Kalvermester lijdt mee met kudde

KRONENBERG, 29 MAART. “We hebben ons er zo voor ingezet, dag en nacht zijn we voor de dieren in de weer. En nu moeten ze vernietigd worden.” Het gaat Dick van Middendorp, kalvermester in het Noord-Limburgse Kronenberg, zichtbaar aan het hart dat zijn 550 kalveren binnenkort moeten worden afgemaakt.

Twintig weken oud zijn de beesten, ze hadden dus nog zes weken in leven kunnen blijven alvorens met de veewagen naar het slachthuis te gaan. Middendorp: “Dat is nooit makkelijk. Maar als de laadklep dichtgaat, dan zit mijn taak erop en begint het uitmesten van de stallen.”

Toch kan Middendorp zich wel vinden in de maatregel van Van Aartsen, die erop gericht is het vertrouwen in het Nederlandse rundvlees te herstellen. “Als ik zelf het vlees niet vertrouw, zou ik het ook niet eten.” En dat schenkt hem nu juist de meeste voldoening: dat hij een iets goed aflevert, waar de consument van geniet.

Van Middendorp is een van de naar schatting 180 tot 200 kalvermesters die Britse kalveren op stal hebben staan. Tien jaar geleden begon hij zijn mesterij, en tot nu toe gingen de zaken redelijk. “Het is wel zuinig leven, mijn inkomen wordt door zaken als de mestheffing en eco-tax steeds lager.” De beesten zijn eigendom van Denkavit, een van de grotere veevoederfabrikanten die samen 95 procent van alle kalveren in Nederland bij boeren als Middendorp onderbrengen.

Twee keer per jaar krijgt Middendorp een partij kalveren binnen. Hij zet de twee weken oude, nuchtere kalveren op stal, mest ze in 24 weken af, en na 26 weken verlaten ze slachtrijp de stallen. Middendorp krijgt dan twee weken de tijd om zijn stallen schoon te maken, vervolgens komt er een nieuwe lading. MIddendorp: “Dat is het enige weekend in het jaar dat ik vakantie heb.”

Als de Britse kalveren die nu op stal staan afgemaakt zijn, moet hij maar afwachten wanneer de lege plekken weer gevuld worden. In de tussentijd lijdt Middendorp een schade van tussen de 2.000 en 3.000 gulden per week, als er niets geregeld wordt.

De Nederlandse Bond van Handelaren in Vee en LTO-Nederland pleitten er gisteren dan ook voor, dat niet alleen de eigenaren schadeloos gesteld worden, maar ook de kalvermesters. Veel bedrijven zou een faillissement boven het hoofd hangen. De 55 miljoen gulden van Van Aartsen zijn bij lange na niet genoeg, vinden de boeren.

Het wordt moeilijk de 64.000 lege plekken weer te vullen. De 2.300 Nederlandse kalverhouders, die per jaar 1,1 miljoen kalveren afmesten, kampen al tijden met overcapaciteit, omdat de Europese veestapel wordt ingekrompen. Er zouden de komende tijd meer kalveren uit Oost-Europa gehaald kunnen worden, maar voor die landen geldt een importquotum. De kalversector dringt daarom in Brussel aan op verruiming. “We hebben al zoveel geldverslindende maatregelen moeten nemen, er komt nog zoveel op ons af, moet dit dan ook op ons afgewenteld worden?”, vraagt J. Goettsch van Denkavit zich af. Hij drinkt een kopje koffie in de keuken van Middendorp.

Telkens is het de publieke opinie die de boeren tot maatregelen dwingt. “De mensen weten er niets vanaf. Ze praten nog over zielige kistkalveren, terwijl dat al twintig jaar geleden is afgeschaft”, zegt Goettsch. De dieren staan sindsdien in boxen van anderhalve meter breed, en Europese regelgeving die bepaalt dat dit twee meter moet worden, is in aantocht. Het zijn regels die de boeren veel geld kosten, zonder dat het welzijn van de dieren er aantoonbaar op vooruit zou gaan. “Dat is nog nooit aangetoond”, zegt Middendorp.

Over de oormerken werd enkele jaren geleden ook veel ophef gemaakt door dierenbeschermers. De kalfjes hebben er weinig last van. “Het doet even pijn, maar mensen dragen toch ook oorbellen”, klinkt het laconiek.De zwartbonte kalfjes, elk voorzien van twee gele oormerken, staan in groepen van zes in de stal. Ze wachten ongeduldig op de voedertijd. Ze zien er gezond en levendig uit, hun pluizige vacht glanst. “Het zijn sterke beesten, en makkelijk. Ze bevallen me eigenlijk beter dan de Hollandse, je weet ook wanneer ze weg zijn”, zegt Middendorp.

Hij bekijkt het in de eerste plaats zakelijk: kalveren zijn het produkt, en hij zal er goed voor moeten zorgen om er een goede prijs voor te krijgen. Met een paar beesten heeft hij een bijzondere band, hij pikt ze er zo uit. “Dat zijn de dieren die ziek zijn geweest, of die in het begin niet zelf wilden drinken. Die heb ik met de hand gevoerd.” HIj werpt nog een goedkeurende blik over zijn vee voordat hij de staldeur sluit. De komende tijd moet hij afwachten of Denkavit het contract met hem verlengt. Middendorp: “We deden altijd goede zaken met elkaar.”