Indianen in een casino

Robert Littell: Walking Back the Cat. Uitg. Faber & Faber, 218 blz. ƒ 47,50.

De meeste auteurs van spionageromans leiden sinds het einde van de Koude Oorlog een wat doelloos schrijversbestaan, maar de Amerikaan Robert Littell weet de schimmige wereld waarin de geheime diensten van de grootmachten sindsdien ronddwalen steeds handig te gebruiken voor zijn intelligente, ironische thrillers. Nu het traditionele vijandbeeld voorgoed verdwenen is, blijkt iedereen een vijand te kunnen zijn. Walking Back the Cat, Littels nieuwste, wordt opnieuw bevolkt door geheim agenten wier loyaliteiten achterhaald of verraden zijn, zodat ze zelf niet meer goed weten wie ze eigenlijk naar het leven staan.

Parsifal, een KGB-agent in de Verenigde Staten, gespecialiseerd in 'wetwork', dat wil zeggen moordaanslagen, wordt na jaren non-actief te zijn geweest, plotseling weer ingezet door zijn anonieme bevelhebbers, die stuk voor stuk operatitels als pseudoniem hebben. Eerst moet hij een Russische vrouw om zeep helpen, vervolgens een aantal apache-indianen, die in hun kleine reservaat een casino beheren. Al snel kruist hij het pad van Finn, een oud-strijder uit de Golfoorlog, die voor de politie in het reservaat is ondergedoken en op het spoor is gekomen van een organisatie die geld aan het casino onttrekt. Finn denkt dat het de mafia is, Parsifal, die erop uitgestuurd wordt hem te vermoorden, meent dat hij nog altijd voor de KGB werkt. De twijfel slaat toe en samen proberen ze erachter te komen wie er aan de touwtjes trekt. Wie heeft Parsifal opgedragen de president van de Verenigde Staten op te blazen?

Het duurt even voordat het verhaal Littell in zijn greep krijgt, lijkt het, maar vanaf de ontmoeting tussen de ideële moordenaar en de geflipte ex-soldaat wordt het spannend. Littells literaire stijl en zijn hang naar buitenissige scènes gaan nogal eens ten koste van de geloofwaardigheid van zijn intriges - in Walking Back the Cat weet Finn wel erg gemakkelijk in de geheime dossiers van de CIA te komen. Maar zolang je daar een fijnzinnig ironische stijl en een speelse plot voor terug krijgt, gaat deze lezer niet zeuren.