Goed zo, braaf paard!

Met het blote oog zijn ze haast niet te zien: de aanwijzingen die dressuurkampioenen als Anky van Grunsven, Reiner Klimke of Isabell Werth hun paarden geven.

Op een lichte druk van het been springen Bonfire, Ahlerich en Gigolo aan in galop, maken een piaffe of draaien een pirouet. Geen geruk en gepluk aan de teugels, geen gebonk met benen en geprik met sporen. De zweep is is helemaal afwezig. Deze ruiters hebben bereikt wat zo mooi in alle paardenboeken omschreven staat: de totale harmonie tussen paard en ruiter, waardoor het paard opgewekt reageert op de kleinste hulpen (aanwijzingen) van zijn baas.

Zo zouden we het allemaal wel willen, maar helaas gaat liefde voor het paard niet altijd samen met talent om te rijden. Daarom kom je op maneges, ponyclubs en basiswedstrijden nog (te) vaak situaties tegen waarbij het paard of de pony door z'n berijder met de zweep wordt afgeranseld of met de sporen getrapt.

Sporen en zweep geven altijd stof tot discussie, bij iedere paardenliefhebber. Moet je ze gebruiken en zo ja, wanneer en in welke mate? Bijna iedere ruiter gebruikt wel een zweep of karwats (wat hetzelfde is). Een zweep kan handig zijn bij jonge, 'groene' paarden die nog niet begrijpen wat het betekent als de ruiter aandrijft. Veel kinderen en volwassenen denken dat hun paard of pony lui is als hij niet reageert op hun benen. Maar dat is bijna nooit het geval. Jonge paarden hebben veel energie, maar koppelen de druk tegen hun buik nog niet aan voorwaarts gaan. Ze begrijpen niet wat je bedoelt. En dat is de reden waarom ze geen klap verdienen.

Hoe maak je een jong paard duidelijk wat jouw bedoeling is? Je kunt hem iedere keer als je je benen aanlegt, aanmoedigen door 'Kom-op' te zeggen, of 'Draf' of 'Galop'. Maar ook door je zweepje even tegen z'n schouder te tikken. Dat hoeft maar heel zachtjes, want veel paarden vinden die rare stok maar eng, en versnellen automatisch hun gang als ze dat ding in hun ooghoeken zien bewegen. Als je paard nu in draf aanspringt of in galop, prijs hem dan uitgebreid. 'Goed zo, braaf paard!' Dit is heel belangrijk voor de lol die het paard houdt in het werk, en zo weet hij ook dat het goed is wat hij doet. Op een gegeven moment zul je merken dat je paard of pony in de gaten heeft wat je bedoelt met dat 'knijpende' been, en dan heb je geen zweep of stem meer nodig.

Er zijn genoeg oudere paarden die het plezier in hun werk allang hebben verloren, en echt lui of tegendraads zijn geworden. Iedere manege heeft wel zo'n 'rotknol' die stil blijft staan als iedereen moet galopperen, die in elke hoek halt houdt of juist langzamer gaat lopen als je hem aanspoort. Wat doe je met zulke probleemgevallen?

Het beste is om die paarden helemaal uit hun dagelijkse ritme te halen. Zet ze op de wei voor een paar maanden, geef ze vrij, en begin dan van voor af aan met de africhting, ook al is het paard 15 jaar oud. Als manegeruiter heb je daar natuurlijk weinig aan, want jij hebt het niet voor het zeggen. Dus als jij zo'n lui, verpest paard krijgt toegewezen door de instructeur, probeer er dan het beste van te maken.

Het probleem van niet voorwaarts-willen-gaan moet je meteen bij het begin van de les aanpakken. Dus stijg je op en drijf je aan, maar reageert je paard niet, geef hem dan meteen een tik met de zweep. Dat hoeft geen keiharde knal te zijn, gewoon een flinke tik achter je been. Meestal gaat je paard dan wel stappen. Beloon hem, ook al is het een kunststuk van niks.

Ga dan overgangen rijden, voor zover dit mag in de les. Dus stappen de anderen, dan houd jij zo nu en dan halt, en je herhaalt wat je na het opstijgen hebt gedaan. Bij draf doe je hetzelfde, dus veel overgangen maken naar stap en halthouden, en dan weer direct aanspringen in draf, eventueel met een tik van de zweep. Deze manier van rijden zorgt ervoor dat je paard al in het begin van de les merkt dat hij heel goed op je been moet letten. Je zult merken dat je al snel minder tikken hoeft te geven om hem tot stap of draf te manen.

Na een uur zal je paard nog steeds geen wonder van looplust zijn. Maar voor zijn doen heeft hij goed gewerkt en dus verdient hij een beloning. Deze methode voorkomt dat jij de hele les je benen murw hebt zitten beuken op de buik van het paard, of dat je je zweep aan flarden hebt geslagen. Eén of twee tikken aan het begin helpen meer dan honderd te laat uitgedeelde tikken.