als kristalhelder water, als een reine bron van rust, en dát vooral is wat de hedendaagse Westerse muziek het meeste nodig heeft. Donderdagavond in de Première Serie van het Concertgebouworkest was er volop gelegenheid Takemitsu's uitspraken te toetsen. Naast nieuw werk van Ron Ford stond er een Nederlandse première van Yun op het programma, gevolgd door Skrjabons pianocompositie Vers la flamme uit 1914, in 1992 van een complement voorzien door Klaas de Vries en besloten met Messiaens onnavolgbaar dwingende geloofsovertuiging Ex exspecto resurrectionem mortuorum. Het Concertgebouw Orkest leverde de blaasinstrumenten en het slagwerk voor Ford en Messiaen, het Schönberg Ensemble vertolkte Yun en Skrjabin.

Helaas, een eenvoudig handvat als kristalhelder versus schaduwrijk (Takemitsu's terminologie) is niet toereikend, hedendaagse muziek is eenvoudig te complex. Nemen we Yun's Kammerconzert Nr.2 in einem Satz uit 1990 voor een septet in de merkwaardige samenstelling van althobo, trombone, laag strijktrio, piano en slagwerk. Na een inleiding slibt de klankstroom dicht in een beschouwelijke contrabaspassage die is ingebed in zacht bewegend slagwerk: helder en raadselachtig tegelijk. Inderdaad veel helderder dan wat Japanse componisten doorgaans schrijven, verzot als ze zijn op schaduwklanken en onderwereldtaferelen. Maar een bron van rust? Opmerkelijk is hoe Yun op hoge leeftijd (hij was 73 toen hij vijf jaar voor zijn dood dit kamerconcert componeerde), belangstelling kreeg voor een nieuw soort van westers expressionisme, dat hij nog eens verwerkte in zijn reeds synthetische muziek. Dit leverde alerminst visioenen op van arcadische bergstromen, ik kreeg eerder associaties met een groot gewond dier dat blatend naar zijn einde snakt, - fascinerend!

Daarbij vergeleken is de muziek van Ford van een eendimensionale Andriessen-Stravinski kwaliteit, vrolijk schetterend en vitaal. De opzet is overigens niet oninteressant: Chain voor groot blazersensemble is een ketting van zeven fragmentarische gegevens, die per herhaling groeien naar een 'respectabele' vorm. Een signaal begeleidt de komst van elk nieuw materiaal als een soort van schaduw achter de muziek. Na ongeveer driekwart van de compositie stolt de beweging in monolitisch klankmateriaal vol fermates en rusten. En dat werkt allerminst als een bron van rust, die stiltes zijn eerder wrede klankverstorende elementen, verre van ontspannend.

Maar helderheid en rust waren wel degelijk aanwezig in Klaas de Vries' verrassend rijk uitgewerkte voortzetting van Skrjabin's Vers la flamme onder de titel Eclipse. In de visie van De Vries betreft het een onaffe pianocompositie, afgebroken als een pijl in volle vlucht, omdat Skrjabin de grenzen van de piano had bereikt. De Vries' beeldend-kleurige en fantastisch gloeiende orkestratie is er een van een bespiegelende extase, van een beschouwelijke heftigheid, bedrieglijk stuwend, want ondanks al die uitwaaierende klankgolven in wezen statisch van karakter. Misschien dat de Debussy-citaten te expliciet zijn, daarnaast is er nog eerbetoon aan Stockhausen, Boulez, Berio en Messiaen. Ik val er voor, zeker als het zo schitterend vormgegeven wordt als gisteravond.

Messiaens Et exspectuo resurrectionem mortuorum is plechtig en apocalyptisch tegelijk, verheven en verschrikkelijk, daarmee weer bewijzend dat werkelijk interessante muziek niet in een eenvoudige tweedeling valt onder te brengen. De uitvoering kende momenten van luisterrijke klankversmelting, maar ook van zekere onrust.