Multicultureel onderwijs komt maar moeilijk van de grond; Vrije School wil 'zwarter' worden

Segregatie op scholen is een taai fenomeen. In een van de 'zwartste' buurten van Amsterdam probeert een 'wit' schooltype multicultureel onderwijs van de grond te krijgen.

AMSTERDAM, 29 MAART. “Ze halen de Watergraafsmeer hierheen.” Veel enthousiasme klinkt er niet in de stem van S. Steinmetz, voorzitter van het Amsterdamse stadsdeel Zeeburg. Terwijl degenen die een multiculturele Vrije School in zijn stadsdeel willen oprichten, het toch zo goed bedoelen. Net als Steinmetz proberen zij een school-zonder-apartheid te creëren, maar hij denkt dat ze in al hun goedwillendheid het tegenovergestelde zullen bereiken: een witte basisschool in een zwarte buurt. Vandaar zijn opmerking over de Watergraafsmeer, het naburige stadsdeel waarheen de blank-Nederlandse ouders van Zeeburg hun kinderen naar school sturen.

'Zeeburg'da çok kültürlü peuter oyun salonu ve temel egitim okulu'. Initiatiefnemer T. Hartgers heeft de schoolfolder laten vertalen om Turkse ouders over de drempel te trekken van de nieuwe multiculturele basisschool en peutergroep. Een Arabische vertaling is net gereed. Het resultaat is vooralsnog beperkt. Bij Hartgers meldden zich zo'n 40 ouders aan, verreweg de meeste blank en hoger opgeleid. Twee ouders van niet-Nederlandse afkomst zitten erbij. De sombere voorspelling van Steinmetz dreigt uit te komen.

Segregatie in het onderwijs blijkt een taai fenomeen te zijn en moeilijk te keren. Zeeburg heeft al jaren te maken met de zogenoemde 'witte vlucht': blanke ouders uit de buurt brengen hun kinderen per fiets of per auto naar het naastliggende stadsdeel Watergraafsmeer, liever dan dat ze hen naar een school om de hoek sturen. In Zeeburg is de verhouding autochtoon-allochtoon 40:60. In de Watergraafsmeer 75:25. In de basisschoolleeftijd zijn de verhoudingen nog wat scherper, daarin zijn vooral meer kinderen van Turkse en Marokkaanse afkomst. “Maar de populatie op onze scholen is veel 'zwarter' dan de verhoudingen in de buurt rechtvaardigen”, aldus Steinmetz. Sommige basisscholen in Zeeburg zijn 100 procent zwart.

Veel ouders beschouwen de 'zwartheid' van een school als een kwaliteitsindicatie: hoe 'zwarter', hoe slechter. Dat is niet helemaal uit de lucht gegrepen. In het onlangs geopenbaarde rapport 'Indicatoren kwaliteit basisonderwijs in Amsterdam' komt duidelijk naar voren dat het aantal allochtone leerlingen de belangrijkste verklarende factor is voor de resultaten bij de CITO-toets. “Hoe (..) minder allochtone leerlingen, des te hoger de gemiddelde uitkomst van de totaalscore van een school is.”

Voor deelraadvoorzitter Steinmetz gaat het niet zozeer om de onderwijskundige effecten van segregatie - uitgedrukt in de resultaten van de CITO-toets - als wel om de sociaal-maatschappelijke. Een school, vindt hij, hoort de afspiegeling van de buurt te zijn. “De mensen in de straat moeten elkaar toch leren kennen.”

Zeeburg geeft sinds vier jaar extra geld voor de verbetering van het basisonderwijs, om witte ouders ervan te overtuigen dat ze niet helemaal naar de Watergraafsmeer hoeven om goed onderwijs te krijgen. Volgens Steinmetz werkt het. Hij herinnert zich dat de directeur van een van de openbare basisscholen hem zes jaar geleden drie blonde kinderen in de hoogste klas liet zien: de laatste blanke leerlingen. Het jaar erop was de school geheel 'zwart' geworden. In diezelfde basisschool, zegt Steinmetz nu trots, zitten weer drie blonde hoofden in de kleutergroep en zelfs vier in groep twee.

Hij vreest dat een nieuwe Vrije School het project zal doorkruisen. Deze op de antroposofische leer van Rudolf Steiner gerichte school trekt nu eenmaal weinig leerlingen van niet-Nederlandse afkomst. Dat heeft dit schooltype gemeen met alle neutraal-bijzondere scholen in Amsterdam. Uit het rapport 'Jeugd in Amsterdam 1994' blijkt dat Marokkaanse kinderen nauwelijks en Turkse in het geheel niet naar bijzonder-neutrale basisscholen gaan. Zelfs een 'multiculturele' variant hiervan, met veel aandacht voor niet-Europese culturen, zal bijna exclusief 'witte' kinderen trekken, denkt Steinmetz.

Dat is M. Ploeger, leraar op de enige Vrije School in Amsterdam, de Geert Grooteschool in stadsdeel Zuid, een doorn in het oog. “Als wij onze kinderen buiten laten spelen, zie ik twee werelden: witte leerlingen in een zwarte buurt.” Toen Hartgers, inwoonster van Zeeburg, hem benaderde met haar plan een multiculturele Vrije School op te richten in het 'zwartste' deel van Zeeburg, was Ploeger meteen enthousiast. Hij ziet er dé mogelijkheid in, 'zwarte' leerlingen in zijn school te halen. Als dat niet lukt, zegt Hartgers, als de school niet “werkelijk multicultureel” wordt, dan is het plan van de baan. Voorlopig gaat Hartgers ervan uit dat in september een peutergroep begint en in januari de eerste kleuterklas.