Multi-etnisch Bosnië kan nog worden gered

De officiële doelstelling van de Amerikaanse regering is Bosnië te doen herleven als multi-etnische staat. Aangezien tot vorig jaar zomer de Bosnische regering bezig was de oorlog te verliezen, was Washington bereid haar te ondersteunen, ook al was bekend dat die regering werd beheerst door de factie der moslims.

Het Amerikaanse Congres ging zelfs nog een stap verder: de volksvertegenwoordigers eisten opheffing van het wapenembargo voorzover het de Bosnische Kroaten en de Bosnische moslims hinderde om op het slagveld een tegenwicht te vormen tegen de toen nog oppermachtige Serviërs. De inval van het Kroatische leger in de Krajina en de Bihac-enclave plus de bombardementen door de NAVO.

Onder die kop publiceerde ik hier op 15 maart een artikel, in het slot waarvan ik schreef dat het interessant zou zijn om, in navolging van een Duitse studie waarvan ik zojuist kennis had genomen, “ook bij ons eens de burgerlijke kranten en tijdschriften tussen 1922 en 1933 (jaren van resp. Mussolini's en Hitlers machtsovername) door te werken op hun eventuele sympathie voor de Italiaanse dictator en zijn fascisme.

Dit is al gebeurd, zoals mij bleek uit twee publicaties die mij sindsdien zijn toegestuurd: 'Het Italiaans fascisme in de Nederlandse pers in de jaren twintig' van M. van der Linde en R. Böhm (1983) en 'In het land van Mussolini': de Nederlandse pers en fascistisch Italië' van F. van Vree (1991).

Het resultaat van hun onderzoek? Inderdaad was er, ook in de burgerlijke pers, in de jaren twintig sprake van enige bewondering (met nuances van krant tot krant) voor de man die orde op zaken had gesteld in dat verre, chaotische Italië. In de katholieke pers was die bewondering zelfs groot.

Een kentering ontstond toen, na 1933, ook in de confessionele pers de ogen opengingen voor de kerkpolitiek van de nazi's. Dat had ook zijn weerslag op de houding tegenover Italië. De Italiaanse aanval op Abessinië in 1935 voltooide dit proces. Daarna waren er nog maar weinig lofzangen op Mussolini in de Nederlandse pers te vinden.

Ook bereikte mij een brief van dr. Charles Vergeer naar aanleiding van wat ik geschreven had over Sigmund Freud, die een opdracht aan Mussolini had geschreven in een exemplaar van zijn boek Warum Krieg? Abusievelijk had ik geschreven dat hij het boek aan Mussolini had opgedragen.

De opdracht heb ik blijkbaar, afgaand op wat ik in een Duitse krant had gelezen, ook verkeerd weergegeven. Volgens dr. Vergeer luidt zij: 'Benito Mussolini mit dem ergebenen Gruss eines alten Mannes, der im Machthaber den Kulturheros erkennt'. Zowel de keuze van het boek als de opdracht zelf (die de sterke man negeert en in hem slechts de man erkent die iets voor de cultuur doet) acht dr. Vergeer subtiel en veelbetekenend.