Koeien houden van mensen! Maar waarom eigenlijk?

Nu ik op het punt sta om over de gekke-koeiengekte te gaan schrijven, komt me steeds een schilderij van Wijsmuller voor de geest. Dus dat moet eerst even aan de kant.

Jan Hillebrand Wijsmuller (1855-1925) is zo iemand die in de kunsthandel een kleine meester wordt genoemd, met de nadruk op 'klein' als ze je liever iets anders verkopen, en op 'meester' als je toch een Wijsmuller blijkt te willen.

Hij had kijk op koeien. Ik ken niet veel koeien met zo'n overtuigend geschilderde ruggegraat. Ze liggen op de voorgrond van een rustig weidelandschapje, met de rug naar ons toe, de kop van ons afgewend, de blik kennelijk gefixeerd op een punt dieper in het doek. Wat verder naar achteren, bij een boerderij met wapperend wasgoed, zie je een paar staande koeien, en ook zij turen naar dat ene punt. Als je goed kijkt zie je daar een man met een blauwe kiel. Ja, alle ogen zijn gericht op de boer - en opeens weet je weer hoe ongelooflijk aandachtig koeien naar mensen kunnen kijken.

Ze houden van mensen.

Maar waarom eigenlijk?

Wat zien ze in ons?

Al op de eerste dag van de huidige gektegolf werd ik gebeld door een verslaggever van een niet zo gerenommeerd weekblad. “Ze gaan in Engeland twaalf miljoen koeien afslachten”, zei hij. “Hebt u daar een reactie op?”

“Nee”, zei ik.

“Dan vindt u het zeker helemaal niet erg”, zei hij, en toen heb ik een paar dingen gezegd die zeker niet zouden worden geciteerd. Maar onder intimi wil ik best verduidelijken waarom een zekere terughoudendheid mij raadzaam leek.

Om te beginnen: je hoeft geen verstand van hersenziektes te hebben om te weten dat er bij het al dan niet sluiten van grenzen voor andermans vee en vlees enorme commerciële en politieke belangen op het spel staan. En je hoeft ook geen verstand van hersenziektes te hebben om te weten dat argumenten en standpunten de neiging hebben om, zodra er enorme belangen in het spel zijn, zelf in koopwaar te veranderen. Ik zeg niet dat ze (politici, deskundigen) liegen, ik zeg wel dat er waarheden zijn die onder dergelijke omstandigheden verdraaid goed van pas komen.

Verder: in deze gevallen wordt een stelselmatig overdrijvende rol gespeeld door de media, met name al die elkaar amechtig opjagende tv-stations. Misschien valt het allemaal wel mee, verkoopt nu eenmaal lang niet zo goed als: misschien is het allemaal nog veel erger. Zo wordt de publieke opinie telkens meegesleurd in een haasje-over van grote getallen en gruwelijke beelden. Ik zeg niet dat ze (journaals, actualiteitenrubrieken) liegen, ik zeg wel dat er ook in deze branche enorme belangen op het spel staan.

En nog verder: vaak proef je in dit soort affaires een bijna wellustig menselijk verlangen om het allerergste eindelijk eens werkelijkheid te zien worden. We leven er goed van, hier in West-Europa, en we weten diep in ons hart dat welvaart een onvergeeflijke zonde is. We verwachten de afrekening, we snakken zo onderhand naar de zekerheid van het laatste oordeel. Is het niet de zwarte pest, dan is het wel een kernoorlog, of iedereen aids, of de gekke-mensenziekte. En ik zeg niet dat het (de ondergang, het grote uitsterven) nooit gebeuren zal, ik zeg alleen maar dat er geen haast bij is.

Pag.9: Offer aan een onbekende god

Ondertussen heeft Van Aartsen, minister van Landbouw, besloten dat de 65.000 Britse kalveren, die het ongeluk hebben zich op ons grondgebied te bevinden, moeten worden afgemaakt en vernietigd.

Ik kan me voorstellen dat er goede, of althans acceptabele argumenten zijn om dieren dood te maken. Ik ben niet tegen slachten als zodanig en natuurlijk, voor geslachte kalveren maakt het geen enkel verschil of ze worden gegeten of verbrand, maar voor ons dient het verschil te maken, wij dienen ons te bekommeren om de zuiverheid van onze motieven, zeker wanneer we ons opstellen als heer en meester over leven en dood. Nogmaals: ik kan me goede argumenten voorstellen, maar ik hoor ze niet, ik zie ze niet. Voor alle zekerheid? Om het vertrouwen van de consument te herstellen? Waar is dat in 's hemelsnaam voor nodig als er over de gezondheid van deze kalveren absoluut geen twijfel kan bestaan?

Moeten ze dood om de Engelsen een lesje te leren, om onze eigen vleesfokkers in het mediageweld een beslissende voorsprong te geven op die in het buitenland?

Ja, voorlopig heeft het er alle schijn van dat 65.000 kalveren worden geofferd aan een onbekende god, een obscuur soort onbehagen, een angstige vervreemdheid van de natuur, ons eigen slechte geweten.

Dit soort beslissingen verwacht je onder een Wodanseik, niet in de vergaderzaal van het ministerie.

Verder is het afwachten wat ze in Engeland gaan doen. Ik zou zeggen: let vooral op de argumenten. Eén ding staat vast: tegenover misschien een paar goede, staan zeker een helehoop slechte argumenten om dieren dood te maken.

Goed, het schijnt allemaal te zijn begonnen met een gekke-schapenziekte. Slachtafval van dieren, die daaraan ten prooi vielen, werd vermengd met koeievoer. Koeien vraten schapen. Dat lijkt onlogisch, tegennatuurlijk zelfs en morbide. Maar als je bedenkt dat bijna alle gekke koeien in Engeland melkkoeien waren en dat in deze sector een genadeloze jacht gaande is op de hoogst mogelijke melkgift en dat koeien in dat verband tot over hun oren worden volgepropt met eiwitten, dan is het al een stuk logischer, zij het nog altijd even tegennatuurlijk en morbide.

Wij merken welke vreemde wegen bepaalde ziektes bewandelen en we zeggen tegen elkaar dat we toch maar in een gevaarlijke wereld leven. Maar het zijn in dit geval in de eerste plaats de koeien die in een gevaarlijke wereld leven.

Stel dat we iemand een koe zagen bewerken met een tafelpoot, net zolang tot het dier kreupel en blind van wanhoop haar toevlucht zoekt in een uithoek van haar hok. Daar zou toch wat aan gedaan worden, niet? Waarom zou het dan anders zijn als koeien voer krijgen toegediend dat hetzelfde effect heeft?

In Nederland hadden we in november 1989 een affaire met loodvergiftiging. In Groningen en Friesland moesten honderden runderen worden afgemaakt als gevolg van de verwerking van verontreinigd rijstafval in het veevoer. En dan wordt er jarenlang geprocedeerd op thema's als economische schade en het in gevaar brengen van de volksgezondheid. Maar waarom beginnen we niet met het leed van die koeien zelf, waarom beginnen we niet gewoon met de rechten van de koe?

Nu heeft de consument het gedaan, de consument die maar twee dingen aan zijn hoofd heeft: veel en goedkoop. Zo worden schuld en verantwoordelijkheid in een bijna homeopathische, in elk geval onwerkzame, verdunning gespreid.

Waarmee ik niet wil zeggen dat de consument helemaal vrijuit gaat. Ik geloof beslist dat de consument tot taak heeft boven zichzelf een optredende overheid te plaatsen, zodat eerst de normen worden vastgesteld en dan de prijzen bepaald, in plaats van andersom.

“Zelfs in de meest volmaakte liefde heeft de één meer lief dan de ander”, heeft Thornton Wilder eens geschreven.

Zo is de koe gedoemd altijd meer van ons te houden dan wij van haar. Misschien is dat in deze affaire nog het meest beschamende: wij kunnen de liefde van de koe niet eens verspelen. Wij nemen haar melk, wij zijn haar onbegrijpelijke kinderen.