Jaruzelski in Gdansk voor de rechter

GDANSK, 29 MAART. In Gdansk is gisteren een proces begonnen tegen generaal Wojciech Jaruzelski, voormalig partijchef, staatshoofd en premier, en elf andere functionarissen. Ze moeten zich verantwoorden voor hun rol tijdens de voedselrellen langs de Oostzeekust in december 1970, waarbij 44 doden vielen.

De 73-jarige Jaruzelski, die in 1970 minister van Defensie was, wordt ervan beschuldigd indertijd het leger opdracht te hebben gegeven op protesterende arbeiders te schieten. Jaruzelski ontkende gisteren. Het proces werd verdaagd tot juni, om de verdediging meer tijd te geven de dossiers te bestuderen.

Het proces is het resultaat van een onderzoek naar de gebeurtenissen van 1970 dat direct na de vreedzame omverwerping van het socialisme in 1989 begon. Er zijn meer dan duizend getuigen opgeroepen. Naar verwachting zal het proces tot in de volgende eeuw duren.

Naast Jaruzelski staan nog elf anderen terecht: Stanislaw Kociolek, indertijd vice-premier, Kazimierz Switala, toenmalig minister van Binnenlandse Zaken, en negen voormalige politie- en legerfunctionarissen.

In december 1970 gingen in de Oostzeesteden Gdansk, Gdynia, Elblag en Szczecin duizenden arbeiders de straat op om te protesteren tegen drastische verhogingen van de voedselprijzen. Ze vielen bij hun protestacties gebouwen van het plaatselijk bestuur en de communistische partij aan. Daarop openden de politie en het leger het vuur. Bij de rellen kwamen 44 mensen om het leven en vielen meer dan tweehonderd gewonden. De rellen leidden uiteindelijk tot de val van de toenmalige partijleider, Wladyslaw Gomulka, die werd vervangen door Edward Gierek.

Jaruzelski zei gisteren niet schuldig te zijn aan de aanklacht. De latere partijleider, premier en president heeft in zijn enkele jaren geleden verschenen memoires geschreven dat partijleider Gomulka hem niet vertrouwde en hem in december 1970 volledig buiten het beslissingsproces liet.

Na zijn aftreden als president zijn pogingen ondernomen om Jaruzelski voor de rechter te brengen wegens zijn besluit - in 1981 - de staat van beleg uit te roepen. Vorige maand besloot de constitutionele commissie van het Poolse parlement dat Jaruzelski daarvoor niet hoeft terecht te staan. Jaruzelski heeft steeds gezegd de staat van beleg te hebben uitgeroepen om een Sovjet-invasie te verhinderen. Er loopt wel een ander onderzoek naar Jaruzelski dat met de gebeurtenissen van 1981 te maken heeft. Daarbij wordt onderzocht of hem de dood van negen mijnwerkers, die protesteerden tegen de uitroeping van de staat van beleg, ten laste kan worden gelegd. (AP, Reuter)